DRAMA IN OPTIMA FORMA………………….

Ach, een beetje overdreven natuurlijk. Als je bezig bent met je hobby kan het eigenlijk geen drama worden. Toch?

Nu, de C1-competitie is aangevangen in Doesburg en ik maakte na een afwezigheid van bijna 10 jaar mijn rentree op de “velden”. En dat heb ik geweten. Tegenstander Walter Janssen bleek een uiterst geconcentreerd en scherp spelende librist met 200 te maken crb’s. In mijn vorige biljartleven lag ik daar echt niet wakker van, wetende dat ik de 180 puntjes (soms) binnen tien beurtjes uit kon tikken. Maar de jaren gaan ook bij mij tellen en het gebrek aan uitdaging, training, wedstrijden enz. heeft mijn kwaliteiten danig doen afnemen. Walter speelde uitstekend EN liet uitstekende aanvangsposities voor mij achter. Maar ja, als je daar dan helemaal niets mee doet ben je kansloos. Na 6 beurten 100 om 1 was een stand die ik nog nooit in ruim veertig jaar had meegemaakt.

Er brak iets, déja-vu en het nare gevoel van 2012 -het jaar dat ik stopte- deed opgeld. Dat verdringend kwam ik toch niet verder dan een paar slordig en veel te hard gespeelde puntjes. Niet om aan te zien, gewoon niet wetend wat ik eraan kon of moest doen. Simpele ballen missend, ketsend, touché makend en zelfs een restez-dedans (knap hoor als je al geen bal raakt), alles overkwam mij. “Overkwam” is het goede woord; het leek wel of er een ander stond te spelen i.p.v. die 1e klasser van weleer. Uitslag: 51-200 in 13, moy 3,92. Teamgenoten Ronald en Roy Augustijn speelden gelukkig beduidend beter en pakten nog drie punten terug.

Verklaring? Geen! Ik zal moeten accepteren dat het allemaal een stuk minder is. En als dat mij lukt weet ik zeker dat het langzaam beter wordt. Want ook de vrije partijen zijn ver onder de oude maat ondanks dat ik drie keer per week meerdere uren aan de tafel sta. Gekke is dat ik wel plezier heb; mijn humeur lijdt er niet onder en ik kan erom lachen en dat was vroeger wel anders. De club- en ook de wedstrijdavond is gewoon gezellig en ik doe zoals gewoonlijk als laatste het licht uit.

Afijn, ik hoop dat jullie bij C’70 allemaal een betere start kennen in de competitie. Ik laat weten of en in hoeverre ik mij kan herstellen. Eén ding is zeker: 3,92 is te belachelijk voor woorden dus dat gaat veranderen. Maar plezier staat voorop en ik kan altijd nog gaan driebanden!!

Groeten uit Doesburg

MdG

IMPROVISEREN: combinatie van inzicht, techniek en training!

“Hoe kom je nu bij die kopregel?”, zult u mogelijk denken. Nou, liefhebber als ik ben van veel verschillende (team)sporten volg ik ook het voetbal. Vooral topteams als Barcelona, Manchester City, Bayern München, Juventus, Liverpool etc. hebben mijn aandacht. Ik zie dan systeemvoetbal, dat vooral door Pep Guardiola (Man.City) heilig is verklaard. En onlangs schreef ik hier een stukje over systeembiljart, waar ons driebandenteam erg mee bezig én succesvol is.

En nu komt het: ik schreef o.a. dat je als biljarter je individuele kwaliteiten, je eigen zekerheden nooit ondergeschikt moet maken aan het “systeem”. M.a.w. het systeem is een fantastisch hulpmiddel, maar niet zaligmakend. Die mening gaf wat controverse; niet iedereen was/is dat met mij eens en dat hoeft ook niet. Toch voel ik mij gesterkt in die mening als ik die topelftallen uit Duitsland, Engeland en Spanje de laatste weken zie opereren. Zij struikelen meer dan voorheen-in/over het aangeleerde systeem! Barca is soms onherkenbaar, Liverpool ineens kwetsbaar, City en Juventus wisselvallig en –in mindere mate- Bayern grillig. In een teamsport maak je afspraken en train je patronen. Ja, óók bij voetbal worden (loop)patronen getraind zodat iedere speler weet wat er om hem heen gebeurt bij balbezit en balverlies. Als individuele sporter (biljarter), maak je die afspraken a.h.w. met jezelf en train je de looplijnen tot je een ons weegt, ze met je ogen dicht kunt spelen.

