Heiliglanden

Haarlem, 11 maart 2015

Veritatum facientess in charitate

naar waarheid/juistheid opgetekend in genade

Bovenstaande titel stond op bundel XV geschreven door een lid van de provincie der Minnebroeders in de Nederlanden. Uitgave in 1954.

door Jan Larsen

Vanaf de zomer gaan we wekelijks naar ons nieuwe biljartonderkomen: Het Koetshuis aan het Klein Heiligland. Al een hele poos was ik nieuwsgierig hoe de namen "Groot Heiligland" en "Klein Heiligland" ontstaan waren. Oh ja, de verhalen gingen in het rond dat er vroeger een klooster gestaan had. Maar kloosters hadden wel duizend verschillende namen. Waarom dan Heiligland?

Daarom ging ik naar het archief van de gemeente Haarlem in de Jansstraat. Daar viel ik van de ene verbazing in de andere. Het archief is gehuisvest in de oude Janskerk in de Jansstraat. Van de Grote Markt af ligt rechts de Katholieke kerk met die naam. Er bijna recht tegenover is de oude gotische kerk uit de late M.E. Via eeuwenoude klinkertjes loop je naar de zijingang. Eenmaal binnen blijkt de kerk omgebouwd te zijn tot een hypermodern informatiecentrum, niet alleen voor de gemeente Haarlem, maar ook voor heel Noord Holland.

Via de portier, die je allervriendelijkst inschrijft en een lidmaatschapskaartje overhandigt, loop je de zaal in vol met computers en leestafels. Je neemt plaats en tikt op een van die Pc's de naam "Heilig Land" in. Zoekresultaat: nihil. Nog eens en nog eens geprobeerd. Ik naar de portier en leg hem mijn probleem uit. Heel gedienstig loopt hij mee en tikt de naam Heiligland in, dus zonder spatie. En zie: een rijtje titels van boeken waarin de Heiliglanden voorkomen. Daaruit blijkt dat ik niet de eerste ben die nieuwsgierig is naar die naam.

Inderdaad, daar -in die buurt- stond vroeger een klooster der Minderbroeders (onderafdeling van de Franciscanen). Een van die broeders had mijn vraag keurig beantwoord. In een 10 pagina's groot artikel, in bovengenoemde bundel, doet deze geschiedkundige uit de doeken waar de naam vandaan komt. Zijn verhaal zal ik in het kort hieronder vertellen.

 

 

De twee straten "Groot" en "Klein" hebben een gekromde vorm. Bij het ontstaan van deze straten stonden de huizen nog niet aan elkaar zoals nu. Om van afstand de huizen beter zichtbaar te maken had men de straten in een flauwe bocht gebouwd. Hoewel in het Frans Halsmuseum een gevelsteen bevestigd is met het jaartal 1608, is de Heiliglandbuurt al eerder ontstaan. Het grondgebied van het oude Elisabethgasthuis behoorde vroeger tot het bezit van de Minnebroeders-Observanten, die er rond 1458 tot 1578 een flink klooster hadden. Dit was voor vele stadshistorici de reden dat het grondgebied aldaar Heiligland genoemd werd. Maar de schrijvende broeder, waarvan ik citeer, was niet tevreden, daar deze historici slechts gisten. Hij groef verder in de annalen van de stad en ontdekte dat er verschillende manieren van uitleg bestonden.

1e uitleg van een zekere Allan: Het klooster van de Minnebroeders werd gebouwd op gewijde grond, dus heilige grond. Maar die Allan schreef: "naar het mij voorkomt". Zeker wist hij het dus niet.

2e uitleg van Nieuwenhuizen. Deze putte ook uit eigen koker. De broeders gaven het "convent" (dit is de belangrijkste plek van het klooster waar de broeders zelf gehuisvest zijn) de naam van Golgotha (= de berg waarop Christus aan het kruis gehangen werd). Haarlemmers gaven deze plek daarom de naam van "het Groote Heiligeland".

