Aflevering 23

Haarlem, 1 april 2021

Geen dag meer hetzelfde!

In deze coronatijd heb ik een beetje een vast patroon om mijn dagen door te komen.

Na mijn wekker hartgrondig verwenst te hebben, en mijn ergernissen binnensmonds onverstaanbaar in mijn kussen gedeponeerd te hebben over het net gehoorde nieuws van 8.00 uur, besluit ik toch maar een kwartiertje later, mijn inwitte benen buiten boord te gooien.

Voor ik mijn humeur weer op orde heb, moet er het een en ander gebeuren. In ieder geval het indirect licht (Led) boven de keukenkastjes aan. Dan zie ik het koffiezetapparaat beter. Want dat is het volgende grote doel. Zonder koffie geen dag om te genieten. Dan een half uur poedelen in de badkamer. Vervolgens minstens vijf minuten (soms een kwartier) overdenken welke kleren ik vandaag zal aantrekken en dan het ontbijt klaar maken. Zachtjes hoor ik het doorlopen van het water in de koffiemaker. Dat is geruststellend. Staat mijn boterhammetje op de eetkamertafel klaar met daarnaast een dampend kopje koffie.... Dan met mondkapje voor, naar beneden voor de kranten. De Volkskrant en het Haarlems Dagblad. Eenmaal weer boven ,dan kan de dag beginnen. De ellende van de wereld consumeren, met een hap brood in mijn mond.

Intussen is het “bromhumeur” van een uur eerder verdwenen, en de ellende uit de kranten glijden gelukkig vrij snel van mij af.

Zo dat is dan het begin van elke dag. Bijna elke dag!

Vrijdag 12 maart belde onze voorzitter Remco op. Gelukkig had ik mijn 2e kopje koffie naast mij staan. Ik heb slecht nieuws voor je, zo was zijn inleiding. In een flits ging van alles door mijn hoofd. Iemand ontslagen door corona? Iemand heeft een ongeluk gehad? Iemand die zijn lidmaatschap  heeft opgezegd? Nee , het was erger.

En hij vertelde het lot van onze Kees de Groot en zijn vrouw Gerda.

En dan zie ik meteen Kees voor me staan, zoals hij de biljartzaal binnenkomt. Een beetje schuifelend en rondkijkend. Altijd met weinig woorden, maar supervriendelijk. Goede avond zei Kees dan en met een consumptie neemt hij plaats aan de zijkant en wacht geduldig tot het zijn beurt is om te spelen.

Die bescheiden maar ook humoristische man ligt nu in het ziekenhuis te knokken voor zijn leven.

En dat beeld laat mij niet los. En dan het bericht van Wil een paar dagen later dat ook zijn vrouw er slecht aan toe is. En ook zij is opgenomen en zij liggen nu naast elkaar wachtend wat het lot hen brengt. Overgeleverd aan de goede zorgen van het verplegend personeel.

Maar vanaf nu is geen dag voor mij hetzelfde. Wat zouden die twee nog tegen elkaar zeggen? Blijven ze knokken, of leggen ze het bijltje erbij neer?

Even een opleving. Kees is van de beademing af en overgeplaatst naar een verpleeghuis om te revalideren.

Dan weer een domper. Kees is weer terug in het ziekenhuis. Hij kreeg een herseninfarct. En Kees is onrustig en opstandig. Ik hoor hem bijna zeggen: “Ik wil dit niet!” Kees die rustige man is opstandig. Zo ken ik hem niet.

Het krantennieuws lees ik nu 's morgens via de “koppen”. Veel vaker kijk ik op mijn mobiel naar de app's en de e-mails of er van Kees en Gerda nog nieuws is.

De regelmaat, het patroon zoals ik elke dag begin, is verbroken.

En hoe wrang: jl. zondag (28 maart) was Kees jarig en werd 81. Dat heeft Kees niet meer bewust meegemaakt. En de dag erna verslechterde de situatie. Met de familie was al afgesproken om geen levensverlengende behandelingen te doen.

Kees kwam dinsdag naar huis, naar het huis waar hij zijn levenlang gewoond heeft. Gerda mocht ook naar huis. En de familie kon afscheid nemen.

Ik had nog zo graag willen zeggen: Kees, wordt alsjeblieft weer beter. Kom gauw naar huis met Gerda  en laat het weer zo zijn als vroeger! Jij bent ons rustpunt in ons cluppie! Geeft mij mijn dagpatroon weer terug!

Op een andere manier kwam je wel naar huis. Je kwam om afscheid van ons allemaal te nemen. Gisteren woensdag 31 maart 2021 om kwart over negen 's avonds heb je ons voor altijd vaarwel gezegd.

We rouwen om je. We wensen alle nabestaanden veel sterkte in deze moeilijke tijd.

Speciaal voor Gerda heel veel lieve groeten en kracht.

Na overleg met het bestuur heb ik gebruik mogen maken van de aantekeningen van dochter Miriam . Daarvoor hartelijk dank en voor Miriam heel apart mijn condoleances.

Jan Larsen

Aflevering 22

Haarlem, 1 maart 2021

Je komt er wel in...maar hoe kom je eruit!

Jongstleden vrijdag moest ik voor een behandeling aan mijn rug naar het ziekenhuis. Van tevoren kreeg ik vele voorschriften: Geen bloedverdunners (twee dagen voor de behandeling), geen auto rijden, identiteitsbewijs bij je, ook de lijst van medicijnen die je gebruikt. Alles had ik keurig geregeld. Een oud-medewerkster van het Reinaldahuis (nu gepensioneerd en vrijwilligster) kreeg voor een ochtendje mijn auto. Die reed me heen en terug. Mijn handtas met alle bescheiden over mijn schouder. En voor de arts van de pijnpoli een verrassing: het bewijs dat ik al voor de eerste keer gevaccineerd was tegen corona. Daar waren ze inderdaad echt blij mee.

Zonder enig probleem kwam ik waar ik wezen moest. Het lopen is de laatste tijd wat lastiger, maar met opgewekt humeur melde ik me bij het aanmeldingsloket.

