Het Gevoel

GEVOEL”, WAT IS DAT TOCH…………………………………….?

 

Ik had ’t gevoel niet vanavond!” Komt die uitdrukking u bekend voor?

Ik hoorde als kleine jongen mijn vader er weleens over. Hij speelde destijds op de Rijksstraatweg bij Suisse in het gelijknamige café. Een doodenkele keer ging ik mee bij slecht weer op een zaterdagmiddag of zo. En al die mannen bezigden in min of mindere mate die term: “gevoel!”

Toen ik uiteindelijk zelf de keu oppakte in ’t Wapen van Bloemendaal (hoek Zijlstraat) had ik echt  geen benul wat dat spelletje vergde qua oog-hand-coördinatie, tempo, dikte, trekken, doorschieten, noem maar op. Ik stootte de speelbal tegen een andere bal aan en zag wel wat er gebeurde. Klasgenoot Paul wist er iets meer van en –zoals dat dan gaat- hij ‘leerde’ mij biljarten.

Thuis sprak ik er nauwelijks over; op school zitten en in de kroeg hangen ging er niet zo best in daar. Maar ja, al die pauze-uren met slecht weer moest je toch invullen en bij ’t Wapen waren we welkom ondanks dat we uiteraard geen grote verteerders waren. Poen had je nauwelijks!

Na school kwam militaire dienst, wat meer centjes in de zak en in de weekenden ging ik met Pa regelmatig naar Café Fabel en Gé van der Kuijl (Arnoldystraat).

“Pak die keu eens goed vast jongen. Kom, ik laat het je zien!” En op die manier kwam er vlot een moyenne, pakte ik het spelletje echt op en PAKTE het biljartspel mij!!

De rest is geschiedenis. Ging Pa al snel voorbij, speelde na tien jaar kader en dat doe ik nog.

“Gevoel” dus? “Aanleg”? Ja, kennelijk heb ik dat op de één of andere manier meegekregen. Van wie weet ik niet, maar alles met een bal (of meerdere) boeit mij, daar kan ik wat mee. En biljarten dus in het bijzonder. Al is “aanleg” in mijn optiek iets anders dan dat ongrijpbare “gevoel”.

Maar wat is het toch dat gevoel? Nou, een vaste definitie heb ik er niet voor. Wel weet ik zeker dat iedere biljarter, hoog of laag acterend, het kent, het ervaart. Je hebt van die partijen waar niets lukt, hoe dik het zweet ook op je rug staat. Je hebt van die sessies waar alles lukt zonder een zweetdruppel te vergieten. En je hebt iets ertussenin; moeizaam acteren, lastige patronen oplossen maar uiteindelijk toch een goed resultaat neerzetten. En je ervaart alles tegelijk, hoogte- en dieptepunten en dat soms van beurt tot beurt in één partij.

 

Heb het eens gevraagd aan voormalig topbiljarter Piet Vet. Hij kwam destijds bij Linda en René in de Arnoldystraat als biljartmaker. Piet vertelde me dat aanleg en training de basis vormen voor alle sporten en dus ook biljarten. Enorme talenten die niet trainen komen maar tot een bepaald punt en dan houdt het op. Mindere talenten die heel hard trainen komen vervolgens verder. Dat is één! Hij had aanleg, trainde hard, speelde destijds heel veel en kende veel succes. Maar ging het makkelijk? Nee, zelden of nooit. “Eén keer heb ik een dag gebiljart zonder enige ’herinnering’ aan wat ik eigenlijk deed. Mijn beste prestatie ooit in Amersfoort tijdens het EK Pentathlon (meerdere spelsoorten in teamverband op de matchtafel) kwam tot stand in een roes. Het leek wel of ik toekeek in plaats van zelf de keu hanteerde. Alles liep, alles zat erop, de ene na de andere hoge serie, het ene na het andere record. En achteraf volkomen verbaasd en totaal niet moe!” Aldus Piet Vet.

Dit verhaal herkende ik. Ook ik ben twee keer in een complete roes geraakt tijdens een wedstrijd. Zelfs zo dat de arbiter me moest afstoppen. Ik was al uit en ging gewoon verder! Alsof je uit een soort slaapwandeling wakker wordt. Vreemd maar prachtig om te beleven. Ik denk ook dat dit het “gevoel” het best benadert. Zonder echt na te denken, volledig op de automatische piloot de ene carambole aan de andere rijgen; maakt niet hoe ze liggen. Zoals Roger Federer de ballen keihard op de baseline laat landen, keer op keer. Zoals Joost Luiten iedere afslag de bal weer positioneert voor de volgende klap. Zoals Max Verstappen de race al tien keer gereden heeft voor hij daadwerkelijk instapt. Verregaande vorm van concentratie en ontspanning; je levert een topprestatie op jouw niveau zonder er bij stil te staan, zonder ook vermoeid te raken.

Afijn, zo maar wat gedachten over die term die ik al zoveel jaren hoor en waarvan de grote Raymond Ceulemans ooit zei: “Prachtig als het gebeurt, maar zorg door training dat je op inzicht en techniek kunt terugvallen. Anders blijft het bij een paar keer vlammen in een lange carrière”.

En daar heeft Mister Honderd (plus) uiteraard ook weer volkomen gelijk in.

MdG.

NK KADER 38/2 DERDE KLASSE: BRONS (goud) VOOR REMCO…………………….

Zoals Jan Larsen op de site al aangeeft: het was weer een weekend om niet te vergeten! Heerlijk gegeten en gedronken, goed hotel, lange uren aan het biljart, kleine lokaliteit, goed kader, prima arbitrage, geweldig materiaal en ondraaglijke spanning. Echt, ik speel liever zelf dan naar die Kroder te kijken. Hij schept er volgens mij plezier in van iedere partij een thriller te maken. In het gewest stierf ik al duizend doden en hier werd het nog even dunnetjes over gedaan.

Vrijdagochtend elf uur de start: verlies in negen beurten tegen Groninger Sipke Visser, die lang zou meedoen voor de prijzen. Echter, Frank Diederen –het 22-jarige talent uit Limburg- en Edwin Tieman zetten zichzelf op de kaart door mooi spel en knappe series (66 resp. 94 voor Tieman).

Frans v.d. Luijtgaarden en Theo Sanders deden er lang over met v.d. Luijtgaarden als gelukkige winnaar. Sanders zou voor iedereen een lastig obstakel vormen vanwege zijn (te) ruime spel.

Tweede ronde zette alles weer op scherp. De verliezers wonnen, dus Remco ook! Hij klopte Tieman nipt, maar via slim spel op het juiste moment in 12 beurten. Iedereen op 2 uit 2 - verder met ronde 3. Remco was los. De beste kadrist, Frank Diederen, werd kansloos in negen beurten verslagen en wij – Remco en alle supporters - konden aftaaien na die toch al lange dag. Op twee tafels is het soms lang wachten voor je weer aan het biljart verschijnt, maar vrijdag viel het mee.

Zaterdag startte Remco in de tweede helft van ronde vier, dus we konden “uitslapen”. Na een copieus ontbijt moest Remco aan de bak tegen Sanders, de “lastige” jongen in dit NK. Nou, dat hebben we geweten! Sanders struikelde op 148 (van de 150) en Remco tikte de partij uit: weer twee dure punten in de knip ( en ik een hartverzakking!).

Tsja, en toen kwam na een lange wachttijd ronde vijf tegen concurrent van het eerste uur uit het gewest Siem Velthoven. Siem en ik gaan jaren terug; ik ken hem nog als 57/2-speler en een HELE goeie. Maar met 73 jaar is ook hij iets minder gaan spelen, maar de ervaring blijft. Zou Remco winnen dan was hij gezien de andere resultaten twee puntjes los. Bij verlies kwam alles weer tezamen op 8 (Remco en Siem) en zes punten (Diederen, Visser en ook de “sneaky” meesluipende, maar o zo aimabele Frans van de Luijtgaarden. Remco nam voorsprong, er lukte niet veel bij Velthoven. Zo’n 50 puntjes voorsprong en geen vuiltje aan de lucht. O ja? Niet dus. Velthoven is slim en gooide het even twee beurtjes wijd. En ja hoor: Remco ging erin mee en dat was een cruciale inschattingsfout. In plaats van rustig bij bal drie te blijven via een één of tweebandje zocht Remco via zijn Achilleshiel (om het zo maar eens te noemen) drie, vier keer de oplossing in een drie- of meerbander. Ik zag de bui al hangen, zat me op te vreten maar kon er uiteraard niets aan doen. Velthoven kreeg daardoor kansen, krabbelde terug en tikte de partij vlak voor Remco’s neus uit: 150 – 147! De gelijkmakende beurt bracht niks en Remco werd terecht even heel boos op zichzelf. Tsjonge, wat een gemiste kans om los te komen van de concurrentie!

Afijn, de hele boel schoof weer in elkaar en Remco herpakte zich tegen Dennis Bouwhuis. De laatste kan geweldig biljarten maar heeft echt een motivatieprobleem. Remco had geen kind aan hem. Ernaast zette Edwin Tieman Frank Diederen nog even opzij in vijf(!) beurtjes wat allemaal weer in Remco’s voordeel werkte. Ook Visser haakte af. Zaterdagavond tegen half tien weg en hij stond op dat moment zelfs even bovenaan met Velthoven als tweede. Laat, veel te laat zaten we allemaal uitgeblust aan een overigens heerlijk diner in het hotel om later volkomen voor Pampus het bed in te duiken.

Zondag – Finaledag: met nog meer supporters in het (te) kleine noodlokaal liep de temperatuur en de spanning snel op. In principe kon met anderhalve ronde te gaan nog vijf man kampioen worden.

Na afsluiting van ronde 6 bleven er drie over: Frans v.d. Luijtgaarden, Siem Velthoven en ook nog steeds Remco. Velthoven moest verliezen van Diederen en dat gebeurde ook. De benjamin in de groep greep zo de maximaal te behalen tweede plaats: zilver dus. Ernaast de finale v.d. Luytgaarden – Remco Kroder. Winst was het enige dat telde; aan remise had Remco niets gezien het moyenneverschil. Ik had na vijf beurten al in de gaten dat de pijp leeg was. V.d. Luijtgaarden tikte op ervaring rustig de puntjes bij elkaar en Remco – wat hij ook probeerde- raakte verder en verder achterop. Er kwam niet de zoveelste Houdini-act uit zijn keu; tegenstander Frans liet dat niet meer gebeuren. Met 150 – 94 in 14 beurten werd het pleit beslecht en Frans van de Luijtgaarden uit Lepelstraat (mooiste plaatsnaam in Nederland) pakte verdiend de titel.