Maar……… als de omstandigheden een andere aanpak vergen, de samenstelling van je team verandert, het veld (laken) zwaar loopt, blijkt het géén automatisme dat alles bij het vertrouwde systeem blijft. Kortom: dan is improvisatie gewenst, aanpassing aan de nieuw ontstane situatie. Barca had Xavi, Iniesta en Busquets als creatief middenveld. Xavi en Iniesta stopten en dat had een enorme impact op het spelsysteem. Nog steeds prima, maar bij lange na niet zo dominant. Na Bayern omgetoverd te hebben tot een voetbalmachine vertrok Guardiola naar City. Zijn voetbaldoctrine werkt daar ook, maar anders dan bij Bayern en eerder Barca. En waarom? Je moet er de spelers voor hebben! Je moet die 22 mannen (niet 11, maar 22 plus de keeper) volledig naar jouw idee laten acteren. Lukt dat – kijk naar Liverpool vorig seizoen- dan ben je onoverwinnelijk en rijgen de successen zich aaneen. Lopen er echter door transfers en blessures ineens heren tussen die het niet snappen, die het systeem niet oppakken dan dondert alles in elkaar en ben je kwetsbaar. Dat is momenteel bij City aan de hand. En ze kunnen niet improviseren, ze kunnen het aangeleerde niet loslaten om bijvoorbeeld wat opportunistischer te gaan voetballen. De tegenstander speelt hier ook nog eens op in, want ook die teams staan niet stil.

Wil je dat keren, wil je weer dominant worden dan moet je tijdens wedstrijden in staat zijn om te schakelen. M.a.w. je moet meerdere systemen en variabelen in je spel kunnen leggen. Bij basketbal zie je vaak een spelbepaler die met zijn vingers een aanvalspatroon aangeeft bij balbezit. Kennelijk zijn er net zoveel systemen als vingers want als je echt oplet dan zie je ineens andere looplijnen bij het opsteken 1,2 of meer vingers. Improviseren dus al naar gelang de situatie binnen de aangeleerde patronen.

Als biljarter heb je dat ook. Het materiaal kan e.e.a. bepalen (Royal Pro-lakens!), je tegenstander heeft invloed, je gevoel voor de ballen op het moment, je afstoot, bandafslag, noem maar op. En daarbinnen moet je kunnen schakelen, improviseren. Maak je naar mijn mening echter de fout om het systeem zalig te verklaren, dan ben je star in je spelopvatting en dus kwetsbaar.

Ach, dit soort overpeinzingen houden mij bezig op rustige momenten tijdens mij werk of als ik bijvoorbeeld voetbal zit te kijken. En het zijn allemaal mensen die het moeten uitvoeren, geen machines! Kijk maar naar de soms kolderieke fouten die men maakt. Jammer is het dan ook dat je vooral in de voetballerij net zo goed bent als je laatste wedstrijd en ik weinig oprecht spelplezier zie op de velden. Behalve bij Chelsea dan! Maar ja, die hebben een coach gebouwd uit voetbalgenen. Een mens met gevoel voor relativering, humor en jonge spelers met al hun fouten. Maar dat is weer een heel ander verhaal……..

MdG

Na een paar maanden ....

Nu ik weer een poosje bij Club70 over de vloer kom, trek ik de voorzichtige conclusie dat het een goede beslissing is de keu weer ter hand te nemen.

En niet om het biljarten zelf –ik heb één goed partijtje gespeeld en de rest is voor het “vergeetboek”- nee, het gaat om de contacten, het sociale gebeuren zoals Wil vd Braak het altijd omschreef.

De woensdag kenmerkt zich als een gezellige boel. Bridgers, schakers soms en dammers en natuurlijk is er het Groene Laken, dat altijd reuring brengt. Soms wat overduidelijk aanwezig maar hé, dat hoort erbij! Was vroeger qua klanten in de biljartcafé’s echt niet anders. De Clubleden komen binnen, spelen hun partijtje, hier en daar wordt wat gelest (lesgeven en de dorst lessen natuurlijk) en –zoals vroeger- doe ik meestal het licht uit na twaalven. Even napraten; gezellig en dus tikt zonder erg de klok door.