Wachttijd... 1 ½  minuut. Ik kreeg een electrobehandeling. Een naald tussen de wervels door in de zenuw. Dan vijf minuten warmte en electro erdoor heen. En dan gaat u maar....! Het moment dat de naad de zenuw raakt was heftig (ondanks de verdoving). Het zoeken naar de juiste sterkte van de stroom was een ernstig moment. Gedurende een paar seconden ging mijn rechterbeen schokkend alle kanten op en neer onder helse pijn. Je spieren laten je dan geheel in de steek. Maar de arts gaf de twee assistenten snel de waarschuwing “minder...minder...” Vanaf dat moment was alles te dragen. Al snel mocht ik gaan....

Ja, wat denk je... niet naar huis. Ik werd in een rolstoel naar een zijkamertje gereden, en daar op een brancard gelegd. U moet hier een poosje bijkomen, zei een erg gedienstige verpleegkundige. Nee, uw chauffeuse hoeft voorlopig nog niet te komen.

Nog niet waarschuwen. Wij zeggen wel wanneer het zover is.

Na vijf minuten vond ik het zat. Mijn benen opzij en de grond zoeken. De verpleegster er meteen bij. Niet ongeduldig worden... FF. proberen. Wat je dan voelt is met geen pen te beschrijven . Eén stevig been en de ander een losse flodder die doelloos ernaast zwabberde. Geen enkele steun. En de verpleegster wist al wat er ging gebeuren. Stond aan de goede kant en hield me tegen. In de 20 minuten erna herhaalde dit tafereel zich. Toen kon ik heel voorzicht rechtop staan. Maar géén stapje.

Pas na een ½ uur mocht ik mijn begeleidster app-en dat ze mocht komen. Doch  ik werd weer in een rolstoel gezet die een vrijwilligster mee naar de 1ste verdieping had gebracht. Tot aan de lift en die lange gang door is veel te ver voor u. Dus werd ik -volstrekt invalide naar de lift gerold.

De rolstoelvrijwilligster (een grijzige vriendelijke dame) liet de lift geroutineerd naar boven komen. De rolstoel met mij erin en zij erachter vlot naar binnen. En gedienstig als ik naar dames ben, drukte ik op het “sluit-de-deuren-knopje”. Ho,ho...het andere knopje, hoorde ik achter me. Zo blijft ie open !!!! en een gehaaste arm schoof langs mijn hoofd naar het bedieningspaneel en er werd op het “deuren-open-knopje” gedrukt. Ik zei nee... hier moet u zijn , terwijl ik weer op het goede knopje drukte. Per slot van rekening zaten die knopjes op mijn hoofd-, handen-, ooghoogte.

Toen zij weer...die andere!!! anders blijft hij open en weer die arm langs me heen. Dit herhaalde zich drie keer. En elke keer keek de grijzige dame even met haar hoofd buiten de lift of er iemand daar op een knopje drukte. Ja, dan blijft die deur natuurlijk open. Hij doet het niet...zei ze wanhopig.

Ik wachtte tot zij even niet oplette en drukte snel op het goede “sluit”-knopje.

Ja, zei de dame triomfantelijk, ziet u wel: "nou doet ie het".

Toch de parterre bereikt. Op naar de hoofduitgang met de draaideur. Ik hield me nog net in om te vragen: "weet u welke kant de deur opdraait?" Keurig werd ik naar mijn eigen auto gerold,  die  precies op tijd arriveerde.

Met tranen op mijn gezicht schoof ik voorzichtig naar binnen. Mijn chauffeuse keek naar mij en vroeg: "heeft het zo pijn gedaan?" Nee, ik moet zo verschrikkelijk lachen.

Want je komt hier wel in... maar hoe kom je eruit ?

Jan Larsen

Aflevering 21

Haarlem, 1 februari 2021

                              Cadeautjes in Coronatijd

Het was nog vóór de coronatijd. Ergens in april. We mochten nog alles in het oude normaal.

Ik heb jullie in een eerdere column geschreven dat ik mijn caravannetje verkocht had aan een onderwijzer P. hier in Haarlem. Hij is er erg gelukkig mee. We beloofden elkaar toen dat we eens een glaasje zouden klinken op de verkoop. Tevens vonden we het beiden leuk elkaar beter te leren kennen. Maar eerst moest er gekampeerd worden. De zomer ging voorbij. Ik dacht: daar hoor ik niets meer van. Maar ergens in september kreeg ik toch de uitnodiging: “kom je een glaasje drinken”?

En dat was op het dakterras van zijn vriendin F. in Haarlem-Noord.

We zaten op veilige afstand van elkaar en het werden twee heel gezellige uurtjes. Zij is 44 jr. jong en hij 48 jr. jong. De twee jongens (12 + 13 jaar) van vriendin F. waren bij hun vader. En ik hoorde dat die twee knullen hun meester aan hun moeder gekoppeld hadden. Want beiden hielden erg veel van motorrijden.

Bij dit gezellige onderhoud kwam ook mijn hobby voor tekenen aan de orde. Zijn vader C. en hun hond Boris waren een paar jaar geleden overleden. Hij had wel foto's maar hij wilde ze graag samen op één afbeelding. Je krijgt de foto's wel opgestuurd.

Een paar weken later kon ik keuze maken uit een aantal afbeeldingen van C. en Boris.

Vlak voor Sinterklaas was het klaar. Ik maakte een mooi gedicht erbij en bracht het naar het adres van vriendin F. Op pakjesavond werd het uitgepakt.

Al de volgende dag kreeg ik van F. een geëmotioneerde app. Met heel veel dank . Ze waren er zo blij mee. Zelfs mijn vriend had het niet droog kunnen houden. Foto erbij: een zoontje op schoot om vriend P. te troosten. Dit zullen we nooit....nooit...vergeten.

Daarmee was de kous af.... Dat dacht ik. Maar al de volgende dag kreeg ik van F. nog een app. Met een uitgebreider verslag van die avond. Ik antwoordde er tevreden op. En weer kwam er een app. over haar ex (alcohol) en de moeilijke tijd die ze gehad had.