Prijsuitreiking volgde met natuurlijk weer een hilarisch incident: Remco mocht als eerste op plekje drie op het podium plaatsnemen met zijn medaille om. Frank en Frans zouden volgen. Dat gebeurde ook ware het niet dat men er ineens achter kwam dat de gouden medaille om Remco’s nek hing! Afijn, volkslied volgde en al gauw zat dit NK erop.

Afrekenen en naar huis: het was een mooi, spannend en vooral mentaal zwaar toernooi geweest dat ik zeker niet had willen missen.

(Zie ook: Naschrift NK Beesd op deze site).

Naschrift

Als geïnteresseerd supporter/biljartliefhebber/stukjesschrijver ben ik van begin tot eind dus getuige geweest van een goed georganiseerd en begeleid (uitstekende arbitrage) NK. BV Carambole o.l.v. de aimabele Hans de Ridder had het prima voor elkaar. Biljarts top, nieuwe ballen erop, iedere partij alles opnieuw geprepareerd, schoon lokaal met dito toiletgroep, bediening en service goed, wat wil je nog meer? En dat in een tijdelijk onderkomen!!

Toch rezen er ook vragen. Eén van mijn makken –naast vele andere- is dat er  niets mankeert aan mijn oren. Zo kwam het dat enkele bezoekers zich afvroegen of het nog wel verantwoord is een dergelijk evenement op twee tafels te spelen. Dagen van 10 uur en langer zijn zodoende meer regel dan uitzondering, ook nu. Gezien de “vernieuwingsdrang” vanuit Nieuwegein zou je misschien wat anders verwachten. Bijvoorbeeld de eis om vanaf – laten we zeggen- de eerste klasse libre klein of alles met een partijlengte van 100 en meer  verplicht op vier tafels te spelen. Ook kan je denken aan spelen in poules met kruisfinale, wat overigens als proef hier en daar in een gewestelijke finale is/wordt toegepast.

Van het laatste ben ik absoluut geen voorstander. Een biljartweekend mag, nee MOET je minimaal in staat stellen al je concurrenten te ontmoeten indien je met acht man de finale in gaat. Poulesysteem betekent slechts vijf partijtjes en – al speel ik zelf niet meer- daar kom ik niet voor. Ga dan de finale maar in met tien man (2 x 5) of zo maar laat de biljarter wel biljarten!

Ik heb NK gespeeld op twee tafels (Viaanse Molen) en ook op vier (DIS – Hattem) en mijn voorkeur gaat echt uit naar het laatste; het is gewoon qua tijd allemaal veel beter te behappen en je hoeft pas vrijdagavond aanwezig te zijn i.p.v. vrijdagochtend om een uur of tien(!).

Maar goed, ik heb me prima vermaakt in Beesd. Leuk NK met een prima winnaar: Frans van de Luijtgaarden. Harde, maar sportieve strijd! Aardig wat publieke belangstelling en een leuke prijsuitreiking. Het protocol werd weliswaar geweld aangedaan, maar dat kan en dat mag. De sfeer, de humor ook,  liet wedstrijdleider Hans de Ridder die ruimte en daar mag je als organisator gebruik van maken. Ik heb veel NK ’s, toernooien en andere finales begeleid/meegemaakt en gelukkig kwam het nooit tot een dorre, droge bedoening. Hier liep de nummer drie met de gouden medaille naar het podium! Moet kunnen, hoort erbij, een hilarisch moment en bij de foto’s klopte alles weer.

En toch… die lange dagen op die twee tafels – ik moet er niet meer aan denken.

En toch… soms, heel af en toe en juist na zo’n op zich geslaagd weekend bekruipt mij de gedachte de kaderkeu weer op te pakken, maar ja………………..??!!!!

MdG

Heel even Goud

Op vrijdag 8.45 uur werd ik door Remco opgehaald van mijn huis. Daarna bij René Verkaik langs en toen naar Beesd. In nauwelijks meer dan een uur waren we ter plekke. Wat wil je ook met een beroepschauffeur. Om 10.30 uur moesten de deelnemers zich melden bij de wedstrijdleider. Omdat de wedstrijden pas om 11.00 uur zouden starten, hadden we even tijd om rond te kijken.

Ik dacht dat een "Nederlands kampioenschap" toegewezen zou worden in een representatieve lokaliteit. Niets van dat. Het onderkomen van de B.V. Carambole in Rumpt was een jaar geleden door brand verwoest. A.s. september gaat de nieuwbouw open. Men moest zich in tussentijd behelpen met een noodlokaal in Beesd . Dat ligt aan de "Voorstraat". Dat kan beter hernoemd worden tot "Achterstraat" Een klein straatje dat uitloopt op een voetbalveldje van een amateurclubje, met daarachter het land van een boer. Daarom overal moddersporen van tractoren. Van je auto met grote stappen naar binnen om niet te veel slijk mee te nemen. Het was echt een noodlokaal. Een beetje kampioenschap wordt verspeeld op 4 tafels. Er stonden wel vier tafels maar twee waren afgedekt. Gespeeld werd op 2 tafels omdat men anders het publiek niet kwijt kon. Wel hingen er moderne scoreborden zoals wij er bij het denksportcentrum ook twee van hebben. Er was al best wat publiek binnen. We zochten een plekje dicht bij de tafels. Hier kregen ze ons deze dag niet meer weg. Het was een ongezellig lokaal. Aan een kant bevond zich een klein keukentje en een barretje. Aan de andere kant was een klein kamertje (waarschijnlijk voor vergaderingen) dat een open wand had om in de biljartzaal te kijken. Werd gedurende deze dagen gebruikt voor kinderopvang en tablet genoegens. Wifi was er niet, maar spelletjes op je tablet spelen kon natuurlijk wel. Al met al werden wij niet al te vrolijk bij aankomst. Dan toch maar even naar de wc om de rest van de tijd rustig te kunnen blijven zitten. Wat denk je? Voor alle mannen die binnen waren (en ik telde er toch zo'n stuk of zestig) was er precies één closetpot aanwezig. Dus geen urinoir. Naast de kraan lagen op een radiator twee handdoeken op een hoopje. Na een uurtje waren ze drijfnat en dan moesten ze de rest van de dag nog mee. Dit kan toch niet voor zo een gebeurtenis.

Maar goed de wedstrijden begonnen. Het verslag daarover wordt door Martien geschreven. Maar Remco had een slechte start. Als je je in zo'n locatie senang wil voelen, moet je langere tijd wennen. René en ik namen een broodje bal. Naast een tosti en een worstje was er niets te eten. Maar goed: honger maakt rauwe bonen zoet. Het werd een beetje aangenamer toen 's middags Martien met twee dames binnen kwamen. Astrid en Paula. En je kon zien dat Remco opfleurde toen hij zijn Paula kon omhelzen. Want de volgende partij won hij met glans.

Na de wedstrijden zijn we 's avond naar een shoarmatent gegaan. Daar wat gegeten en toen naar het van der Valk hotel ca. 15 km. verder richting Utrecht. Martien en Astrid hadden op de heenweg al gezorgd voor het inchecken. Konden zo naar onze kamer. Daar kon je in "WONEN". Heel sfeervol en vooral zeer ruim. Alle comfort die je maar kon wensen. De badkamer was zo groot als een gemiddelde woonkamer. Zowel bad als douche was aanwezig. Je stond aan een marmeren wastafel je haar te kammen voor een wandgrootte spiegel. Grote sortering zeepjes en aanverwante spullen. Zo'n accommodatie was wel wat anders dan in de Voorstraat te Beesd. Dit is echt aan te raden.

Gevolg: ik versliep mij bijna. Heerlijk geslapen. Het ontbijt was overvloedig. Je kon van alles uitzoeken. Dus namen we zo veel dat we bij het biljarten niet veel meer nodig hadden.

En dan werd de zaterdag echt gezellig. Ouderwets bijna. Behalve Pim (huisvriend van ons echtpaar Kroder) kwamen ook binnen Arda met Charles en Nel. De delegatie uit Haarlem was prominent aanwezig. En dan viel de magere behuizing een beetje naar de achtergrond weg. De districtsarbiters van het gewest Midden Nederland deden hun stinkende best. Een aantal was toch al behoorlijk op leeftijd, maar ze stonden de hele dag te tellen zonder één wanklank of foutje. Het schrijven werd door de vereniging gedaan. Complimenten.

En de biljarters waren nu ook gewend. Er werd heel behoorlijk gepresteerd. Met een hoogte serie van 90 door ene Frank (22 jaar). Dat belooft wat voor later. Al met al werd het een lange zit. Op houten stoelen (zonder kussentje) werd het wel afzien. En buiten begon het zonnetje te schijnen en het werd warm. Dat had gevolgen voor het klimaat binnen. De ramen besloegen, want het publiek was in grote getale aanwezig.

Aan het eind van de dag snakten we daarom naar iets groots en luxes. Dus zo snel mogelijk naar het hotel waar we nog om 22.30 uur konden beginnen met een heerlijke warme maaltijd. A la carte. Zelf uitzoeken. Nog een toetje en we rolden zo het bed is.

Op zondag was de slotdag. En wat denk je. De hele familie Kroder met aanhang en zelfs kleinkind kwam binnen. Er werden veel foto's gemaakt. En toen miste Remco zijn kans op het kampioenschap. Had hij die laatste partij gewonnen dan was hij kampioen geworden. Zelfs de aanmoedigingen van John en Desiree Tiecken hielpen niet. Ja, die laatsten waren ook uit Beverwijk komen kijken. Wat wil je. Biljartsport is een concentratiespelletje. Maar als je afgeleid wordt door zoveel mensen die van je houden, kun je toch geen bal meer goed raken. Enfin, het mocht de pret niet vergallen. Want Remco kreeg toch zijn fel begeerde "gouden" medaille. Trots stond hij daarmee al op het podium, toen de kampioen naar voren moest komen ter huldiging. Daarbij ontdekte de gewestelijke voorzitter pas dat hij een blunder had gemaakt. Brons en Goud met elkaar verwisseld. Misschien was hij wel in de war door een filmploeg van de KNBB. Het stel (man en vrouw) schoven te pas en onpas met hun camera tussen door voor hun opnames. Toen kwam uiteindelijk toch het Wilhelmus. Remco had beloofd om een traantje te laten bij het halen van GOUD. Maar dat was hem net weer afgenomen. Geen Goud: geen traantje.