Remco vroeg mij onlangs om deelname aan het Jan Willemse Toernooi. Ik doe mee, maar weer om de gezelligheid. Zal wel moeten bandstoten of zo (niet mijn spelletje; daar kom ik eerlijk voor uit), maar dit toernooi en de club zijn belangrijker dan mijn insteek. Heb nog een beetje aan de wieg gestaan van de huidige opzet en ik kom toch dus kan ik net zo goed de keu pakken!

Wel zult u mij niet alle clubavonden zien. Ik werk nog steeds en het komt voor dat ik de puf niet meer heb om ’s-avonds de deur uit te gaan. Laatst kwam ik wat later op clubavond binnen zonder keu: had geen zin om te spelen (rug- en schouders werken vaak niet mee), maar beleefde toch weer een gezellige avond. Jessica moest ons er weer uitschoppen tegen eenen!

Af en toe op stap met de driebanders, clubavondjes, Jan Willemse Toernooi, misschien nog een finale hier en daar, enkele keer op bezoek bij de Kadercompetitie (Spaarndam) of de Topteammannen (Oegstgeest) en mijn kinderhand is qua biljarten weer gevuld.

Toekomstplannen zijn er ook. Voorzichtig denk ik erover om in te schrijven voor het districtskader volgend voorjaar in Oegstgeest. Moet ik wel een beetje vorm genereren; voor 8 of 10 gemiddeld met pijn doe ik het niet als voormalig eersteklasser. Van een heel andere orde is de mogelijkheid dat Astrid en ik eind volgend jaar, begin 2021 verhuizen naar een andere provincie. Maar dan blijf ik toch lid of donateur en wie weet wat er elders voor contacten opbloeien. Club70 op bezoek in de Achterhoek of zo? Je weet maar nooit tenslotte.

MdG

Terug van weggeweest

Woensdag 5 juni, eerste clubavond!

Naar uitgekeken? Ja, zeker wel. Weer enthousiast gemaakt door het driebandenteam, de bezoekjes in de competitie en tijdens de kwalificaties, meldde ik mij kort geleden aan bij René Verkaik. Nu, het antwoord liet niet lang op zich wachten: ik was welkom!

5 Juni dus de hernieuwde kennismaking en het eerste partijtje kader. Nu, de kennismaking liep als vanouds. Veruit de meeste leden ken ik zeer goed en zij mij. Zag ook enkele minder bekenden, maar in de komende weken maken we zeker nader kennis.

Het voelde direct vertrouwd zo die eerste clubavond. Na een bakje koffie en wat gesprekjes hier en daar het eerste “optreden”; een partijtje met Paul Mans. Paul startte ijzersterk: 30 in zes beurten, openingsserie 12! Ik miste de meest simpele balletjes; even wennen? Nou, denk van wel. Ik heb best de afgelopen jaren af en toe met een keu in de hand gestaan, maar altijd alleen. Effe wat tijdverdrijf; effe een paar lijntjes op de tafel en net doen alsof je het nog kan. Ja, doen alsof! Want weet u, mijn grootmoeder zei het al: ‘Waar afgaat en niet bijkomt, hou je op den duur weinig over!” En dat is zo getuige mijn 50 puntjes in 11 beurten: het leek nergens op.

Oma zei ook “na regen komt zonneschijn” en dat bleek: ineens een serie van 66 en het leek er weer eventjes op. Later nog iets van 50 maar het was te weinig om de goed spelende Paul af te houden van… ja, waarvan eigenlijk? Winnen in zo’n vrij partijtje is niet van belang. De manier waarop! Daar gaat ’t om en Paul legde een prima partijtje neer op het groene laken.

De avond liep wat vroeg af. Dat kwam omdat er erg slecht weer voorspeld was en men terecht liever thuis was dan met noodweer in het Denksportcentrum.

Nog even nagepraat met Peter de Wit, Walter Beekman en wat langer met Jan Larsen. Ook dat was weer ouderwets. Jan en ik begrijpen elkaar al langer dan vandaag, bezien vaak de dingen op dezelfde manier en –en dat helpt ook- we kennen elkaar nu ruim 40 jaar!

Kortom: het was een leuke hernieuwde kennismaking. Ook Arda is er weer! Andere leden miste ik nog maar o.a. vakanties zijn daar debet aan.