3e uitleg door Overmeer. Deze slimmerik gaf tenminste een bron waaruit hij zijn kennis peurde. Hij tekende aan dat ene Catharine Jansdochter Oly (†1651) ook wel Trijntje Oly genoemd, schreef over een sustergen in 't clooster waarvan haar voorouders uit het Heilig Land gekomen waren. Dit zustertje (Grietje Jans) sloot zich aan bij een groep godsvruchtige mensen die de gelofte van de derde regel van Sint Franciscus afgelegd hadden. Deze gelovigen mochten ook getrouwd zijn en door de heylichheit haers levens kreech deze plaats den naem van 't H.Lant. Snappen we het allemaal nog?

4e uitleg. Meneer Gonnet dacht in 1884 dat een klooster niet zomaar het Heiligland genoemd kon worden. Daar was in de hele wereld geen voorbeeld van. Dus spitte hij in de archieven en ontdekte dat er in 1484 een plan bestond om op die plek een kapel te bouwen met de naam Jerusalem, zoals men er ook een had in Utrecht en Leiden. Jerusalem verwees tenminste naar het echte Heilige Land.

Onze broeder waar ik mijn wijsheid vandaan heb, schreef dat ook deze Gonnet uit zijn duim zoog en de reden van de naamgeving volkomen waardeloos was. Natuurlijk was er al een kerk en klooster "Heiligland" genoemd. De plaatsnaam kwam daar vandaan. Heiloo heette vroeger Heylicheloo, en ook door de nabijheid van een klooster ontstond de naam: Heiligerlee. Onze beste schrijvende broeder groef nog verder in de papieren die onze stad bewaard heeft. Hij ontdekte het verbluffende feit dat al heel lang voor het klooster der Minnebroeders gebouwd werd dit gebied genoemd werd als "heiligland". De eerste bronnen dateren uit de jaren 1242 en iets later vanuit 1365. Dit historisch stukje grond bestaat dus al in de 13e en 14e eeuw. In 1354 werd deze Haarlemse wijk uitdrukkelijk genoemd met de naam Groot en Klein Heiligland. Voor de goede orde: De Heiliglanden ontwikkelden zich buiten de vesten van de stad Haarlem, een soort Schalkwijk van nu. Toen al uitbreiding van de stad. Waarom Groot en waarom Klein?

De grote straat had wat voornamere huizen dan de kleine. Zo werd om dezelfde reden de Grote en de Kleine Houtstraat genoemd. In het Grootheiligland stonden in 1431 slechts 16 huizen en in het Kleinheiligland 11. Nu is de naamgeving ineens kinderlijk eenvoudig geworden. Deze huizen werden al vele jaren volgens het archief van Haarlem bewoond door Jacop den ketelboeter en door Loureys die backer en door Pieter van der Werven en door Gherijt Jans toen maetselaer en door Claes Backer den moelner en door Jacob Jan tentmaker.

Deze mensen waren zonder uitzondering het gewone werkvolk, genoemd naar het ambacht dat zij uitoefenden. Met bakken, metselen en tentmaken moesten ze de kost verdienen. Van dit buurtje stond bekend dat deze mensen bijzonder "vroom" en "goedgeefs" waren ten opzichte van de wezen, de zieken en de oude van dagen en andere armen, zo staat geschreven. De giften namelijk die ze deden zijn allemaal genoteerd en bewaard gebleven in de archieven. Dit kan men dus nu nog controleren. Men noemde het gebied waar zulke brave mensen woonden het Heiligland. Toen de Minnebroeders een stukje grond zochten voor hun klooster (een eeuw later) paste het heel goed, dat ze dat deden in het bestaande "Heiligland".

Zo zie je dat het heiligdom niet alleen maar komt vanuit die zogenaamde "heilige" kerk. De priesters en monniken, de nonnen en de broeders zijn niet altijd het voorbeeld van het "heilige" leven. Wij gewone mensen - het zogenaamde klootjesvolk - kunnen ook weleens het voorbeeld geven. Dit verhaal is dus een eerbetoon aan de hardwerkende eerlijke arbeiders, die het presteren ook nog goed te doen aan de armen en behoeftige onder ons. Dit alles wel opgetekend door een Broeder van de heilige Kerk. Dat wel!!!!

Leuk hè, zo'n duik in de archieven van Haarlem, hier zomaar te bezoeken in de Jansstraat in het centrum.

 

Eerder gepubliceerd in de Info Club '70 in December 2007