En zo ontstond er een berichtenwisseling tussen haar en mij die steeds vertrouwelijker werd. Natuurlijk vertelde ik over mij zelf ook persoonlijke dingen.

Een maandje later vroeg ik (almaar via de app) aan de vriend P. of hij op de hoogte was van deze vertrouwelijkheid. Een warme app. terug. Ja , F. had het hem verteld en hij genoot van de warmte die was ontstaan tussen haar en mij. Dat gaf mij rust en het was een uitnodiging om door te gaan. Zij deelde met haar vriend P. ook delen van de berichten die zij met mij had.

Wat later schreef zij dat zij werkte onder haar baas de minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zij was belast met een project voor beleidsvoornemens gecoördineerd door de “Wetenschappelijk raad voor het Regeringsbeleid” voor de komende 50 (!) jaar onder de titel : Samenleving in verscheidenheid.

Acht verschillende departementen doen daar aan mee. Zij zelf is communicatiedeskundige -afgestudeerd in Amsterdam.

En toen de vraag: Jan, wil jij vanuit jouw eigen positie eens nadenken over dit onderwerp en dat schriftelijk aan mij doorsturen. Wil je dit doen?

Hoeft niet hoor, om mijn beslissing makkelijker te maken.

Ik voelde mij best vereerd. Waar een tekening toe kan leiden.

En de laatste paar dagen heb ik al vier velletjes vol getypt. Dit houdt mij bij de les en ik heb het gevoel dat ik nog midden in de maatschappij sta.

Voor mij zijn dat cadeautjes:

-een lieve app vriendin

-een super aardige onderwijs vriend

-en een uitdaging tot een bijdrage aan beleidsvoornemens van ons land.

En dat in coronatijd. Dat houd me van de straat.........

Jan Larsen

Aflevering 20

Haarlem, 31 december 2020

Oudejaars column 2020

De Oudejaarscolumn 2020 van Jan Larsen was hier voor iedereen op deze website te lezen, Club70-leden én buitenstaanders. 

De inhoud dit keer was evenwel uitsluitend bestemd voor Leden van Club70.

Daarom is de tekst, in overleg met alle betrokkenen, verwijderd en zal door de secretaris individueel aan alle leden worden toegezonden per email.

Volgende maand zal aflevering 21 gewoon weer op de site geplaatst worden.

Aflevering 19

Haarlem, 1 december 2020

Mensen met een handicap

Afgelopen week is Corrie van Gorp gestorven. Een multi-talent.

Ze begon als balletdanseres, en was later de gevierde diva naast Wim Sonnevelt, Willem Nijholt en André van Duin.

Ze trad ook op met een soloprogramma.

Geboren in het jaar 1942 en gestorven op 22 november 2020.

Ze is dus 78 jaar geworden.

In de afgelopen paar dagen kwamen er vele terugblikken op TV langs en die lieten zien welk een groot talent ze had.

Maar het is niet alles goud wat er blinkt. Velen kijkers zal het ontgaan zijn, maar in de jaren 2007 tot 2009 is Corrie overvallen door een onbeschrijfelijke angst om op te treden. Een soort “faalangst”. Ze is verhuisd naar Aruba en kwam hier niet meer in de publiciteit. Ze durfde het toneel niet meer op.

Twee Jaar geleden is zij na maanden van voorbereiding en overreding nog even het toneel op geweest. Dat was bij het feest van 100 jaar bestaan van theater Luxor in Rotterdam. Maar dan moest Paul de Leeuw meezingen anders kwam ze niet. Ze zong: “diep in mijn hart”. Daar werd zij voor haar oeuvre groots geëerd.

Waarom vertel ik dit hier? Toen ik dit hoorde dacht ik ineens weer aan een hele bekende biljarter uit Haarlem. Uit een echte biljartfamilie.

Namelijk Bertje Engwerda. Het verkleinwoord was ter onderscheiding van zijn vader

Officieel: Lambertus (Bert) Engwerda zoon van Bert Engwerda: café-eigenaar in de Lange Begijnenstraat. Vlak bij de Toneelschuur.

Vader en zoon Engwerda konden beiden goed biljarten. Maar zoon Bertje werd al snel veel beter dan vader. Ik heb menig partij tegen hem gespeeld in de kaderklasse.

Bertje was 10 jaar jonger dan ik, geboren een paar dagen voor de bevrijding in 1945.

Het was altijd prettig toeven bij de familie. Vader was een geboren Amsterdammer en bij hem was het altijd een gezellige “kroeg-sfeer”. Helaas is Vader veel te jong overleden (nog geen 50 jaar).

Bertje was geen type om de horeca in te gaan. Maar we bleven hem nog een aantal jaren tegen komen bij de competitie. Een jaar of 15 geleden trok Bertje zich bijna geruisloos terug uit de biljartwereld.

En voor ingewijden was dat logisch. Want Bertje kreeg -net als Corrie van Gorp- faalangst bij het spelen. Het was moeilijk om ernaar te kijken. Hij wilde stoten, maar kreeg zijn keu niet vooruit. Opnieuw aanleggen, maar weer stokte het. Zo...wel 10 of meer keren per carambole. En de kwaliteit van spelen vloog omlaag. Eigenlijk dramatisch. Het besluit te stoppen begreep iedereen.

Ik heb hem een jaar of vier/vijf geleden hier nog gezien, want hij bracht voor de apotheek medicijnen weg. Hij deed dit op aanraden van zijn dochter die apothekeres was. Hij was toen heel vrolijk en gezond.

Maar toch schrok ik door de overlijdensadvertentie op 22 september jl. Bertje was overleden in de leeftijd van 75 jaar.

Een hele goede biljarter en een fijn mens. Maar die handicap blijf ik me nog het meest herinneren.

Jan Larsen

Aflevering 18

Haarlem, 1 november 2020

Beter Horen

Een jaar of twee geleden liet ik mij overhalen om naar een “hoorspecialist” te gaan.