Kan ik mijn oude niveau halen? Weet u, dat maakt mij niet meer uit. Ook ik ben ouder, het lijf protesteert soms heftig en de concentratie is lastiger. Maar denk erom: de serie van 100 komt eraan! Tegen wie? Maakt dat wat uit? Nee dus. Als je maar plezier hebt…………….

Hopelijk op een lang verblijf………….Proost en tot gauw.

Martien de Gier

TEAMGEEST DOET WONDEREN…………………………………

Haarlem, 6 mei 2019

Toen bij Club’70 besloten werd een driebandenteam op te tuigen, ging men niet over één nacht ijs. Uit eigen gelederen liepen er twee goede bandspelers rond: René Verkaik en Remco Kroder. Door de contacten met Peter de Wit (leider Groene Laken op de woensdag clubavond) bleek dat hij best geïnteresseerd was in een nieuwe uitdaging naast zijn capriolen op de matchtafel (dat was drie)! Walter Beekman trad ook toe, zij het voor de uitwedstrijden. Thuis, op woensdag, speelt hij met  een vaste maat op de matchtafel en die traditie werd niet verbroken. Enthousiast als hij is blijkens zijn sponsorschap van Club’70 en dus ook nu in dit competitieteam volgden zo af en toe een paar lesjes. Broodnodig natuurlijk als je volkomen ervaringloos de competitie instapt en dan nog met driebanden ook!

Met de Wit, Verkaik en Kroder was de basis gelegd. Zij draaien al jaren mee, kennen het klappen van de zweep EN –heel belangrijk- zijn nog steeds bereid te leren. Naast prima materiaal volgden lessen bij Raymond Burgman en werd er getraind. Ook Beekman nam daaraan zoveel mogelijk deel en zo ontstond een hecht team dat in meerdere opzichten prima harmonieert. Vlak het niet uit, het is donders belangrijk dat er naast biljarten gezamenlijke interesses zijn EN dat de inzet, spelopvatting en “biljarthumor” (meestal wat cynisch) door een ieder juist opgevat wordt.

Nou, ik kan u zeggen dat dit team zeer hecht is. Op ALLE vlakken!!

Afijn, de competitie heb ik uit en thuis meerdere malen bezocht. In de bereikte play-off moest Bolwerk eraan geloven en dus naar de kwalificatie in Hoorn (Horna). Mijn ervaring is dat het materiaal daar erg verschillend kan uitpakken. Vaak redelijk tot goed, soms ronduit beroerd hetgeen je niet verwacht van de grootste biljartvereniging van Nederland. Nu, voor driebanden sloeg het erg kort en soms ronduit raar af, konden de lakens schoner om over de ballen maar te zwijgen. Maar goed, dat geldt voor iedereen al is prettig spelen op dat moment ver weg. De poule werd gewonnen met vooral Kroder en de Wit in een excellente rol. René herstelde zich prima en Walter knokte zich ook naar 1x winst. De teamindeling, vooraf door Remco gemaakt, klopte. Via Biljartpoint kun je een beetje bepalen tegen wie je uitkomt om daarop de tactiek te bepalen. Poulewinnaar dus en door naar de halve eindstrijd. Via app-contact (ik kon niet mee die dag) bleek dat de mannen weer goed meededen. Remco even iets minder, maar René, Walter en Peter compenseerden dit met sterke optredens. En GAAN, altijd blijven GAAN voor ieder punt. Dat zou nog belangrijk worden…….

Poulewinnaar dus en op zondag 5 mei de finale met daarin o.a. het team van Tom Beemsterboer, veruit de beste driebander op klein die ik ooit gezien heb. Hij moet er ook 70!!!! Ga er maar aan staan. Lezers, het werd die zondag een thriller van de eerste orde. Walter zakte vreselijk door het ijs met slechts 12 van zijn 25 crb’s. René verloor op 1 luizig puntje en Peter ging op 3 crb’s onderuit tegen Beemsterboer. Geen lekkere start maar nog niets verloren. Remco sloeg terug, René klopte in een hoogstaande partij Rob Levering met een viertje als slot en Peter herstelde zich door ruim boven de één gemiddeld af te tikken. Tsja, en toen Remco remiseerde tegen Theo Hoogland (ja, de broer van Cor) kwam alles neer op de debuterende Walter Beekman. Hij MOEST winnen, maakte er op het “1 en nog 3” twee om vervolgens via een totale miskleun een klos te veroorzaken die zijn weerga niet kent en nog steeds in Hoorn nadondert: erop, uit en Club70 kampioen op percentage en door naar het NK op 22 juni!