René Verkaik heeft nog een hartelijk woordje gedaan. Heeft Remco namens de club zeer hartelijk gefeliciteerd met zijn prestaties. En op zijn beurt heeft Remco namens de spelers de organisatie bedankt voor hun werk en ontvangst.

Toen was het weer huiswaarts. Remco kon het organiseren niet laten en had een tafel gereserveerd bij de Gouden Lelie aan de Rijksstraatweg. Heerlijk gegeten. En bij het toetje hadden de kinderen van Paula en Remco gezorgd voor een brandend sterretje op zijn Dame Blanche.

Voor mij was het een hoogtepunt na al de droefheid van de laatste tijd. En daar heeft mijn gezelschap geweldig voor gezorgd. Dus bij deze hartelijk dank aan Remco en Paula, Martien en Astrid en René

van Jan Larsen

Ergernissen

Zouden niet voor mogen komen bij het uitoefenen/beleven van je hobby, in ons geval de biljartsport. Toch is het naast een gebrek aan motivatie één van de redenen waarom ik stopte met de (wedstrijd)sport. Afijn, een klein jaar geleden aangesloten bij Club’70 om een avond in de week met liefhebbers door te brengen en dat –laat ik dit voorop stellen- bevalt prima! Bij Club’70 is niets mis!

Wel is er in mijn optiek naast een landelijk afnemend ledental nog iets fundamenteels mis in de biljarterij. Mensen, mensen: wat wordt er gezeurd aan en naast dat biljart!

Dit seizoen zijn er aardig wat Pk-voorrondes op ons pad gekomen. Libre, kader, bandstoten en zelfs 3-banden groot. Ook organiseerden wij een finale.. Bij zo goed als alles was ik betrokken als arbiter/clublid. En ik zeg het maar vast: volgend seizoen verschijn ik als arbiter/clublid minder aan de tafel. En waarom? Om de doodeenvoudige reden dat ik het niet aflatende gezeur, het (rotwoord, ik weet ‘t maar toch) gekanker op alles en iedereen goed zat ben.

Driebanden Groot derde klasse, finale gewest: vraag even aan Tom Kramer wat hij zoal meemaakte met de heren deelnemers. Zelf ben ik alleen vrijdagavond laat en zaterdagmiddag na het bezoek aan het kader 38/2 in Leimuiden even binnen geweest. In Leimuiden drie dagen lang geen wanklank; in ons lokaal uitsluitend gedoe over aanvangstijden, aantal partijen per sessie, afslag banden, trage tafels, kortom: het bekende gezeur van lieden die NIET kunnen biljarten, het driebanden groot NIET beheersen en dat alleen onder het tapijt willen vegen door iedereen en alles te bekritiseren behalve zichzelf. Tel er nog bij dat er eentje het nodig vond driekwart beschonken aan de tafel te verschijnen en het negatieve plaatje is compleet.

Finale Bandstoten 4e klasse: Onder leiding van Albert en met medewerking van vele clubleden werd op woensdag afgetrapt. Ik zou de hele finale arbitreren; vind dat nu eenmaal leuk! Nou, daar kwam ik snel van terug die avond. Drie uitgezonderd liepen de deelnemers vanaf carambole één te jeremiëren over alles wat u niet eens kunt verzinnen! Deels arbitrerend, deels schrijvend kreeg ik die avond vier man aan mijn tafel waarbij er slechts één zich van commentaar op zichzelf of de tegenstander of het biljart of de “omgeving” onthield. Van een ander kreeg ik een opsomming van zijn hele dag waarbij hij zich uiteindelijk afvroeg “wat hij hier deed!? Het ging vanochtend ook al niet en ik had beter thuis kunnen blijven”. Nou, doe dat dan en verpest mijn avond niet! Nummer drie vond het nodig iedere (gemiste) bal te evalueren met zijn supporters aan de zijlijn. Tot twee keer toe moest ik hem erop wijzen dat-ie aan de beurt was. Hoezo ik speel finale? Hoezo ik probeer enigszins mijn koppie erbij te houden? Dat-ie geen pepernoot raakte, hoef ik niet te benadrukken.

Naast mij ontstond enige commotie over wel/niet verdedigend spel, in de weg lopen door ene lid van het Groene Laken….afijn, u kent het wel. Ook hier droop de frustratie van af. Kreten als “ik kom niet meer zaterdag” en (alweer) “dat biljart loopt niet” vlogen in het rond. Aktie, reactie en enkele finalisten hadden het onder elkaar even niet zo “gezellig” om het zo maar even uit te drukken. Na afloop kwam er nog meer verbaal geweld aan te pas.

Ik beet op mijn tong (u kent me: ALS ik mijn mond open doe…). Ik was er klaar mee, heb mijn jas aangetrokken en toog huiswaarts: zonder van mijn tijd! Zaterdag en zondag was ik niet aanwezig; arbiters zat en ik kon mijn tijd samen met Astrid beter besteden.

En afgelopen week (19jan.) dan de voorwedstrijden band 3e klasse: de goden zij dank, de laatste Pk’s dit seizoen!

Het gezever viel mee, al liep ik nu samen met Jim tegen een ander fenomeen op: bandstoten zonder band te KUNNEN stoten. 40 tot 45 beurten voor een miezerige 55 puntjes; ik heb meer driebanders geteld dan überhaupt bandstoten gezien.

Tsja mensen: bandstoten is een kunst! Daar moet je iets voor DOEN. Trainen bijvoorbeeld. En dat doen we dus niet. “We” gaan 1x per jaar bandstoten. Dat is hetzelfde als de Gier 1x per jaar loslaten op een matchtafel voor 25 caramboles driebanden groot: komt geen donder van terecht.

Afijn, ik heb hier even lekker de boel afgez………….!

Beperk je tot 1 spelsoort, hooguit twee. Mijn gedachte/wens is al jaren om driebanden groot en klein plus bandstoten in de laagste klassen af te schaffen. Ik geloof er niet in. Het heeft niets met biljartsport te maken. Het voegt niets toe. Het belast clubs/lokalen/clubleden onevenredig met wedstrijden. De biljartkalender blijft overvol; ruimte om (nederlaag)toernooien of zo te organiseren is er nauwelijks. Het wordt gebruikt om leden te pleasen, bezig te houden en te binden aan het district/ KNBB onder de noemer “kijk eens wat wij jullie allemaal bieden”.

En wees nu eens eerlijk: staat u te juichen om alweer bij al deze sessies als arbiter/schrijver acte de précence te geven?

MdG

SPANNEND GEWEST KADER 38/2 - 3E KLASSE NOORD WEST NEDERLAND

Partycentrum Keijzer - Leimuiden  was plaats van handeling voor deze gewestelijke finale kader 38/2, derde klasse. Onder leiding van biljartvereniging RBV met de aimabele, doch “strenge” wedstrijdleider Ron van Haasteren werd vrijdag 6 januari 2017 afgetrapt voor –naar later bleek- een uiterst spannende finale. Feit alleen al dat twee spelers afgevaardigd worden naar het NK maakt deze finale meer dan interessant voor deelnemers en publiek.

Eerste ronde bracht meteen vuurwerk: drie partijen onder de tien beurten!  Alleen Anton Havenaar (Wormerveer) had het als eerst geplaatste lastig, maar won wel in14 brt.

Ronde twee kwam moeizaam op gang. Men schuwde de aanval; niet (weer)  verliezen stond voorop! Dat bleek o.a. uit de partij tussen Haarlemmer Remco Kroder en Siem Velthoven, de ervaren kadrist uit Noord-Scharwoude. Sprokkelend, fouten makend, niets toegevend werd het remise door 27 van Kroder in de gelijkmakende 18e beurt. Een puntendeling met gevolgen naar later zou blijken. Links en rechts liep men tegen verlies op; alleen Paul Bosman (Berkel en Rodenrijs) wist drie ronden ongeslagen te blijven.

Ronde vier was ook hij aan de beurt. En hoe!! Hagenaar Hans van Campenhout – misschien wel  de meest begaafde kadrist- tikte met 61 en 64 Bosman in twee beurten om de oren wat van Campenhout deed stijgen naar plek drie. Frappant was nog dat een ronde eerder diezelfde van Campenhout in liefst 23 beurten verloor van Ad Ketels (Driehuis).

Met Bosman op zes, gevolgd door een heel rijtje spelers op 1 resp. 2 punten achterstand ging men ronde vijf in. De slimme Velthoven bleef winnen. Als voormalig 57/2 speler ligt hij niet wakker van een achterstand hetgeen hij bewees tegen Joop Bodaan. Bodaan verwachtte met 120 om 65 een winstpartij. Velthoven dacht daar heel anders over en tikte routineus de benodigde slotserie van 60 bij elkaar. Bosman verloor weer, Kroder speelde zijn kortste partij (10 brt) en zowel Bodaan als Martin van de Hudding bleven in de hoek waar de klappen vielen. Het klassement werd dusdanig door elkaar geschud dat Ad Ketels en zelfs Remco Kroder weer mee gingen doen om de prijzen. Ronde 6 maakte Velthoven geen fout en ook Bosman herpakte zich. Havenaar en Bodaan haakten af, Kroder koesterde zijn laatste strohalm (winst op Ketels) en klom met zeven punten naar plek drie.