Dit advies werd mij gegeven door een gepensioneerde huisarts die hier bij mij in het Reinaldahuis woont. Hij had zelf ook oordopjes en was zeer tevreden.

Ga naar Beter Horen in Heemstede. Hele persoonlijke bediening en klantvriendelijk.

Nou, dacht ik, een huisarts weet wel wat en kan ik vertrouwen.

Dus op een goede dag zat ik daar met een koptelefoon op een knopje te drukken.

Bij elk hoog of laag piepje een drukje.

Tja, uw gehoor is inderdaad niet al te best meer, legde de vriendelijke dame mij uit.

En  met een ½ uur stond ik buiten met twee doosjes: een voor beide oren een gehoordoppie en een voor een stuk of 30 superkleine mini batterijtjes. Om de twee dagen een nieuw batterijtje erin doen, was de opdracht. Ik mocht ze zonder verplichtingen 14 dagen uitproberen.

Thuis gekomen ben ik ongeveer een uur bezig geweest om de apparaten mét batterijen in mijn oren te frommelen. Intussen was ik al twee batterijtjes kwijt. Bij het inzetten vielen ze uit mijn plompe vingers op het hoogpolig kleed van mijn zithoek.

Nooit meer terug te vinden. Les.... dit soort dingen moet je niet doen vanuit de luie zetel van de zithoek, maar aan de eettafel met gladde ondergrond op en onder de tafel. Ik had toen al een hekel aan die dingen.

Na een paar uur begonnen ze te kriebelen. En met de hele dag alleen thuis had ik er niets aan. De radio , T.V. en telefoon kon ik harder zetten.

Buiten in een winkel en bij biljarten had ik veel hulp met het kijken naar gezichtsuitdrukking en lippen.

De hulpmiddelen gingen weer in het doosje en -na 14 dagen-  aanhoorde de vriendelijke dame van Beter Horen  glimlachend  mijn bevindingen.

Geef maar terug en kom over een paar jaar maar weer langs als het slechter gaat.

Opgelucht stond ik weer buiten .

Maar nu, in de coronatijd , zit ik wel een beetje in de problemen. Steeds meer mensen dragen een mondkapje. Nu was ik alleen op mijn gehoor aangewezen.

Ik zag geen lippen meer.

Sinds een week of twee heb ik wat meer contact met een oud-medewerkster van het Reinaldahuis. Ze woont in onze wijk, niet ver van mij vandaan. Ik werd uitgenodigd om bij haar te komen eten. Borreltje vooraf, boerenkool met worst en likeurtje erna. Heel gezellig.

Ze vertelde dat ze de opleiding “doventolk” had gedaan. Wouw!!! Dat was wat voor mij.

Bij meer contact met haar kon ik haar beter “verstaan”. En het is een zeer aardig mens. Dus dat kwam mij goed van pas.

Maar.....wie heeft voor mij een snelcursus gebarentaal ? Dat was ik even vergeten! Nu takel ik toch een beetje af!!!

Tot volgende maand, zonder Sinterklaas, Kerstmis en jaarwisseling????

Waar moet ik het dan over hebben?

Jan Larsen

Aflevering 17

Haarlem, 1 oktober 2020

Kiezen

Deze keer ben ik in grote verwarring. Het is woensdagavond en mijn column moet nog af voor 1 oktober. En het app-je van Paul Mans is net binnen: er staan 3 tafels vrij in het Denkcentrum.

Ik heb ervoor gekozen om nu eerst voorrang te geven aan de column.

En het gaat deze keer over mijzelf.

Jongstleden maandag werd ik 85. Een leeftijd die niet iedereen haalt en dan wil je een feest waar veel mensen bij kunnen zijn.

Maar het is coronatijd. Niet meer dan 3 mensen thuis ontvangen. Het Reinaldahuis zit op slot.

Ik besloot om niemand uit te nodigen. Voor anderen zou dat een onmogelijke keuze worden. Te veel mensen op een.  Dus ik wilde ze voor zijn. Geen feest deze keer. Halen we later wel in.

Het werd 27 sept. Een dag voor mijn verjaardag. Mijn zus en zwager kwamen op de koffie. Alvast vieren.

Maandag -de dag zelf- Wenen aan de telefoon. Mijn neef (die op dezelfde dag jarig is en daardoor een sterke band met mij heeft) had zich een drumstel aangeschaft. Hij gaf mij een drumsolo door de telefoon ter viering van ons beider feest.

Vlak daarna weer telefoon: “Kijk eens naar buiten”. En daar stond op de parkeerplaats een versierde bakfiets met geluidinstallatie. Het “lang zal hij leven” schalde tegen de gevel op. In het open raam stond ik te zwaaien. Ik leek wel de paus.

En toen een kwartier lang meezing liedjes van Johnnie Jordaan tot André Rieu.

Alles wat aan mijn kant woont heeft kunnen meegenieten.

Dat was verzorgd door een schoonzus uit Voorschoten. Ze kwam niet binnen maar heeft foto's en een filmpje gemaakt.

Daarna thuis wel 5 keer de deur open gemaakt voor aanname van diversen attenties.

Veel post.

Deel van de dag al begonnen met beantwoording.

En dan gisteren kwam mijn jongere broer Frank (de meeste van jullie kennen hem wel van het sponsortoernooi). Samen hebben we 20 km. gefietst door de polder en tot slot pannenkoek gegeten hier in het park in het paviljoen.

Bij elkaar 3 dagen feest op een bijzondere manier. Deze feestdag zal ik nooit vergeten.

Ik vond het leuk om jullie daar wat van mee te delen. Hopelijk kan Hans -onze webmaster- de 2 bijgevoegde foto's erbij afdrukken.

Tot de column van november , waarin hopelijk de competitie weer een doorstart krijgt.

Jan Larsen

Aflevering 16

Haarlem, 1 september 2020

Wat een tijd!!!!!

Precies een jaar geleden schreef ik een vooruitzicht voor het jaar 2020. Het zou een topjaar worden. We hadden ons 50-jarig jubileum in het vooruitzicht.     Feest!