Alles kwam bij elkaar die zondag in Hoorn. En dat NK? Een titel is- met dezelfde inzet, mentaliteit en humor- zeker niet denkbeeldig. Ik ga mee. U ook?

Martien de Gier

Heiliglanden

Haarlem, 11 maart 2015

Veritatum facientess in charitate

naar waarheid/juistheid opgetekend in genade

Bovenstaande titel stond op bundel XV geschreven door een lid van de provincie der Minnebroeders in de Nederlanden. Uitgave in 1954.

door Jan Larsen

Vanaf de zomer gaan we wekelijks naar ons nieuwe biljartonderkomen: Het Koetshuis aan het Klein Heiligland. Al een hele poos was ik nieuwsgierig hoe de namen "Groot Heiligland" en "Klein Heiligland" ontstaan waren. Oh ja, de verhalen gingen in het rond dat er vroeger een klooster gestaan had. Maar kloosters hadden wel duizend verschillende namen. Waarom dan Heiligland?

Daarom ging ik naar het archief van de gemeente Haarlem in de Jansstraat. Daar viel ik van de ene verbazing in de andere. Het archief is gehuisvest in de oude Janskerk in de Jansstraat. Van de Grote Markt af ligt rechts de Katholieke kerk met die naam. Er bijna recht tegenover is de oude gotische kerk uit de late M.E. Via eeuwenoude klinkertjes loop je naar de zijingang. Eenmaal binnen blijkt de kerk omgebouwd te zijn tot een hypermodern informatiecentrum, niet alleen voor de gemeente Haarlem, maar ook voor heel Noord Holland.

Via de portier, die je allervriendelijkst inschrijft en een lidmaatschapskaartje overhandigt, loop je de zaal in vol met computers en leestafels. Je neemt plaats en tikt op een van die Pc's de naam "Heilig Land" in. Zoekresultaat: nihil. Nog eens en nog eens geprobeerd. Ik naar de portier en leg hem mijn probleem uit. Heel gedienstig loopt hij mee en tikt de naam Heiligland in, dus zonder spatie. En zie: een rijtje titels van boeken waarin de Heiliglanden voorkomen. Daaruit blijkt dat ik niet de eerste ben die nieuwsgierig is naar die naam.

Inderdaad, daar -in die buurt- stond vroeger een klooster der Minderbroeders (onderafdeling van de Franciscanen). Een van die broeders had mijn vraag keurig beantwoord. In een 10 pagina's groot artikel, in bovengenoemde bundel, doet deze geschiedkundige uit de doeken waar de naam vandaan komt. Zijn verhaal zal ik in het kort hieronder vertellen.

 

 

De twee straten "Groot" en "Klein" hebben een gekromde vorm. Bij het ontstaan van deze straten stonden de huizen nog niet aan elkaar zoals nu. Om van afstand de huizen beter zichtbaar te maken had men de straten in een flauwe bocht gebouwd. Hoewel in het Frans Halsmuseum een gevelsteen bevestigd is met het jaartal 1608, is de Heiliglandbuurt al eerder ontstaan. Het grondgebied van het oude Elisabethgasthuis behoorde vroeger tot het bezit van de Minnebroeders-Observanten, die er rond 1458 tot 1578 een flink klooster hadden. Dit was voor vele stadshistorici de reden dat het grondgebied aldaar Heiligland genoemd werd. Maar de schrijvende broeder, waarvan ik citeer, was niet tevreden, daar deze historici slechts gisten. Hij groef verder in de annalen van de stad en ontdekte dat er verschillende manieren van uitleg bestonden.

1e uitleg van een zekere Allan: Het klooster van de Minnebroeders werd gebouwd op gewijde grond, dus heilige grond. Maar die Allan schreef: "naar het mij voorkomt". Zeker wist hij het dus niet.

2e uitleg van Nieuwenhuizen. Deze putte ook uit eigen koker. De broeders gaven het "convent" (dit is de belangrijkste plek van het klooster waar de broeders zelf gehuisvest zijn) de naam van Golgotha (= de berg waarop Christus aan het kruis gehangen werd). Haarlemmers gaven deze plek daarom de naam van "het Groote Heiligeland".