Het scenario voor de slotronde was als volgt:

Velthoven – Bosman om de titel, waarbij Velthoven ook bij verlies geplaatst zou zijn voor het NK. Bosman echter niet omdat bij verlies Kroder hem bij een zege op punten (9 om 8) kon passeren. Zo belangrijk KAN dus een remisepartij eerder in een finale zijn. De start van Bosman was goed. Na 3 beurten leidde hij met een dertigtal caramboles verschil. Alweer leed Velthoven daar niet onder. Rond de zevende beurt was de stand nagenoeg gelijk. Velthoven greep het initiatief, Bosman zag de bui hangen maar kon het tij niet keren. In beurt 12 sloot Velthoven als kampioen zijn deelname af, Bosman gespannen achterlatend i.v.m. de afloop van de partij Kroder-Bodaan op de tafel ernaast. Kroder moest winnen voor plaatsing NK en deed dat met verve. Niet mooi, technisch niet goed maar via vechtlust en een aantal schier onmogelijke oplossingen sloot hij af in beurt 18, zodoende Bosman verwijzend naar plek drie en zijn eigen NK veiligstellend. Velthoven en Kroder trekken dus half februari naar Rumpt om daar aan het NK deel te nemen.

Het bleef nog even gezellig in Leimuiden, waar wedstrijdleider van Haasteren vlot de prijsuitreiking deed zonder iemand te vergeten. Namens de spelers zette Kroder vooral de arbiters nog even in het zonnetje. Terecht, want de finale werd vlekkeloos door de heren (en dame) begeleid. Tel daarbij nog het prima materiaal en het perfecte gastheerschap van de familie Keijzer en niemand kon nog iets te klagen te hebben.

Ondergetekende ook niet! Ik heb genoten tijdens deze finale, betrapte mijzelf op plaatsvervangende spanning tijdens de slotpartijen. Zowel Kroder als Velthoven ken ik al heel wat jaren (met de eerste train ik nog regelmatig) en uiteraard gunde ik beiden hun succes.

Mee naar Rumpt? Ja natuurlijk! Je bent supporter of je bent dat niet.

Bedankt iedereen in Leimuiden: het was een prachtig weekeinde!

Martien de Gier

Remco naar Landelijke Finale Kader 38/2 3e Klasse

Oude tijden herleven

Al jaren lang ben ik niet meer in de gelegenheid geweest om bij clubgenoten te gaan kijken bij voorwedstrijden of finales. Nu ging ik samen met René Verkaik naar Leimuiden om bij Remco een middagje te gaan kijken.

En het was bijna ouderwets. Een hele gezellige zaal met vijf kleine en twee grote tafels. Een opbouw boven het café. Heel knus met balkenplafon. Splinternieuwe Gabriëls biljarts. Maar wat het leukste was de ontdekking dat niet alleen René en ik daar waren maar op zeker moment stonden/zaten we daar met een kleine tien mensen van onze club met nog zoon en schoondochter van Remco. De hoofdrol bij het bezoek was voor de kleindochter van Remco weggelegd, een hummeltje dat net al kon lopen. Zij had vooral veel interesse voor de keu van Remco. Ik had grote spijt dat ik mijn fototoestel niet bij mij had. Ik dacht terug aan de gezelligheid uit de tijd van Jan Willemse. En dat werd ook nog onderstreept door de komst van Christel. En wie geïnteresseerd is in de uitslagen van de finale verwijs ik naar het verslag van Martien de Gier, die daar binnenkort een stukje overschrijft.

Dit ga ik meer doen.

Jan Larsen

N.B.: Plaatje is van de oude burgemeester woning te Leimuiden, nu o.a. biljartcentrum.

Haarlem, 31 oktober 2016

FOETEREN HELPT NIET – TRAINEN WEL………………………………….

De laatste clubavond werd er op drie tafels competitie gespeeld. Nu kom ik zelden voor half acht binnen, dus op iedere tafel vlogen de stukken er al vanaf. Zonder op de stand te letten heb ik een kleine twee uur doorgebracht aan/om alle drie de wedstrijdtafels. En dan zie je verschillen, verschillen in beleving vooral. Techniek, speelsterkte, series, het zal me allemaal worst zijn. Beleving: daar gaat het om! Jan Larsen bijvoorbeeld ging niet super, maar Jan hoor je niet of nauwelijks. Dat was vroeger zo, dat is nu nog zo. Altijd probeert hij op techniek en inzicht te biljarten, waaraan menigeen een voorbeeld kan nemen. Erna zag ik nog zo’n “rustpunt”, René Verkaik, bezig. Goede start maar helaas ging langzaam het vuurtje uit. Het ‘gif’ ontbrak een beetje. Ernaast viel mij als altijd Wil Rosenhart op. Als Wil kritisch is, is het op zichzelf en dat vaak met de nodige komische en dus positieve kretologie. Prachtig om te zien en te horen vooral. Tsja, en dan teamgenoot Bert vd Pol. Zuchtend, kreunend, soms bijna vloekend en tierend trok Bert van leer om vervolgens – dat wel- de partij te winnen. En waarom die semi-tirade? Ach, ik ken het van mijzelf. Als het niet lukt, kan de emotie weleens de overhand krijgen. Ik heb er echt tijd voor nodig gehad het onder controle te krijgen want – denk daar goed om- je gaat er niet beter van spelen! Ergernis, frustratie neem je mee van beurt tot beurt en dat werkt verlammend. Wat dan? Daar kom ik zo op!

Op de derde tafel volgde ik van afstand de partij van onze Jim Nikolaidis tegen de ervaren en lastig te bespelen Jan Broos (u allen bekend). Jim vergat te biljarten in de eerste helft van de partij en Jan kleunde er lustig op los. Meteen na de pauze echter was het andersom. Jan de weg kwijt, Jim deed eindelijk wat hij moest doen (van A naar B en simpel houden) en de enorme achterstand werd in mum van tijd omgezet in een voorsprong en uiteindelijk winst. “Kijk”, dacht ik: “hij kan het dus wel!”

Al het bovenstaande leidt uiteindelijk tot de volgende conclusie:

Je mag van jezelf geen topprestatie verlangen als je er weinig (of niets) extra’s voor doet!

Jan heeft de laatste seizoenen te weinig gespeeld en dat pak je niet zomaar even terug. René is op de weg terug met het kader 38/2. Ook voor hem geldt dat te weinig uren aan de tafel je eenvoudigweg opbreken. Hij KAN het wel, maar de automatismen zijn even weg. Bert eist iets teveel van zichzelf. Ga lekker ontspannen aan die tafel staan en caramboleer er lustig op los. Wil je echt meer, dan moet je meer spelen, extra uren maken! En eigenlijk geldt dat laatste voor Jim ook. Hij kan dik mee in de 1e klasse libre (en hoger ook), maar dan moet er echt getraind worden. Zonder mijzelf nu “omhoog” te schrijven, dacht u nu werkelijk dat ik de 1e klasse ankerkader 38/2 heb gehaald zonder te trainen?

Honderden uren heb ik geïnvesteerd! Vroeger bij Fabel, later bij Koos Schilder en de EHBA en op vrije middagen in het Dorpshuis van Spaarndam. Echt hoor, het komt niemand zomaar aanwaaien!

Tip: iedere zaterdag kunt u in uw clubhuis voor zo goed als niets trainen. Er staat prachtig materiaal, u pakt de clubballen, poetst ze even op en gaat aan de slag, alleen of met een maatje. Tsjonge, wat zou het toch mooi zijn als er weer een echte “zaterdag biljartmiddag” ontstond zoals in alle vorige lokalen.

Leermeester Piet Liefting’s uitspraak doet nog immer opgeld: foeteren helpt niet – trainen wel!!!

Haarlem, 10 okteber 2016

39 jaar Jan Willemse Toernooi en nog springlevend…………………….

Toen Club’70 ter ere van oprichter Jan Willemse zijn naam aan het toernooi verbond, verwachtte men niet een juweeltje te creëren dat de tand des tijds zou doorstaan. Nu, de 39ste uitvoering bewees eens te meer dat – mits goed uitgevoerd- een toernooi zijn aantrekkingskracht niet hoeft te verliezen. Is er dan niets veranderd in die jaren? Natuurlijk wel. Ook dit evenement lijdt onder een gebrek aan belangstelling. Het is wat minder serieus, wat losser allemaal. Echter, de club ZELF ziet samen met de familie Willemse kans deze traditie levend te houden. En hoe dan wel? Door de formule in stand te houden (clubkampioen nodigt zijn/haar tegenstanders uit) en de leden te blijven enthousiasmeren, is er de laatste jaren meer een gezellig samenzijn ontstaan waarbij biljarten nog altijd de boventoon voert. Zo ook jl. weekend in het nieuwe onderkomen aan het Spaarne, het Denksportcentrum.

Jessica en Bas Lohman runnen dit centrum met verve. Voorzien van 6 kleine en 2 matchtafels, met iedere dag actieve clubs (al dan niet in KNBB-verband), met steeds meer belangstelling uit de directe omgeving en zelfs interesse vanuit de andere disciplines in het pand, kortom nu de biljartsport vaste grond onder de voeten heeft gekregen, is er een basis gelegd voor jaren. Iedereen voelt zich er prima thuis! De zeven genodigden dit keer kwamen uit de koker van clubkampioen Paul Mans met als niveau de 2e klasse libre klein. Naast Paul traden Richard Boelé en Tom Limburg namens Bolwerk aan. Theo vd Wolf vertegenwoordigde ADO, Gerard vd Kolk Onder Ons, Ferry Elderbroek de Taveerne en Ben Clausing Velsen. Tom Kramer (Club70) viel in voor Rob Balk die op het laatste moment kennis maakte met biljartbureaucratie van het zuiverste water en dit toernooi aan zich voorbij moest laten gaan (vraag het hem maar; kost een A4 om ‘t uit te leggen).

Toernooiverloop kenmerkte zich door een botsing van stijlen en spanning tot in de laatste ronde. Onder leiding van Albert van Setten en gearbitreerd door veel leden van Club70 konden de deelnemers zich goed focussen op het spel met de drie ballen en die ene keu. Limburg zuchtte en kreunde als vanouds en werd vijfde. Boelé schrok zich iedere keer een hoedje als de boel klein liep, maar werd knap tweede. Caramboleur ten top Elderbroek haalde de finale, maar werd uiteindelijk tweede. Mans, Kramer en ook vd Kolk pakten hier en daar de punten waarmee het veld dicht bij elkaar bleef.

Tsja, en dan was daar Theo vd Wolf. Hij eindigde als laatste maar zijn spelinzicht, afstoot en plaatsing op bal drie was absoluut het best van allemaal. Wat als het bij hem een keer echt gaat lopen? Eerste klas en hoger? Kan zomaar……………………..