Gevierd door een van de grotere en vooral mooiste biljartverenigingen van het district.

Niets is minder waar.

Geen feest.   Een gehandicapte club.    Een lokaal met (corona-) regeltjes.  Laat gestarte competitie.   Zeer mager bezochte clubavonden.

Privé: kleine gezondheidsproblemen. Dat hoort bij mijn leeftijd. Maar wel daardoor veelvuldig bezoek aan doktoren en ziekenhuizen. Neuroloog, dermatoloog, cardioloog, MRI-scan, foto's op de radiologie. Weer een injectie in mijn rechteroog. Onleesbare verantwoordingen door de artsen van wat ze gevonden hebben.

Begin september hoopte ik dat alles achter de rug zou zijn.

Maar gisteren vond ik een hele grote enveloppe in de bus. Het CBR. Oproep voor mijn rijbewijskeuring door een arts en oogarts.

Moet ik komende week daar weer achteraan. Tegenwoordig mag je de keuring laten doen door je eigen huisarts. Maar wie weet een goede (niet te dure) oogarts voor me?

Ons Reinaldahuis: het atrium nog steeds (al maanden) afgesloten voor alle mensen van buiten. Ook hier geen biljarten. Geen optredens van zangkoren of andere performers. Geen broodje “gezond” met een kopje koffie bij de koffiebar.

Geen spellen zoals course-bal, sjoelen, kaarten en tafeltennis.

Ter compensatie staat er een hele grote tent van kunststof op houten plankieren in de binnentuin, bijna tegen de vijver met schildpadjes aan. Daar zou dan gespeeld en koffie gedronken kunnen worden. Na twee weken alles gesloten, want er waren 2 gevallen van corona in huis!!!!!!

Zijn er dan geen lichtpuntjes?????

Ja zeker. Leuke uitnodiging voor een BBQ. Heel gezellig en vooral lekker.

Leuke uitnodiging om met Tom Beemsterboer mee te gaan naar Rosmalen naar de kwalificatie voor een G.P. driebanden-groot toernooi. Genieten van een dagje alleen maar biljart zien op niveau. Helaas kwam Tom niet door de ronde door een ongelukkige verliespartij. Maar wel veel bijgepraat.

Toen pas kreeg ik te horen dat onze Truus (zie mijn I.M. van eind april 2020) geveld is door het coronavirus. Halsoverkop naar de isolatie. Afgesloten van de familie en vrienden. Het was toen het “hoogtepunt” of “dieptepunt” van de besmettingen. Crisistijd. Truus is daar eenzaam, helemaal alleen gestorven. Zelfs het afscheid was eenzaam. Haar as is intussen uitgestrooid op een landelijke “strooiveld” in de buurt van Arnhem. Bij deze wens ik de familie nogmaals sterkte bij de verwerking hiervan.

Ik -en waarschijnlijk alle lezers van deze column- kijk met groot verlangen uit naar betere tijden. Het zal dan wel 2021 worden, hopelijk met een vaccin.

Jan Larsen

Aflevering 15

Haarlem, 1 mei 2020

              Partir cést mourir un peu  (afscheidnemen is een beetje sterven)

Toen ik vorig jaar op me had genomen om elke maand een column te schrijven beloofde ik me zelf om nooit over andere personen (in de biljarterij) te schrijven. Alleen mijn eigen ervaringen, belevenissen en opvallende dingen uit het “grote” leven mochten de leidraad zijn voor mijn stukjes.

Maar deze keer wijk ik af van deze – aan mij zelf gegeven –  belofte.

Aanleiding is de aankondiging dat Martien de Gier (met zijn vrouw Astrid) gaan vertrekken naar het oosten van het land.

Want Martien is in de biljartwereld niet de eerste de beste. Wie kent hem niet? Waar je ook komt of wie je ook spreekt: laat je zijn naam vallen, dan weet iedereen wel iets van zijn/haar eigen ervaringen met hem op te sommen.

Martien heeft dan ook jaren lang voor iedereen de wedstrijdverslagen geschreven in het Haarlems Dagblad. En dat heeft hij steeds met verve gedaan. En...ook steeds eerlijk. Werd er slecht gespeeld? Martien meldde dit onverbloemd. Een goede prestatie? Met dikke letters omschreef Martien deze prachtige “caramboleproductie”. En niet alleen met kille cijfertjes, ook met een beschrijving van de emoties en de uitwerking ervan op het team.

Ja, Martien is/was niet bang om zijn hoofd boven het maaiveld uit te steken. En als je dat doet dan zijn er altijd mensen die daar dan weer wat van vinden. Hij oogstte vaak kritiek die niet mals was. Maar nooit liet hij zich daardoor afschrikken. Hij bleef zeggen wat hij er zelf van vond. Dat is te prijzen en vooral dat is bijzonder. Daarom ook deze column aan Martien gewijd.

Als een doorgewinterde journalist hoort het om ook de hoofdpersoon aan het woord te laten.

Enige feiten: Via vader Cor in de begin jaren 70 mee getroond naar café Fabel en lid geworden van B.V. Suisse. Martien had talent en uit het losse polsje wist hij binnen enige jaren de kaderklassen te bereiken. Deze snelle groei was zeker ook te verklaren door de steun en aanwijzingen van Piet Liefting in Castricum. Martien bracht het tot 1ste klas kader 38-2.

Martien wist dus in zijn verslagen waar het over ging. Man met kennis en ervaring.

Joop Heinsbergen schreef vóór Martien voor het Haarlems Dagblad over onze sport.

Vanaf 1982 ging Martien Joop assisteren. En na een paar jaar stond Martien op eigen benen. Vanaf 1988 tot 2012 produceerde Martien honderden publicaties. En wij biljarters waren er dolblij mee. Onze sport stond in de aandacht. Het beleid van de krant wijzigde zich. En er ging een streep door de biljarterij.

Martien was daar zeer teleurgesteld door.