3e uitleg door Overmeer. Deze slimmerik gaf tenminste een bron waaruit hij zijn kennis peurde. Hij tekende aan dat ene Catharine Jansdochter Oly (†1651) ook wel Trijntje Oly genoemd, schreef over een sustergen in 't clooster waarvan haar voorouders uit het Heilig Land gekomen waren. Dit zustertje (Grietje Jans) sloot zich aan bij een groep godsvruchtige mensen die de gelofte van de derde regel van Sint Franciscus afgelegd hadden. Deze gelovigen mochten ook getrouwd zijn en door de heylichheit haers levens kreech deze plaats den naem van 't H.Lant. Snappen we het allemaal nog?

4e uitleg. Meneer Gonnet dacht in 1884 dat een klooster niet zomaar het Heiligland genoemd kon worden. Daar was in de hele wereld geen voorbeeld van. Dus spitte hij in de archieven en ontdekte dat er in 1484 een plan bestond om op die plek een kapel te bouwen met de naam Jerusalem, zoals men er ook een had in Utrecht en Leiden. Jerusalem verwees tenminste naar het echte Heilige Land.

Onze broeder waar ik mijn wijsheid vandaan heb, schreef dat ook deze Gonnet uit zijn duim zoog en de reden van de naamgeving volkomen waardeloos was. Natuurlijk was er al een kerk en klooster "Heiligland" genoemd. De plaatsnaam kwam daar vandaan. Heiloo heette vroeger Heylicheloo, en ook door de nabijheid van een klooster ontstond de naam: Heiligerlee. Onze beste schrijvende broeder groef nog verder in de papieren die onze stad bewaard heeft. Hij ontdekte het verbluffende feit dat al heel lang voor het klooster der Minnebroeders gebouwd werd dit gebied genoemd werd als "heiligland". De eerste bronnen dateren uit de jaren 1242 en iets later vanuit 1365. Dit historisch stukje grond bestaat dus al in de 13e en 14e eeuw. In 1354 werd deze Haarlemse wijk uitdrukkelijk genoemd met de naam Groot en Klein Heiligland. Voor de goede orde: De Heiliglanden ontwikkelden zich buiten de vesten van de stad Haarlem, een soort Schalkwijk van nu. Toen al uitbreiding van de stad. Waarom Groot en waarom Klein?

De grote straat had wat voornamere huizen dan de kleine. Zo werd om dezelfde reden de Grote en de Kleine Houtstraat genoemd. In het Grootheiligland stonden in 1431 slechts 16 huizen en in het Kleinheiligland 11. Nu is de naamgeving ineens kinderlijk eenvoudig geworden. Deze huizen werden al vele jaren volgens het archief van Haarlem bewoond door Jacop den ketelboeter en door Loureys die backer en door Pieter van der Werven en door Gherijt Jans toen maetselaer en door Claes Backer den moelner en door Jacob Jan tentmaker.

Deze mensen waren zonder uitzondering het gewone werkvolk, genoemd naar het ambacht dat zij uitoefenden. Met bakken, metselen en tentmaken moesten ze de kost verdienen. Van dit buurtje stond bekend dat deze mensen bijzonder "vroom" en "goedgeefs" waren ten opzichte van de wezen, de zieken en de oude van dagen en andere armen, zo staat geschreven. De giften namelijk die ze deden zijn allemaal genoteerd en bewaard gebleven in de archieven. Dit kan men dus nu nog controleren. Men noemde het gebied waar zulke brave mensen woonden het Heiligland. Toen de Minnebroeders een stukje grond zochten voor hun klooster (een eeuw later) paste het heel goed, dat ze dat deden in het bestaande "Heiligland".

Zo zie je dat het heiligdom niet alleen maar komt vanuit die zogenaamde "heilige" kerk. De priesters en monniken, de nonnen en de broeders zijn niet altijd het voorbeeld van het "heilige" leven. Wij gewone mensen - het zogenaamde klootjesvolk - kunnen ook weleens het voorbeeld geven. Dit verhaal is dus een eerbetoon aan de hardwerkende eerlijke arbeiders, die het presteren ook nog goed te doen aan de armen en behoeftige onder ons. Dit alles wel opgetekend door een Broeder van de heilige Kerk. Dat wel!!!!

Leuk hè, zo'n duik in de archieven van Haarlem, hier zomaar te bezoeken in de Jansstraat in het centrum.

 

Eerder gepubliceerd in de Info Club '70 in December 2007