History van Club '70

17. sep, 2013

Iedereen weet zo langzamerhand wel dat ik de neef ben van onze oprichter en eerste voorzitter Jan Willemse.

Hoe ik begon met biljarten laat zich raden. Natuurlijk bij Jan, mijn oom, in het café.

Toen mijn clubje S.V.V. (hetgeen stond voor Sociëteit Vereniging Vriendenkring) dat daar speelde zijn home dreigde kwijt te raken door de verkoop van het café, ging ik met mijn oom mee naar Haarlem Noord, in de Arnoldystraat bij Gé van der Kuijl.

S.V.V. moest toen samen gaan met biljartvereniging het Zwaantje, vanuit de buurt van het E.D.O. terrein. Deze vereniging had maar een paar leden en S.V.V. ook. Welke naam moest het krijgen? Samen besloot men beide oude namen te schrappen en de nieuwe fusieclub Club ’70 te noemen. Daar werd ik natuurlijk lid van.

Tot zover is alles duidelijk, maar ik krijg nog wel eens vragen hoe de familierelatie in elkaar zit. En het lijkt mij leuk om dat op deze plaats te vertellen.

Ik ben de enige zoon van Dien Willemse en Piet Jansen. Je ziet het al aan de naam van mijn moeder: Dien was de oudere zus van Jan Willemse.

Van jongst af aan zei ik dus Ome Jan tegen Jan Willemse.

Jan Willemse en zijn vrouw Stien en mijn moeder Dientje Jansen zaten in de horeca. Jan Willemse had zijn café/biljart op de hoek van de Leidsevaart – Kogelstraat en mijn moeder had een koffiehuis aan de Zandvoortselaan tegenover het station Heemstede-Aerdenhout.

Jan Willemse had naast twee oudere zussen ook nog een jongere broer Jaap en jongere zus.

Toen Jan Willemse besloot zijn café in de verkoop te doen, kreeg ik eerst het verzoek om de zaak van mijn oom door te zetten, maar ik was en ben nog steeds geen horeca man.

Tevens is het leuk te weten dat mijn zoon Pieter, die nu in het bestuur mijn taak als penningmeester heeft overgenomen, vernoemd is naar mijn vader, zijn grootvader.

Wie overigens nog even door wil denken, snapt nu dat Christel Willemse en ik volle neef en nicht zijn.

Intussen ben ik vele, vele jaren in het bestuur geweest. Het langst als penningmeester.

In 2005 werd ik benoemd als lid van verdienste van de vereniging. En in dit jaar 2010 bij mijn terugtreden, werd ik met algemene stemmen gekozen tot erelid van Club ’70.

Ik ben erg trots dat mijn zoon Pieter mijn taken in het bestuur heeft overgenomen.

Zo blijf Club ’70 voor mij nog steeds een beetje een “ familieclubje”

 

Geschreven door Charles Jansen Jubileumuitgave info Club’70 2010

17. sep, 2013

Ode aan Jan Larsen

 

De Kadrist

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Ballen glimmen op het groene laken

Het spelpatroon, dat is nog groot

Hij moet een voorbeweging maken

En zich concentreren op de stoot

 

 

Eerst moet hij nog veel beslissen

Moet het dik of dun en hoog of laag

De carambole, die mag niet missen

Stoot je kort of juist heel traag

 

 

Hoe is bal twee bij drie te plaatsen

Liefst heel dicht bij een kaderlijn

Je mag je beslist daarbij niet haasten

Want ieder foutje dat doen pijn

 

 

De pomerans wordt weer eens goed gekrijt

Vervolgens wordt opnieuw gekeken

Zijn alle klossen wel vermijd

Is het gevaar daarop geweken

 

 

Hij buigt en plaatst zijn vlakke hand

Hij zakt iets in zijn knieën door

Voor de meest stabiele stand

Met zijn benen ietwat schoor

 

 

Dan legt hij rustig aan voor de stoot

Het publiek dat houdt de adem in

Hun vertrouwen in hem is groot

Zij allen geloven er wel in

 

 

De keu gaat van achteren naar voren

Maar voor deze bij de speelbal is

Kun je een kuch in de speelzaal horen

De bal vertrekt …….  de carambole is mis!

 

 

 

Deze ode is opgedragen aan Jan Larsen door zijn broer ten faveure van Jan’s 75e verjaardag

16. sep, 2013

 

 

.

 

Toen ik nog jong en fruitig was, had ik een baantje in een schoenmagazijn op de Herensingel voor 2 middagen in de week. Met wat ik toen verdiende kon ik mijn studie voor onderwijzer betalen.

 

Ja, zo ging dat toen in de jaren vijftig. De jaren na de 2e wereldoorlog, de jaren van de wederopbouw. Geen geld via een studiebeurs.