Op mijn vraag wat voor hem de hoogtepunten in zijn carrière waren, kwam heel spontaan zonder aarzeling het kaderteam van Onder Ons naar voren met als teamcaptain Hans Wijers. Dit was niet alleen een goede biljarter maar ook een zeer aimabele man. Martien noemde hem een vriend die helaas veel te vroeg afscheid van ons heeft moeten nemen.

Toen was het even stil...... Ja, ik heb veel genoegen beleefd aan de organisatie van het Kitseroo/van de Braak kadertoernooi. Meer dan 20 jaar was ik voor dit toernooi deelnemer, organisator en verslaggever . Dat vond ik echt leuk.

Martien, via deze column wil ik je hartelijk bedanken voor alles wat je in Kennemerland voor onze sport gedaan hebt. Je hebt het verdiend, dat ik een uitzondering gemaakt heb op de door mijzelf gemaakte belofte.

Als iemand uit ons gezichtsveld verdwijnt -in dit geval door een verhuizing- gaan de contacten vervagen. Als voorbeeld zijn daar Linda en René Schaap. (zie de titel van deze column).

En daarom roep ik Martien hierbij op om een van zijn laatste bijdragen aan de site van Club'70 nog eens te herlezen. Daarin belooft hij op de hoogte te blijven van ons wel en wee. En ook zelf af en toe een teken van leven te geven vanuit Doesburg.

Van mijn kant kan ik alleen maar zeggen:

en in deze tijd zeer toepasselijk

                               we'll meet again    (Vera Lynn)

Aflevering 14

Haarlem, 30 mei 2020

De tijd staat een beetje stil, maar je gedachten niet.

Je wordt in deze tijd filosofisch. Zo viel ik over de uitspraak van onze minister-president Rutte tijdens zijn laatste persconferentie . Ik heb hem voor mijzelf opgeschreven en wil hem graag met jullie delen.

"De kwaliteit van leven is afhankelijk van tal van zaken die nu (deels) wegvallen, zoals sociale contacten, werk, en allerlei vormen van vrijetijdsbesteding."

Minister Wiebes zei het in eigen woorden wat bondiger: "We willen af en toe met elkaar bier drinken."

Als ik deze uitspraken door mijn hoofd laat rondzingen, komen er vele "maren" opborrelen. Kwaliteit van leven is voor mij op de eerste plaats gezondheid van lichaam en geest. Kwaliteit van leven is ook weer voor mij "erkening dat ik er nog  toe doe."

En pas daarna komen de door Rutte genoemde voorwaarden voor kwaliteit van leven.

De sociale contacten: Voor iedereen zijn die anders in te vullen. Maar herkenbaar zal het veelvuldig gebruik van de telefoon wel zijn. Een achternichtje uit de provincie Groningen heeft mij op afstand "video-telefoon" geleerd. Ze had 's morgens dochter Elske gebaard en drie uur later kreeg ik moeder en kind op de telefoon te zien en zij hoorden oom Jan Ohhh!!!! en Ahhh!!!! roepen. Dat zijn nog eens contacten.

Hier in huis een onderbuurman al een tijd niet gezien. Zijn schoonzusje woont in een aanleunwoning van het Reinaldahuis. Daar geïnformeerd. Vijf minuten ging het over de buurman. Die was twee weken in het ziekhuis geweest met prostaatkanker en kreeg tevens behandeling aan beknelde zenuwen. Ligt nu te revalideren op de 3e etage hier in huis. Daarna 30 minuten haar sores moeten aanhoren. Problemen met eten koken en boodschappen doen, etc. Dat zijn dus ook sociale contacten. Ook ohhhh!!! en ahhh!!!

Maar andere toonhoogte.

Werk: Jullie denken misschien, die ouwe heeft toch geen werk!!! Al lang gepensioneerd!!!

Ho, ho, teken- en schilderopdrachten die voor een bepaalde tijd afmoeten. Onder andere een boekje illustreren: verhalen van mensen die de 2e wereldoorlog overleefd hebben. Voor 4/5 mei af. Deze week moest een hond geschilderd worden . Komend weekend als verjaardagscadeau af te leveren.

Vormen van vrijetijdsbesteding: Via de whatsapp al aan jullie verteld: ik heb namens het huis hier op 4 mei een krans mogen leggen bij het verzetsmonument in het park. Heeft mij emotioneel aangegrepen en vond ik een grote eer.

Mijn caravan verkocht. Een aantal keren op en neer naar de stalling in Vijfhuizen om te onderhandelen. Gelukt. Alles kunnen afronden.

Dat zijn dus voorbeelden van mijn vrijetijdsbesteding. En daar tussendoor was er nog wat tijd voor leuke gedachtespinsels. In mijn geval hele kleine grappige gedichtjes maken. Ik laat er een paar hieronder volgen. Voor sommigen van onze leden “min” en voor sommigen “plus”. En voor die laatste categorie doe ik het zomaar een paar.....

  1. Een mooie massé, is snel passé.
  2. Een creatieve losse, kan niet klossen.
  3. Een zekere aquit, mis je niet.
  4. Een vlotte trekker, voelt wel lekker.
  5. Een rake doorschieter, is een “genieter”.

Etc.   etc.   wie kan er nog een paar aanvullen ? Het is een leuke vorm van vrijetijdsbesteding. En dan nog een biertje binnenkort met elkaar bij Jessica en Bas. Heerlijk!!!!

Jan Larsen

Aflevering 13

Haarlem, 1 mei 2020

Vrijheid ........ of toch niet?

Dit thema had ik al lang in mijn hoofd. Rond de meivieringen moest ik toch ook een steentje bijdragen aan de mooie gedachte: Vrijheid.

Vrijheid is een relationeel begrip. Je kunt dit pas ervaren als je ook 'beperkingen" en/of "beknottingen" kent.

Zijn er in eens geen belemmeringen meer, dan voel je je vrij.

Maar dan komt mijn probleem. Wanneer voel je geen belemmeringen? Wat je ook doet, waar je ook bent, overal zijn er obstakels.