Winnaar werd Ben Clausing en zeker niet onverdiend. Het is allemaal misschien wat ingestudeerd, gaat zeker niet soepeltjes en bij Ben slaat te vaak (en onnodig) de twijfel toe. Maar een partijmoyenne van 5,00 en een hoogste serie van 43(!), dat zegt genoeg! In de finale tegen Elderbroek sloeg Ben direct een gaatje, dat de hard werkende Elderbroek niet meer kon dichten. Ook hier weer die botsing van stijlen: Clausing de librist tegen Elderbroek, de man die ieder patroon aan kan zolang het maar geen serie-americain is. De librist won verdiend en daar was ook Christel Willemse tijdens de leuke prijsuitreiking het volmondig mee eens. Samen met nicht Yvette overhandigde Christel alle deelnemers hun bloemen, wijn en persoonlijke prijs alvorens voorzitter Remco Kroder het toernooi afsloot na een uitbundige loterij. Vooral René Verkaik was daarbij spekkoper.  

Volgend jaar de 40ste editie met mogelijk voor deze jubileumuitgave een iets andere uitvoering. Tenslotte kan en mag Club70 met de invulling doen wat gewenst is. Dat voorrecht heeft de vereniging de afgelopen 40 jaar meer dan verdiend.

MdG

 

 

Aandachtspunten Biljarten

Haarlem, 25 juli 2016

Inleiding:

Steeds als ik biljarters bezig zie, valt het mij op dat er zich veel zichzelf herhalende foutjes voordoen die met enige kennis vermijdbaar zijn. Hieronder een aantal basistips waarvan ik hoop dat u er uw voordeel mee kunt doen bij een volgend bezoek aan de biljarttafel.

1. Lichaamshouding:

Voor zover niet fysiek beperkt is het standaard om 1 voet iets voor de andere te plaatsen (rechtshandigen links voor en andersom). Vanuit deze stevige stand buig je met gebogen knieën voorover, plaats je de voorhand op het biljart met licht gebogen arm, achterdeel keu tegen de heup en de achterhand gesloten om het achtereind. Bovenlichaam breng  je boven de keu, neus a.h.w. “zwevend” boven de keu zodat je de keutop en het raakpunt op de speelbal goed kunt bepalen.

Vanuit die positie is horizontaal voor-en achteruit bewegen van de keu makkelijk en stabiel. Let op: bij de beweging de keu echt vlak houden. Achterhand niet optillen! Dit bereik je door onderarm en pols samen te laten werken.

2. Keuvoering:

Vanuit de correcte lichaamspositie beweeg je de keu voor- en achteruit. Let op dat je NIET voorover leunt en daarmee op de voorhand steunt. Balans is belangrijk.

Vingers sluiten om de keutop (niet over het ‘duimpie” /dat is voor snookerspelers). Achterhand ook sluiten (alle vingers!!),  maar niet KNIJPEN. Pols strekken, niet naar binnen of naar buiten draaien. Zodoende creëer je een 90 graden hoek tussen keu en onderarm.

De correcte voorhand

De correcte achterhand

Stropdas mag af!

3. Afstoot:

Keiharde regel: geen correcte afstoot? Geen of slechte carambole

Vanuit de correcte houding, keugreep en keuvoering kan de keu niet anders dan horizontaal en zonder afwijking naar rechts of links bewogen worden. Onderarm/pols bewegend langs de heup zorgen hiervoor en de rest v/h lichaam staat volkomen stil TOT NA DE AFSTOOT!

De afstoot heeft een duidelijk begin (beweging achteruit) en eind (beweging vooruit). Zie “Stappenplan” onder punt 4

4. Stappenplan:

Hoe kom je nu tot de correcte afstoot? Ik dacht hiervoor aan de term “stappenplan”, een bij iedere carambole terugkerend ritueel.

Bekijk positie op de tafel;

Kies een oplossing ( van wit of rood, trekstoot, directe bal, over 1 of meerdere banden enz.);

Sta/stap in de lijn van speelbal (bal 1) naar de aan te spelen bal (bal 2);

Breng voorhand/keutop direct achter speelbal in de gekozen lijn;

Kijk goed en corrigeer als nodig;

Fixeer a.h.w. je voorhand, achterhand en bovenlichaam;

Breng vervolgens de keu op benodigd tempo in beweging en stoot na drie tot vier voorbewegingen RECHT af.      Uitsluitend de achterhand mag bewegen!

De daadwerkelijke AFstoot begint met de keu in de achterste stand en eindigt RUIM nadat de speelbal is geraakt, het zogenaamde “door de bal gaan”.

Daarmee creëer je de maximaal haalbare (rol)beweging in de speelbal, nodig om zuiver bal 2 en –als het even kan- bal 3 te raken.

De afstoot heeft dus een begin en een eind, maar eindigt NIET als de keutop bal 1 raakt. Als die fout erin sluipt, u dus ingehouden afstoot,  is het te hopen dat u erop gewezen wordt want afleren is veel moeilijker dan aanleren.

Voor beeldvorming van zgn. “door de bal gaan” kijkt u maar eens naar golf of tennis.

Zowel de golfclub als het tennisracket begint achter het lichaam aan de beweging en stopt pas ver nadat de bal de club/racket verlaten heeft.

Uw carambole krijgt dus vorm door de juiste, doorgaande afstoot. Variaties zijn er, maar –met alle respect- dat voert hier te ver en is meer weggelegd voor de top.

5. Keuvoering/afstoot & kort-lang-techniek

De aandachtspunten hierboven worden routine naarmate u vaker speelt. Het moet niet zo zijn dat u iedere beurt en iedere carambole weer de hele santenkraam in gedachten naar voren haalt. WEL moet het u opvallen als er iets aan de techniek mankeert waardoor u een opgelegd patroon mist. Concentratie is nu eenmaal noodzaak bij het biljarten. Opletten dus.

Nog een punt van aandacht belangrijk i.s.m. keuvoering en afstoot: Kort-Lang-Techniek!

Uw keu zal gemiddeld 480 tot 520 gram wegen en een bepaalde lengte hebben (130 a 150 cm, soms langer). Gewicht, lengte en zwaartepunt zijn mede bepalend voor de afstoot en het tempo waarmee u de speelbal in beweging brengt.

De keulengte tussen uw voor- en achterhand is ook belangrijk. Bij grote spelpatronen gebruik je de maximale lengte (en dus het gewicht) van de keu. Voorhand plaats je zo’n  20 a 25 cm van bal 1; achterhand sluit zich achterop de keu. Zodoende maak je gebruik van de maximale lengte en bewegingsruimte van de keu en kun je extreem lang en eventueel stevig afstoten.

Bij kleinere tot extreem compacte stootbeelden is het van belang de keu “lichter” en “korter” te maken. Hiervoor plaats je de voorhand dichter bij de speelbal om vervolgens de achterhand 30 tot 40 cm naar voren op het achterdeel v.d. keu te plaatsen. Je maakt de keu a.h.w. korter tussen je handen zodat je zachter en met minder keugewicht moet/kan afstoten.

Dus: kort spel> korte keu          lang spel> lange keu (tussen voor- en achterhand).

Ook dit wordt een automatisme maar u moet het uzelf echt wel aanleren. Dit techniekje voorkomt ongewenst touché EN te hard spel in de kleine ruimte. Het is niet te doen om stevig af te stoten met de keu “kort” tussen de handen zonder te forceren. Andersom is het heel lastig zacht en zuiver te spelen met totale gewicht en lengte v.d. keu.  Forceren kan, maar dat leidt tot afwijkingen in de keuvoering en is eigenlijk een doodzonde in de biljartsport.

U begrijpt dat er in die kort/lang/techniek allerlei nuances zitten. Het voorliggende spelpatroon bepaalt wat er moet gebeuren.  Maar uw aanleg en gevoel zeggen u uiteindelijk hoe groot de ruimte tussen uw voor- en achterhand is en bij welk patroon het voor u wel of niet goed uitpakt. Allemaal ervaring – allemaal uitproberen – allemaal concentratie.

WAT KOMT ER NOG MEER BIJ KIJKEN?

Iedereen begint met libre, het vrije spel maar lastig genoeg. Simpel gezegd: speelbal tegen de overige twee en voilà: 1 carambole! Voor een vervolg komt er het e.e.a. om de hoek kijken zoals tempo, dikte, bandspel, trekken, doorschieten, positiespel, effect ja/nee en concentratie.

Ik durf te stellen dat het voor iedereen mogelijk moet zijn om een gemiddelde van 1 tot 2 aan te leren. “Leren”, zeg ik en daarmee bedoel ik dat pure kennis, gekoppeld aan training en/of les u minimaal tot genoemd gemiddelde brengt. Is er sprake van talent, inzicht, staat u open voor tips en bent u bereid te trainen, dan houdt het uiteindelijk ook ergens op maar is niet te voorspellen waar………………….

LIBRE

Vrij caramboleren met als doel opbouw naar verzameling aan de (korte) band, gevolgd door de serie americain waarmee ‘toppers’ de partij kunnen uitspelen. Maar om tot ‘americain’ te komen, is er een heel scala aan eisen waaraan u moet voldoen om een goed librist te worden, zoals

TEMPO

Breder begrip dan u denkt! Baltempo, keutempo, bewegingstempo, u komt het allemaal tegen.

Ervan uitgaande dat haastige spoed zelden goed is, is tempobeheersing een basisvoorwaarde. ‘LAAG is dan het kernwoord. Hou bal, keu- en uw bewegingstempo zo laag mogelijk.

Ballen met 110 km over de tafel, een keu die een schokgolf veroorzaakt en een speler die als een wervelwind rond de tafel rent. Het bestaat…… maar goed is het niet!

STOOTTECHNIEKEN

Naast de lichaamshouding en keuvoering heeft u stoottechnieken nodig om te komen tot een carambole:

Rolstoot:      rollend (boven midden van de speelbal) gespeelde bal – botst direct op 2 en 3.

Bandstoot:   rollend met gebruikmaking van 1 of meerdere banden tussen bal 2 & 3.

Trekstoot:    direct zijwaarts of (schuin) achterwaarts van 2 naar 3. Onderin speelbal!

Doorschieten:         direct 99,9% recht door 2 heen naar 3. Speelbal hoog midden raken.

Losse band:  via 1 of meerdere banden bal 2 en 3 raken.