 

Ik woonde in Haarlem Noord en de Herensingel lag dicht tegen de Amsterdamsepoort aan. Ik ging er heen met de fiets. Dwars door de stad. Er liepen toen nog trams met het station Haarlem als het middelpunt van vele lijnen. Het was altijd een kunst om met je fiets niet in de rails van de tram te komen. O wee als dat gebeurde!! Je kunt meteen een nieuw wiel bestellen, er zat dan geheid een slag als een acht in. Op een dag zag ik dat gebeuren in de Kruisstraat bij een vrouw die voor me reed. Je zag het van tevoren al aankomen.

Ze waggelde al een beetje. Haar stuur ging een beetje richting rails. Ze leunde contra op haar fiets, maar werd als een magneet naar die ijzeren geul getrokken. Ja hoor, er was geen houden meer aan. Het voorwiel schoot in de rails en zij viel. Ik hielp haar overeind en zag dat haar knie behoorlijk bloedde. Gat in haar nylons (toen nog geen spijkerbroek). En gekreun van: auw, auw, auw!!! Gelukkig werd ze opgevangen door een andere voorbijganger en ik kon verder naar mijn baantje.

 

Dat zal mij niet gebeuren, dacht ik nog. De week erna, op dezelfde plek dacht ik weer aan wat er gebeurd. Oei, toch een beetje uitkijken, dit is best een beetje link. En ja, ook ik hing scheef op mijn fiets, raakte verstrikt met mijn voorwiel in de geul. En ook ik viel op de straat. Mijn voorwiel had een verschrikkelijke slag. Verder lopen en een flinke uitbrander van de baas, waarom ik zo laat was. Excuses werden niet geaccepteerd. Wat een tijd toen !!!

 

Ik moet vaak aan dit voorval denken. Waar je bang voor bent, gebeurt juist. Ik denk dat iedereen dat wel eens meegemaakt heeft en bij onze sport is het schering en inslag. Ik heb het soms al bij de aquitstoot. Veel te vaak neem ik hem te dun. Soms haalt hij het hoekje niet eens. En verdomt, als ik daaraan denk, gaat mijn bal ook voorlangs. Te dun, dus. Een driebander in de lengte zal toch niet klossen !!! Ja hoor, hij klost.

De “pseudo-therapeuten” onder ons zeggen dan altijd: “positief blijven en carambole voor carambole blijven spelen:” Makkelijk gezegd. Zet je gedachten  maar eens stil. Soms als ik niet goed in mijn vel zit, krijg ik al de kriebels als ik de naam van mijn tegenstander hoor.

Nee toch, moet ik tegen die ??? Dat lukt nooit. En dan lukt het ook niet.

 

Wie kent dat. Een gaatje achter bal drie. Van te voren denk je “niet achterom”. Jullie mogen een keer raden. Ja achterom. Volgende keer ietsje dikker nemen. Dan vindt hij in ieder geval niet het gaatje. Op hetzelfde moment denk je: als hij maar niet te dik is.

En wat denk je: te dik. Ga zo maar door, te dik, te dun, te veel effect, te hoog of te laag.

 

Onze helaas overleden Ge van der Kuijl kon daar ook veel over praten. En Ge had de oplossing voor dit psychische probleem. Hij zei dan tegen mij: veel oefenen. Zorg dat je patroon in je knuisten krijgt. Het moet er in gehamerd worden door eindeloos te herhalen.

En als je dat doet, laat je die slechte gedachte niet meer toe. Dan weet je bij de loop naar de tafel al dat je die bal blindelings kunt. En dan gaat hij ook goed.

Dit is wijsheid door ervaring. Zou dat ook helpen als je met je fiets in de tramrails dreigt te verdwijnen??

 

Oh nee er zijn geen tramrails meer. Het probleem is dan ook opgelost als er geen biljarts meer zijn.

 

 

Bron: Jan Larsen Info Club ’70 oktober 2011

16. sep, 2013

Een prettig gesprek met …

 

Jur Bekkering

 

Vorige week kwam Jur mij heel trots vertellen dat na een intensieve opknapbeurt van zijn huis mijn schilderij zo mooi uitkwam op een nieuwe gesauste muur. Of ik maar eens kwam kijken.

Het betrof de pentekening die hij bij zijn afscheid als voorzitter van de vereniging had gekregen, voorstellende het Stadhuis op de Grote Markt te Haarlem.

Natuurlijk ging ik op de uitnodiging in en koppelde daar een interview aan vast.

 

Wat mij opviel was dat Jur bevlogen en ontroerd was over twee belangrijke personen uit zijn leven.

Natuurlijk was Els zijn vrouw de belangrijkste. Maar die zat bij het gesprek. Zij vulde hier en daar wat feiten aan. Maar de bevlogenheid betrof twee andere personen.

 

Na verteld te hebben dat zijn vader in Leeuwarden biljartfabrikant was, mompelde Jur voor zich uit “Mijn vader was een bijzonder man” Wat zei je, Jur vroeg ik.