Een vrij avondje uit. Je verheugt je er vooraf al enorm op. Maar dan komt het. Ga ik met de fiets, of met de auto, of lopend, of met de bus. Waar ga ik eigenlijk naar toe? En is het besluit genomen: wie laat ik achter, wie vraag ik mee, ik pak toch de fiets maar. Oei, mijn band is zacht. Waar is de fietspomp? Uiteindelijk ben ik weg. In de stad is het rustig tot je een aantal mensen tegenkomt die op een kluitje staan. Hoezo ... 1½ meter?

Overal zijn beperkingen. En dan 75 jaar geleden. Nog erger. Een bezetter die je alle vrijheden ontneemt. Niet een paar maanden, maar vijf jaar. Zonder toestemming kun je/mag je niets. En dan komt 5 mei. Je mag weer alles. Is dat zo???? Alles???? Je loopt tegen dezelfde beperkingen aan als bij het hierboven beschreven voorbeeld.

Ik bedacht me dat de echte en enige vrijheid in je "kop" zit. Daar vind je geen belemmeringen.

Zo kun je als je 's avonds in bed de slaap niet kunt vatten schaapjes gaan tellen. Nou, ik heb wat anders bedacht. Ik doe mijn ogen dicht en ik sta voor het biljart en bereid mij voor op de acquitstoot. Sta ik rustig en stil? Ben ik ontspannen en gefocust? Natuurlijk, want dan heb ik geen obstakels. En dan stoot ik .... altijd raak! En toevalligerwijs ook nog redelijk bij elkaar. Klein trekstootje. Mooi zo .... mooi in een trosje. Een, twee, drie, vier, vijf, zes .... enzovoort. In je kop heb je geen belemmeringen. En de droom gaat verder. Mijn hoogste serie verbeteren????

Maar dan .... dat komt er niet van, want voor je het weet lig je in een diepe slaap. En de volgende ochtend weet je niet meer hoever je gekomen bent. Wat je wel weet .... je hebt onbelemmerd een heerlijke nacht gehad en zeer goed geslapen.

"Vier je vrijheid' is als een droom. Geniet er van. In deze tijd toch een beetje biljart.

Jan Larsen

Aflevering 12

 

Haarlem, 22 maart 2020

                                  Corona-ellende of toch niet helemaal

Een beetje vroeger dan anders, deze column. In deze onzekere tijden is het noodzakelijk om vooruit te kijken. Voor zover dat mogelijk is. Je weet maar nooit hoe ik ervoor sta op 1 april.

Wat mij de laatste dagen steeds meer bezig houdt is de vraag hoe het met jullie allemaal gaat.

Eens per week kan ik jullie rond het biljart zien schuifelen, struikelen, bukken en/of strekken. En dan kun je over het algemeen wel zien of iemand het nog goed maakt.

Een enkele keer vraag je dan bij twijfel of het allemaal nog  gaat. Standaard antwoord is meestal: “met mij gaat het goed , maar met het biljarten minder....slecht....of  rampzalig....

En dan ben ik met dat antwoord ook nog tevreden.

Sinds ongeveer een week merk ik dat er een toenemend aantal mensen om mij heen  naar mij nieuwsgierig zijn. Misschien beter gezegd: wellicht bezorgd zijn. En ik moet hun goede raad opvolgen.

Vooruit kijken, schreef ik al. Dus ik ging nog in de veilige periode naar de supermarkt om wat extra's in te slaan. Nee....geen toiletpapier. Dat had ik nog. Maar vooral was ik geïnteresseerd in kant-en-klaar-maaltijden. Tevreden legde ik ze in de vriezer. Toen naar de brievenbus. Toe maar: een folder met aantrekkelijke thuisbreng-maaltijden tegen prima condities. Ook lag er een schrijven van de Gemeente Haarlem in samenwerking met het Reinaldahuis waarin een dame (Melanie) de coördinatie op zich nam om voor belangstellenden de boodschappen thuis te brengen.

Op beide heb ik gereageerd.

Een dag later had ik mijn eerste warme maaltijd voor de deur staan.

En Melanie gaf mij telefonisch de naam en tel.nr. door  van ene Frank die zich aanbood om boodschappen te doen. Een paar uur later had ik mijn voorraad weer op peil.

Ik voelde mij behoorlijk verwend.

Zo zie je dat uit de vele ellende die er op dit moment rond zingt, mooie dingen ontstaan.

Sterker nog: die mevrouw Melanie  vroeg of ik alleen was. Vrouw of kinderen? Mijn antwoord was natuurlijk dubbel nee. O maar dan hebt u geen aanspraak. Wil ik zorgen dat iemand u af en toe gezelschap geeft? Ik vertelde haar dat ik mij prima bezig kon houden met kunst (tekenen en schilderen) . U bent kunstenaar.....aaaahhh,... ik zie het al. Ik heb uw naam opgezocht op het internet. Nee dan kunt u zich prima zelf bezig houden, klonk het geruststellend.

Van alle kanten houden ze me in de gaten. Ook van onze Club is er iemand die regelmatig mij vraagt hoe het gaat. Twee dagen geleden nog belde hij vanuit zijn werk. Niet te lang kletsen was zijn boodschap want het is hier druk op mijn werk. Mooi toch.

Intussen heb ik 3 keer dit schrijven moeten onderbreken. De eerste keer een telefoontje uit Wenen en een ½ uur later uit Zuid-Franrijk om te horen hoe het met me gaat. En dan net nog van een ander clublid.

Al die belangstelling verwarmde en prikkelde mij en dus vroeg ik me af : hoe gaat het toch met jullie?

Wil je wat kwijt? We hebben een groeps-App.

Tot slot: wees voorzichtig en blijf schuifelen,struikelen, bukken en/of strekken. Desnoods op de vloermat. Je blijft er door in conditie.

Aflevering 11

Haarlem, 2 maart 2020

                     Hoe kun je het verleden ingezogen worden?