Snijstoot:     bandstoot waarbij bal 2 –liggend aan een band- wordt aangespeeld met –afhankelijk van positie bal 3- links of rechts effect. Loop speelbal: vanaf bal 2 licht in de band waarna op effect de speelbal bal 3 opzoekt. Speelbal iets boven het midden raken. Vereist veel training.

Piqué/Massé:         laat ik achterwege. Zijn zgn. reparatiestoten welke helaas veel te vaak worden gebruikt in (te) veel onnodige situaties. Een losse band is de oplossing.

AL DEZE STOOTTECHNIEKEN VALLEN OF STAAN MET EEN CORRECTE KEUVOERING EN AFSTOOT!!

EFFECT JA - EFFECT NEE?

Effect nodig voor een carambole? Nee dus! Effect is net als pikeren & masseren een hulpmiddel dat in vele gevallen achterwege gelaten kan worden.  Speelt u zuiver op dikte, is de stoothoogte op bal 1 goed, klopt het tempo en stoot u recht af dan is –let op- voor het maken van de carambole geen effect vereist.

Waar gebruik je effect dan wel voor? Posities op tafel bepalen het gebruik van effect.

Als de normale loop van uw speelbal vanaf bal 2 naar uw idee en inzicht niet voldoende is, kan het gebruik van iets links of rechts effect alsnog de carambolage op bal 3 bewerkstelligen.

Verder is het wenselijk om iets rechts of links af te stoten als u vanaf bal 2 links of rechts door een hoek moet. Dat bevordert het rollen en de afslag vanaf de banden zonder wezenlijk de beoogde loop van uw speelbal te veranderen. Alweer: effect is een hulpmiddel – geen NOODZAAK!

Tot slot gebruik je als gevorderde speler effect om bal 2 in een bepaalde positie te dwingen.

Vooral met trekstoten en dan gecombineerd met extreem dik aanspelen en niet te diep in de speelbal (de zgn. amorti-techniek) is het mogelijk bal 2 in de verzameling te drukken bij bal 3.

Ook met éénbanders waarbij bal 2 tegen of dicht aan de band ligt, is dit licht rollend mogelijk, al zijn deze drukstoten best gecompliceerd. BAL 2 erbij drukken (naar bal 3 brengen) betekent dikker raken dan nodig om puur de carambole te maken. Speelbal dreigt daardoor uit de band te lopen en bal 3 te missen. De toe te passen correctie met half doorschieten en contra-effect is zeer lastig en vergt veel training.

Tot slot:

Dit epistel is een kleine basis en zal ook vragen oproepen. Kom ermee en ik zal mijn best doen u e.e.a. te verduidelijken. Zien is beter dan lezen tenslotte.

En zoek eens op het internet als u een PC, laptop of iets dergelijks bezit. Er is een schat aan informatie voor handen op allerlei sites.

En dan het belangrijkste: PLEZIER!

U en ik moeten plezier erin hebben, het moet een feestje zijn aan het biljart en geen steeds hoger oplopende frustratie. Als u goed speelt, mooie series bouwt is dat UW verdienste; lukt het eens een keer niet, doet U het ook zelf! Het gebrek aan plezier deed mij besluiten te stoppen geruime tijd geleden en dat kan –besefte ik mij onlangs- de bedoeling nooit zijn!

Martien de Gier

Haarlem, juli 2016

Consumpties, rondjes en afrekenen

[07-01-2016] Hans Eekels, wnd voorzitter

  • Tegenwoordig kun je het als arbiter, schrijver of speler wel schudden; niemand geeft meer een rondje.
  • Ik schrijf niet meer in voor de PK's, veel te duur, vooral die finales.
  • Regelmatig reken ik € 35,00 af aan de bar en mijn medespelers nog geen € 5,00, terwijl die evenveel gedronken hebben.

Zo maar een paar opmerkingen waar we ons al jaren druk over maken en waar zowel aan de bar als op onze Facebook pagina heftig en emotioneel over wordt gediscussieerd.

Iedereen kent de situatie, iedereen heeft het er over en iedereen maakt zich er druk om, hetgeen de sfeer na afloop van welke biljartontmoeting dan ook er niet bepaald beter op maakt. Nu kun je twee dingen doen: er kennis van nemen en erin berusten onder het motto "zo zitten we nu eenmaal in elkaar", of je kunt het probleem op een tamelijk onorthodoxe manier oplossen. Uw bestuur gooit de knuppel in het hoederhok en komt met een voorstel dat er drastisch uitziet, maar waar geen nadelen aan kleven, doch alleen maar voordelen.

Voorstel
Tijdens wedstrijden, waar ook in ons district, geven we GEEN rondje meer. Iedereen bestelt alleen voor zich zelf en rekent dus ook alleen zijn of haar eigen consumpties af.

Ons voorstel betreft elke situatie waarin een biljartpartij wordt gespeeld, dus tijdens toernooien, team-ontmoetingen, voorwedstrijden en finales PK en ook de normale clubcompetitie bij de verenigingen. Dit lijkt op het eerste gezicht ingrijpend en niet zo vriendelijk, maar dat is het, na enige gewenning, echter niet. Waarom is het geven van rondjes eigenlijk een probleem? We noemen er een paar:

  • Niemand kan in de portemonnee van een ander kijken. Voor velen van ons zijn de kosten van het biljarten niet of nauwelijks meer op te brengen. Regelmatig worden wij geconfronteerd met leden die om die reden niet meer inschrijven voor PK-wedstrijden of toernooien. Met pijn in het hart, want ze zijn, zoals wij allemaal, verknocht aan hun hobby. Sommigen komen er eerlijk voor uit, geven geen rondje en drinken ook niet op kosten van een ander. Anderen schamen zich hiervoor (onnodig natuurlijk) en haken dus af.
  • Wie met 10 man (als voorbeeld) in een groep zit, waarbij iedereen geacht wordt een rondje te geven, dient vooral op te letten dat hij zelf aan de beurt komt voor een rondje om te voorkomen dat hij na afloop als profiteur wordt beschouwd.
  • Het komt regelmatig voor dat we in zo'n groep veel meer drinken dan we oorspronkelijk van plan waren. Dat kan ook niet anders, want iedereen moet aan de beurt komen. Noot: voor de lokaalhouders is dit geen probleem, maar onze verantwoordelijkheid als bestuur gaat als eerste naar onze leden.
  • Niet iedereen is "fair" als het gaat om een gelijkwaardige verdeling van de kosten. Iedereen kent de "meedrinkers" en de "gehaaiden" die als eerste een rondje geven als nog lang niet iedereen op de club is gearriveerd, om vervolgens vele rondjes meer te krijgen als alle leden wat later zijn aangeschoven (en ook wat meer zijn aangeschoten).

Zomaar een paar voorbeelden die ongetwijfeld als zeer herkenbaar worden beschouwd. Met ons voorstel is dit allemaal in een klap verleden tijd. Het is even wennen, maar de ervaringen die ondergetekende ermee heeft, zijn allemaal zeer positief. Dit systeem is (als proef) ingevoerd tijdens het recente Veteranentoernooi op 6 januari jl. bij OnderOns. Alleen maar "oudjes" (met respect !) en dus een belangrijke doelgroep van het financiële probleem. De reacties waren uitsluitend positief. NB: de omzet aan de bar schijnt behoorlijk minder te zijn geweest dan verleden jaar, maar nogmaals, we gunnen elke uitbater zijn inkomsten, maar het "biljartwelzijn" van onze leden heeft in deze prioriteit.

Wat doen we met onze arbiters?
Een uitzondering willen wij maken voor de arbiters die speciaal en alleen zijn opgeroepen om uw wedstrijd in goede banen te leiden; het gaat ons dus niet om team- of clubgenoten die uw partij staan te tellen. Wij stellen voor dat de 2 spelers per wedstrijd een consumptie aanbieden aan de arbiter en schrijver die op dat moment aan de tafel staan/zitten en waarbij elke speler dus één consumptie op zijn rekening laat zetten.

Tenslotte
Wij zijn ons ervan bewust dat de nieuwe manier van omgaan met rondjes een cultuurverandering is in ons biljartlandje. Van de andere kant denken wij ook dat deze voorgestelde nieuwe cultuur in ons district nu ook weer niet zo ingrijpend is, omdat de realiteit feitelijk al anders is dan vele decennia geleden. Om heel veel gemor en gemopper aan de bar te voorkomen, stellen wij gewoon voor om deze nieuwe manier van consumeren en zelf betalen breed in te voeren in ons district. Bijgaand een poster (hier te downloaden) die op elke club opgehangen kan worden, naast de bordjes "verboden te piqueren en te masseren" en "horloges af tijdens het biljarten".

Overbodig misschien, maar toch: wij kunnen als bestuur dit voorstel uiteraard niet afdwingen door het in onze statuten of reglementen op te nemen. Wij vragen dus uw medewerking om een grote ergenis binnen onze sport en hobby in één klap uit te bannen. Wij hebben daarbij alleen de situatie tijdens de wedstrijden op het oog; wat u daarna aan de bar weggeeft, is uiteraard geheel aan u en aan de inhoud van uw portemonnee, als dat maar weer niet leidt tot een verplichte wederkerigheid van uw collega's.

Teloorgang Koetshuis in HD

Haarlem, 11 maart 2015

Bron HD Zaterdag 23 januari 2016

 

GROEN VERDWIJNT UIT HAARLEM

Door Rob Spierenburg

Ooit was Haarlem een onvervalste biljartstad. In nagenoeg elke bruine kroeg bepaalde een biljart het interieur. De tijden zijn veranderd. Het massieve biljartmeubel, de drie ballen op de klok en het keuenrek aan de wand lonkten kansloos naar nieuwe generaties. In de ogen van de kroegbaas werd het statige biljart een ruimtevretende sta-in-de-weg. Weg ermee! Het Café biljart is in de Spaarnestad nagenoeg uitgestorven.

Ook de uitbaters van de vele biljartcentra die de stad rijk was, hielden het voor gezien. De legendarische biljartzaal van café-restaurant Brinkmann op de Grote Markt. Biljartparadijs Suisse aan de Rijksstraatweg in Haarlem-Noord. Biljartcentrum Arnoldy, ook in Noord. Ze sloten alle de deuren.