Mijn vader was een bijzonder man. Goh dat was een kindervriend. Hij ging altijd met de fiets naar zijn fabriek toe. Vier keer per dag 2x heen en 2x terug. En al die keren stonden drommen kinderen op hem te wachten. Ze wilden allemaal met hem meelopen of mee achter op de fiets.

De vader van Jur is 2x getrouwd geweest. Uit het tweede huwelijk kwamen Jur en zijn broer die ook nog leeft. Uit het eerste huwelijk kwamen twee dochters. Toen zijn oudste dochter in het ziekenhuis lag om te bevallen stoomde vader de kraamkamer binnen, zonder rekening te houden met het bezoekuur.

Hij ging dagelijks naast het bed zitten en gaf zijn dochter te eten. Het personeel moest niet proberen om hem tegen te houden. Sterker nog, de uitstraling van deze man was zo sterk dat de verpleegsters er lol in hadden dat deze man zoveel liefde liet zien.”Een bijzonder man mompelde:” Jur. Hij is vlak na de oorlog veel te vroeg overleden op de leeftijd van 55 jaar.

 

En dan Tijn zijn kleinkind. Els en Jur hebben een kind, dochter Evelyn. Jongstleden mei kregen zij hun kleinzoon. Met een originele Hollandse naam. Wat een prachtig ventje is dat en Jur stond op om van een kastje de foto te pakken.  “Twee druppels water zijn opa” Dat zegt nou iedereen beaamde Els de gelijkenis.

 

In zijn werkzame leven werkte bij van Gent & Loos. Met dat bedrijf deed Jur mee aan een biljart-bedrijfscompetitie. Zo leerde hij al vroeg hoe het balletje rollen moest. En in Haarlem was zijn bovenbuurvrouw de zus van Jan Broos. Jur en Jan praatten wel eens over biljarten en toen nam Jur een van zijn beste beslissingen uit zijn leven: hij werd lid van Club ’70.

Aangezien Jur administratief geschoold was nam hij halverwege de jaren tachtig het secretariaat over van Linda Marseille, die nu getrouwd is met de bekende biljarter: John Kuyken. In 1996 of 1997, dat wist Jur niet meer precies, nam Jur het voorzitterschap over van ondergetekende.

In werkelijkheid was het in 1995. Sinds die tijd ( en dat was tot nu toe een groot geheim voor iedereen) begroeten deze twee mannen elkaar op de club met: “Goeden avond voorzitter of voorzitter…”

 

Jur heeft vele hobby’s Op mijn vraag “ Welke ? Antwoorden Els voor Jur “Spelen met ze kleinzoon”

Daarnaast zijn er nog vele Zo ging Jur jaren achtereen een keer per week een dag wandelen met een vriend. Sinds kort kan dat niet meer door een zwakke rug. Maar ook theaterbezoek scoort hoog. En dan het liefst in Velsen. Favoriet is cabaret en toneel.

 

Om zijn geest actief te houden puzzelt Jur veel. En dan heeft Jur uren, dagen weken en misschien wel jaren geïnvesteerd in het opknappen van hun huis. Het huis is een beetje heilig voor hen. Want de ouders van Els woonden er al met hun drie dochters. En Els is van uit dit huis getrouwd. Toen de ouders van Els eruit trokken, kwam de weg vrij voor het echtpaar Bekkering om de Verspronkweg 30 zwart definitief te betrekken. Er is heel wat verspijkerd. En dat allemaal door Jur zelf. Alleen voor de zwaarste klussen kwam een vakman. Zoals laatst nog de schutting in de tuin die door Ge Taling is opgeknapt.

 

Natuurlijk is daar de hobby biljarten. Jur speelt Jur speelt nu in de C3 in het team met Wil Rosenhart en Bert van der Pol. Hij traint veel met Charles Jansen. En ook zijn er wat prijzen binnengehaald. Jur was 2x clubkampioen en heeft 2 keer een districtfinale gespeeld in de 3e en 4e Klas.

 

Jur is nog goed gezond en hoopt nog lang van het leven te genieten.

Ik vond het zo langzamerhand tijd op te stappen. Genoeg stof voor een goed verhaal.

“Ho, wacht eens”, zei Jur “ Ik moet nog wat kwijt. Ik loop al heel wat jaren mee in de biljartsport. Ik zie ook veel van andere verenigingen. Maar onze club is de mooiste die er is.

Onze leden mag ik eigenlijk allemaal graag. En ik weet dat in deze INFO Bert van der Pol een verhaal geschreven heeft met wat kritiek en ik ben op de hoogte van de inhoud.

Ik ben het helemaal met Bert eens. Maar ruilen van vereniging ??? “Dat Nooit

 

 

Bron: Info december 2003 geschreven door Jan Larsen