't Koetshuis aan het Klein Heiligland bleef lange tijd de uitzondering. Maar na de dood van eigenaar Koos Schilder heeft ook dit biljartcentrum zijn langste tijd gehad. Het pand staat te koop. Een doorstart als biljartcentrum is nagenoeg ondenkbaar. Dus is er binnenkort nog nauwelijks groen te vinden in Haarlem. Biljartlakengroen welteverstaan.

Met vijf kleine biljarts (230 cm x 115 centimeter) en twee matchtafels (284 cm x 142 centimeter) mag 't Koetshuis met recht een groot biljartcentrum worden genoemd. Daarbij staan er zeven pooltafels en drie snookertafels opgesteld. Het commercieel runnen van de twee speelzalen is anno 2016 onbegonnen werk. Het levert een uitbater te weinig euro's per vierkante meter op.

Verliezen

Als 't Koetshuis de stekker er uittrekt, verliezen vijf biljartverenigingen hun thuisbasis. Bovendien worden vele 65-plussers beroofd van hun heilige middagje gezamenlijk tegen een balletje stoten. Voor deze groep is biljarten veel meer een sociale bezigheid dan het beoefenen van een sport.

Het biljartdistrict Duinstreek die in deze regio de vele competities in goede banen leidt, maakt zich grote zorgen over de dreigende krapte in Kennemerland. Ook is er het besef dat er honderden recreanten op straat komen te staan.

Vandaar dat waarnemend voorzitter Hans Eekels van Duinstreek in gesprek is met uitbater Bas Lohman van Denksportcentrum 't Spaerne in Haarlem-Noord. In het enorme pand aan de oever van het Spaarne wordt gebridged, gedamd, geschaakt én gebiljart. 't Spaerne beschikt over vier kleine en twee grote tafels. Eekels heeft Lohman verzocht het aantal kleine tafels uit te breiden tot zes, zodat er in geval van sluiting van 't Koetshuis voldoende capaciteit is om de dakloze biljarters te huisvesten. Lohman beraadt zich over het verzoek.

De biljartproblematiek blijft vanzelfsprekend niet beperkt tot Haarlem. Ook in het dorp Oegstgeest was het kommer en kwel. Een groep onvervalste diehards kwam in actie. En met succes. Stichting Biljart Centrum Oegstgeest runt al jaren een prachtige locatie waarin acht kleine en twee grote biljarts intensief worden gebruikt. Ook door de jeugd. Bob van Ingen Schenau was nauw betrokken bij de oprichting.

Schappelijke prijs

,,Je richt een stichting op niet commerciële basis op en gaat vervolgens met de gemeente in gesprek om te kijken of er een terrein of pand beschikbaar is'', adviseert Van Ingen Schenau. ,,Een gemeente subsidieert tal van sporten. Dus waarom niet de biljartsport? In ons geval konden wij een gemeentelijk pand huren voor een zeer schappelijke prijs. Wij zijn alle biljartsclubs in Oegstgeest en omgeving gaan benaderen en direct spijkers met koppen gaan slaan. Ons centrum draait al jaren als een tierelier. Belangrijk is dat iedereen die wil biljarten er welkom is. Je moet je niet beperken tot de aangesloten clubleden. Want dan red je het niet. Ook overdag moet je vol zitten. Ome Henk moet bij ons terecht kunnen als tante Truus gaat stofzuigen en hem de deur uit bonjourt.''

Sportwethouder Merijn Snoek van de gemeente Haarlem is niet op de hoogte van de dreigende biljartkrapte en werd ook nooit benaderd om over de problematiek van gedachten te wisselen. ,,Natuurlijk heb ik oog voor de maatschappelijke waarde van de biljartsport. Ik zou zeggen, biljarters, organiseert u zich en definieer een vraag. Maar het beschikbaar stellen van een gemeentelijk pand tegen een symbolische huur zie ik in Haarlem niet een, twee, drie gebeuren.''

Onze sponsor Leef! in HD

Leef! voor derde keer in de prijzen

Haarlem, 11 maart 2015

HAARLEM - Voor het derde achtereenvolgende jaar vallen de makelaars van Leef! in Haarlem in de prijzen. Dit jaar zijn ze bij de verkiezing van de Woningmakelaar van het Jaar zelfs uitgeroepen tot de beste aankopende makelaar van het land.

Door Henk Geisth.geist@hollandmediacombinatie.nl - 10-12-2015,


 

In 2013 en 2014 wist Leef! de bokaal voor de beste verkopende makelaar van Noord-Holland binnen te halen bij de door het vakblad Vastgoed Actueel georganiseerde verkiezing. Dit jaar werd dus duidelijk dat de klanten Leef! ook als aankopende makelaar weten te waarderen.

Welk belang je ook aan dergelijke verkiezingen mag toekennen, voor een makelaarskantoor dat nog maar acht jaar bestaat mag je het een bijzondere prestatie noemen. Jochum Steur (36) begon in 2007 in zijn eentje met het kantoor op de begane grond van een pand aan het Staten Bolwerk met niet meer dan een Ikea-bureau, een laptop en een koffiemachine.

 

Gesternte

Een jaar later barstte de crisis op de huizenmarkt los, met een forse daling van de huizenprijzen en het aantal verkopen van huizen als gevolg. Geen gelukkig gesternte voor een startende ondernemer, zou je dan denken. Dat wordt door Steur weersproken.

,,De crisis was juist een groot voordeel. Als ik toen een kantoor met twintig man personeel had gehad was ik in de problemen gekomen, maar mijn bedrijf was nog klein en jong. Ik had geen hoge bedrijfskosten, geen dure leaseauto, geen contracten waar je aan vast zat. Ik kon juist vernieuwen, waardoor je een voorsprong kon krijgen op de concurrenten. Je leert het vak ook beter omdat je je in een stroeve markt meer moet inspannen om een huis te verkopen.’’

Is het bijvoorbeeld wel een verstandige zet om tot die aankoop over te gaan?

Inmiddels is de situatie op de huizenmarkt zeker in Haarlem geheel omgeslagen. De kopers staan weer in de rij voor een huis, vooral voor de gewilde woningen uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, het type huis waar de makelaars van Leef! in zijn gespecialiseerd.

Steur: ,,We hebben nu weer te maken met overbiedingen. Dan gaat het er als aankopende makelaar niet meer om zoveel mogelijk van een prijs af te krijgen, maar moet je voor je klant de beste bieding maken en de mogelijkheden in beeld brengen voor een sterk bod. Daarover moet je heel eerlijk communiceren met je klant. Is het bijvoorbeeld wel een verstandige zet om tot die aankoop over te gaan? Het gaat om een goed en betrouwbaar advies, zowel bij aan- als verkoop. Ik denk dat mensen daarom ook op ons hebben gestemd. We moesten bij de verkiezing tegen landelijke ketens opboksen, met duizenden klanten. Dat maakt het voor ons des te mooier om die prijs te winnen.’’

 

Internet

Bij Leef! werken nu acht mensen. Veel groter hoeft het kantoor ook niet worden, stelt Steur.

,,Misschien dat er nog een makelaar bij kan, maar dan barsten we in dit pand uit onze voegen. We hebben helemaal niet de ambitie om de grootste te worden, we zijn liever de beste dan de grootste. Voor ons is de lol een tevreden klant, daar gaat het om. En we willen inhaken op nieuwe ontwikkelingen. Internet gaat een steeds grotere rol spelen bij de aankoop van een woning, mensen gaan daar al zoeken voordat ze überhaupt in een huis gaan kijken. Wij gaan binnenkort 3D-brillen aanschaffen waarmee je op je iPhone of via ons kanaal op Youtube al virtueel in een woning kunt rondkijken. Maar echt rondlopen in een woning blijft het belangrijkste, het gaat om de beleving. Daar verwijst onze naam ook naar. Wonen draait om leven. Een huis is een stapel stenen, maar het gaat erom hoe je je in een huis voelt, want wonen bepaalt in belangrijke mate je geluksgevoel.’’

Heiliglanden

Haarlem, 11 maart 2015

Veritatum facientess in charitate

naar waarheid/juistheid opgetekend in genade

Bovenstaande titel stond op bundel XV geschreven door een lid van de provincie der Minnebroeders in de Nederlanden. Uitgave in 1954.

door Jan Larsen

Vanaf de zomer gaan we wekelijks naar ons nieuwe biljartonderkomen: Het Koetshuis aan het Klein Heiligland. Al een hele poos was ik nieuwsgierig hoe de namen "Groot Heiligland" en "Klein Heiligland" ontstaan waren. Oh ja, de verhalen gingen in het rond dat er vroeger een klooster gestaan had. Maar kloosters hadden wel duizend verschillende namen. Waarom dan Heiligland?

Daarom ging ik naar het archief van de gemeente Haarlem in de Jansstraat. Daar viel ik van de ene verbazing in de andere. Het archief is gehuisvest in de oude Janskerk in de Jansstraat. Van de Grote Markt af ligt rechts de Katholieke kerk met die naam. Er bijna recht tegenover is de oude gotische kerk uit de late M.E. Via eeuwenoude klinkertjes loop je naar de zijingang. Eenmaal binnen blijkt de kerk omgebouwd te zijn tot een hypermodern informatiecentrum, niet alleen voor de gemeente Haarlem, maar ook voor heel Noord Holland.

Via de portier, die je allervriendelijkst inschrijft en een lidmaatschapskaartje overhandigt, loop je de zaal in vol met computers en leestafels. Je neemt plaats en tikt op een van die Pc's de naam "Heilig Land" in. Zoekresultaat: nihil. Nog eens en nog eens geprobeerd. Ik naar de portier en leg hem mijn probleem uit. Heel gedienstig loopt hij mee en tikt de naam Heiligland in, dus zonder spatie. En zie: een rijtje titels van boeken waarin de Heiliglanden voorkomen. Daaruit blijkt dat ik niet de eerste ben die nieuwsgierig is naar die naam.

Inderdaad, daar -in die buurt- stond vroeger een klooster der Minderbroeders (onderafdeling van de Franciscanen). Een van die broeders had mijn vraag keurig beantwoord. In een 10 pagina's groot artikel, in bovengenoemde bundel, doet deze geschiedkundige uit de doeken waar de naam vandaan komt. Zijn verhaal zal ik in het kort hieronder vertellen.

 

 

De twee straten "Groot" en "Klein" hebben een gekromde vorm. Bij het ontstaan van deze straten stonden de huizen nog niet aan elkaar zoals nu. Om van afstand de huizen beter zichtbaar te maken had men de straten in een flauwe bocht gebouwd. Hoewel in het Frans Halsmuseum een gevelsteen bevestigd is met het jaartal 1608, is de Heiliglandbuurt al eerder ontstaan. Het grondgebied van het oude Elisabethgasthuis behoorde vroeger tot het bezit van de Minnebroeders-Observanten, die er rond 1458 tot 1578 een flink klooster hadden. Dit was voor vele stadshistorici de reden dat het grondgebied aldaar Heiligland genoemd werd. Maar de schrijvende broeder, waarvan ik citeer, was niet tevreden, daar deze historici slechts gisten. Hij groef verder in de annalen van de stad en ontdekte dat er verschillende manieren van uitleg bestonden.

1e uitleg van een zekere Allan: Het klooster van de Minnebroeders werd gebouwd op gewijde grond, dus heilige grond. Maar die Allan schreef: "naar het mij voorkomt". Zeker wist hij het dus niet.

2e uitleg van Nieuwenhuizen. Deze putte ook uit eigen koker. De broeders gaven het "convent" (dit is de belangrijkste plek van het klooster waar de broeders zelf gehuisvest zijn) de naam van Golgotha (= de berg waarop Christus aan het kruis gehangen werd). Haarlemmers gaven deze plek daarom de naam van "het Groote Heiligeland".

3e uitleg door Overmeer. Deze slimmerik gaf tenminste een bron waaruit hij zijn kennis peurde. Hij tekende aan dat ene Catharine Jansdochter Oly (†1651) ook wel Trijntje Oly genoemd, schreef over een sustergen in 't clooster waarvan haar voorouders uit het Heilig Land gekomen waren. Dit zustertje (Grietje Jans) sloot zich aan bij een groep godsvruchtige mensen die de gelofte van de derde regel van Sint Franciscus afgelegd hadden. Deze gelovigen mochten ook getrouwd zijn en door de heylichheit haers levens kreech deze plaats den naem van 't H.Lant. Snappen we het allemaal nog?

4e uitleg. Meneer Gonnet dacht in 1884 dat een klooster niet zomaar het Heiligland genoemd kon worden. Daar was in de hele wereld geen voorbeeld van. Dus spitte hij in de archieven en ontdekte dat er in 1484 een plan bestond om op die plek een kapel te bouwen met de naam Jerusalem, zoals men er ook een had in Utrecht en Leiden. Jerusalem verwees tenminste naar het echte Heilige Land.

Onze broeder waar ik mijn wijsheid vandaan heb, schreef dat ook deze Gonnet uit zijn duim zoog en de reden van de naamgeving volkomen waardeloos was. Natuurlijk was er al een kerk en klooster "Heiligland" genoemd. De plaatsnaam kwam daar vandaan. Heiloo heette vroeger Heylicheloo, en ook door de nabijheid van een klooster ontstond de naam: Heiligerlee. Onze beste schrijvende broeder groef nog verder in de papieren die onze stad bewaard heeft. Hij ontdekte het verbluffende feit dat al heel lang voor het klooster der Minnebroeders gebouwd werd dit gebied genoemd werd als "heiligland". De eerste bronnen dateren uit de jaren 1242 en iets later vanuit 1365. Dit historisch stukje grond bestaat dus al in de 13e en 14e eeuw. In 1354 werd deze Haarlemse wijk uitdrukkelijk genoemd met de naam Groot en Klein Heiligland. Voor de goede orde: De Heiliglanden ontwikkelden zich buiten de vesten van de stad Haarlem, een soort Schalkwijk van nu. Toen al uitbreiding van de stad. Waarom Groot en waarom Klein?

De grote straat had wat voornamere huizen dan de kleine. Zo werd om dezelfde reden de Grote en de Kleine Houtstraat genoemd. In het Grootheiligland stonden in 1431 slechts 16 huizen en in het Kleinheiligland 11. Nu is de naamgeving ineens kinderlijk eenvoudig geworden. Deze huizen werden al vele jaren volgens het archief van Haarlem bewoond door Jacop den ketelboeter en door Loureys die backer en door Pieter van der Werven en door Gherijt Jans toen maetselaer en door Claes Backer den moelner en door Jacob Jan tentmaker.

Deze mensen waren zonder uitzondering het gewone werkvolk, genoemd naar het ambacht dat zij uitoefenden. Met bakken, metselen en tentmaken moesten ze de kost verdienen. Van dit buurtje stond bekend dat deze mensen bijzonder "vroom" en "goedgeefs" waren ten opzichte van de wezen, de zieken en de oude van dagen en andere armen, zo staat geschreven. De giften namelijk die ze deden zijn allemaal genoteerd en bewaard gebleven in de archieven. Dit kan men dus nu nog controleren. Men noemde het gebied waar zulke brave mensen woonden het Heiligland. Toen de Minnebroeders een stukje grond zochten voor hun klooster (een eeuw later) paste het heel goed, dat ze dat deden in het bestaande "Heiligland".

Zo zie je dat het heiligdom niet alleen maar komt vanuit die zogenaamde "heilige" kerk. De priesters en monniken, de nonnen en de broeders zijn niet altijd het voorbeeld van het "heilige" leven. Wij gewone mensen - het zogenaamde klootjesvolk - kunnen ook weleens het voorbeeld geven. Dit verhaal is dus een eerbetoon aan de hardwerkende eerlijke arbeiders, die het presteren ook nog goed te doen aan de armen en behoeftige onder ons. Dit alles wel opgetekend door een Broeder van de heilige Kerk. Dat wel!!!!

Leuk hè, zo'n duik in de archieven van Haarlem, hier zomaar te bezoeken in de Jansstraat in het centrum.

 

Eerder gepubliceerd in de Info Club '70 in December 2007

Libre, basis van de biljartsport, kind van de rekening………………………

Haarlem, 10 februari 2015

Klassiek biljarten begint met vrij spel, het libre. Het is de basis waarop het biljarten rust: geen libre, geen vervolg! Tegelijkertijd is dit basisspel de meest verwaarloosde discipline (geworden), zeker in mijn blikveld de laatste –zeg maar- 20 jaar. Oorzaak? Bereikbaarheid andere disciplines op laag niveau (bandstoten, driebanden klein/groot), aandacht clubs e.v. (begeleiding/training), gebrek interesse (inzet) biljarter zelf (zoooo moooooiiiiii die matchtafel!!??)

Ter illustratie het volgende:

1. Bezocht laatst het NK 3e klasse libre klein in Woubrugge. Bolwerklid Richard Boelé –mijn overbuur- nam deel en dus ik effe kijken (altijd leuk natuurlijk!). Zaterdagmiddag twee volle ronden (acht partijen) gezien. Niet alleen gericht op Richard, maar altijd mijn ogen de kost gevend viel mij iets op: door ALLE deelnemers werd een combinatie band/driebanden gespeeld; geen libre! Directe trekstoot, cruciaal voor verzameling? Niet gezien. Bewust richting hoek/korte band spelen? Niet gezien! Zachtjes wit meenemen naar rood? Vergeet ’t maar! En nog opvallender: liep het toevallig op een trosje, dan sloeg de onzekerheid toe. Niemand gaf blijk van enig vertrouwen in de kleine ruimte; geen idee wat men ermee moest. En dat op zulk fantastisch materiaal…echt zo jammer!

2. Club/district/gewest/bond: ik heb bij al deze instanties niet het idee dat er echt structureel iets aan begeleiding/training gedaan wordt! Om met gewest/bond te beginnen, er is onlangs gewag gemaakt van nieuwe opleidingen Bondsinstructeur A en B. Geld meenemen, tijd investeren, dan zou je na je examen biljartend Nederland iets bij moeten brengen. O ja? Hoe? O ja, die initiatieven moeten uit die trainers ZELF komen. Dat schijn je ook te leren in die cursus. Veel succes dan maar. Districten en clubs erbij slepen? Is dat een idee? Zij zouden dit kunnen oppakken en structureel uitzetten m.m.v. lokaalhouders en zodoende voorwaarden scheppen waaronder die bondsinstructeurs aan de slag kunnen. Tsja, dat zou kunnen……….?! Duinstreek kent de Biljartacademie in Oegstgeest, maar ik hoor of lees er nooit wat over! Veel leden bij die Academie? Geen idee.

Ja, ik weet het: ik doe een beetje zuur hierover. Ik vind het namelijk zo jammer om die frustratie te zien bij spelers. Zelfs bij een NK –iets wat echt niet voor ieder van ons is weggelegd en een feestje hoort te zijn- druipt de teleurstelling eraf als er weer een ondermaats moyenne wordt afgeleverd. Let op: verlies hoort bij sport, dat is het probleem ook niet. Verlies en een flutmoyenne: dat hakt erin. Dat doet pijn, maar kan –op een incident na- best voorkomen worden. Waardoor? Door training, natuurlijk, maar ook door in iedere club leden te laten starten met libre en ze daarin te begeleiden. Door iedere biljarter ervan te overtuigen dat het ook echt met libre begint. Spelinzicht, techniek, houding, keuvoering, hard/zacht, direct/indirect spel, band en driebanden, verzamelstoten, alles zit in het libre. In de klasse extra libre stapte ik destijds pas over naar het kader en incidenteel bandstoten om er later nog regelmatig op terug te vallen. Liep het niet met kader, dan voelde ik me niets te groot om een paar partijtjes libre achter elkaar te spelen. Gewoon terug naar de basis, even terug naar het gevoel en inzicht in de kleine ruimte. Ik ken toppers op de matchtafel die zomaar eens even op de kleine tafel trainen. Ja, OOK libre en dat uitsluitend om het gevoel, het tikkie terug te krijgen. En Richard? Hij zette de kortste partij neer (11 brt), is een knokker tot en met, maar werd zesde met vier puntjes. Die verhouding klopt niet. Volgend seizoen als nipte tweedeklasser moet het anders, wil hij niet direct een halve degradatie oplopen. Kan ook, want het talent is er absoluut. Je weet waar ik woon Richard! Een paar tips & tricks en er gaat een wereld voor je open.

MdG