Het gezin waarin ik ben groot gebracht heeft voor de 2e wereldoorlog in het mooie Brabantse dorp Oisterwijk gewoond. Ik ben daar dan ook geboren. We hadden daar kennissen en vrienden. Mijn vader had een (bijna) leeftijdsgenoot die hij beschouwde als zijn boezemvriend. Het was een ongetrouwde onderwijzer waarbij mijn oudste broer nog als leerling op school heeft gezeten. In 1939 verhuisden we naar Haarlem en de vriend kwam regelmatig in de schoolvakanties naar Haarlem om bij ons een stukje van zijn vakantie door te brengen. Met hem maakten we lange wandelingen in de duinen en naar Kraantje Lek en klommen er in de “holle boom”. Mooie tijden.

Wij kinderen noemden hem altijd “de meester”.

Hoe kom ik daar nu op?

Sinds ik meedoe met het project “Haarlemmers in de 2e wereldoorlog”, worden ook anderen nieuwsgierig naar mijn belevenissen. Zo kwam een journalist bij mij thuis mij uithoren. Ik vertelde wat ik ook aan de kinderen verteld had, maar ook over het bestaan van de Meester. Deze man had nl. in 1943 gezorgd dat mijn oudste broer (toen 18 jaar en dus in de gevaarlijke leeftijd) kon onderduiken in het Brabantse dorpje Asten. En gedurende twee jaar zorgde hij -als een soort pendeldienst- dat de brieven en pakjes via hem afgegeven werden, zonder dat de adressen achterhaald konden worden. De originele brieven van mijn broer aan ons gezin zijn nog steeds in mijn bezit. Het zijn er ca. 110(!) Intussen zijn ze gedigitaliseerd.

Pas vorige week bedacht ik me dat ik na de dood van mijn vader in februari 1955 niets meer van deze goede vriend gehoord had. Ik wist niet in welk jaar hij gestorven was en zeker niet welke datum. En waar was hij dan begraven? Waarom was onze familie onwetend gebleven voor deze gebeurtenissen?

Ik ging speuren bij de Burgerlijke Stand van Oisterwijk. Meteen werd ik doorverwezen naar het Archief in Tilburg. Op maandavond (een week geleden) even vóór 10 uur had ik digitaal contact met mevrouw Ans Holman die bij het archief werkt.

Die vroeg eerst waarvoor ik de gegevens nodig had. Het was voor een scholenproject over de 2e wereldoorlog. Dat opende de deur. Binnen de minuut kwam de overlijdensakte van de Meester bij mij binnen. Gestorven 13 april 1955 dus twee maanden na de dood van mijn vader. (om 10 uur contact verbroken, op die tijd sloot het archief).

De twee vrienden waren dus bijna tegelijkertijd gaan hemelen. Hielden ze zoveel van elkaar?

Ik dacht: ik weet nu wat ik wilde weten. Ook de vraag: waarom geen contact meer was afdoende duidelijk geworden. Ik ging gerustgesteld slapen.

De volgende dag maakte ik mijn e-mail open en las een verrassend bericht uit Oisterwijk. Een zekere Wim de Bakker vertelde dat hij het contact doorgespeeld gekregen had van Ans Holman. Hij deed aan heemkunde uit Oisterwijk, gaf daarover een blad uit en hij kende onze Meester. Sterker nog: hij had als knaapje gezongen in de uitvaartmis van zijn onderwijzer cq. onze meester.

Hierop volgde van mij uit en daarna van Wim de Bakker enige verduidelijkende mails.

Wim de Bakker vroeg mij of hij het oorlogsverhaal van mijn broer en de meester mocht gebruiken bij de uitgaven van zijn blad tijdens de herdenking van de 75 jaar bevrijding, aankomende maand mei. Natuurlijk kwam mijn toestemming per kerende mail.

De belofte van Wim kwam prompt: het blad krijgt u als dank persoonlijk toegezonden. 

Na zoveel jaar (65) werd ik door de bijna gelijktijdige dood van twee vrienden intens blij.

 Ik heb ze beiden voor even tot leven gebracht. Door deze column voor jullie!

 

Aflevering 10

Haarlem, 1 februari 2020 

                                      Herdenkingsjaar - Bijzonder jaar

Het wordt een gedenkwaardig jaar 2020. Het typt al zo lekker: twee-nul, twee-nul. Maar wie heeft bij ons laatste “oliebollenfeest” eraan gedacht dat we verderop in het jaar ons 50jarig bestaan gaan vieren?

En het hele land viert dit jaar de bevrijding – alweer 75 jaar geleden. En deze viering wordt niet in één keer in ons midden gebracht. Nee, in kleinere hapjes en mootjes moeten wij “Nederlanders“ dit heugelijke feit verwerken.

Rond aanstaande 5 mei barst het helemaal los. En om ons goed te laten beseffen dat de vrijheid iets heel bijzonders is, worden we in aanloop daarvan overspoeld met de ellende van toen. Jl.26 Januari in Amsterdam (met de excuses van dhr.Rutte voor het gedrag van de toenmalige regering) en de dag erna in Auschwitz door de hele westerse wereld. En terecht mogen we die verschrikkingen niet vergeten. En terecht dat we de vrijheid intens gaan vieren.

En ons eigen feest: het begin, de start, de geboorte, de doop van Club70 in de biljartwereld werd een feit in sepember 1970. Dat was ook een soort bevrijding. Want de biljartvereniging SVV van de familie Willemse aan de Leidsevaart dreigde roemloos ten onder te gaan. Café ten onder....dus de vereniging ook.

In Haarlem-Noord (Arnoldystraat) startte Gé van de Kuijl een biljartzaal. En Jan Willemse -met in zijn kielzog Christel en neef Charles- begon een nieuwe club m.m.v. het districtsbestuur (Jan Kauffman). De naam van deze nieuweling was niet erg origineel: de naam van haar geboortejaar: Club 70 . En dat mag als een vorm van bevrijding gevierd worden. Landelijk met een aantal feesten dan ook op clubniveau met een aantal feesten.

En daarvoor heb ik een ludiek idee. We zijn creatief genoeg. Want op 15 januari jl. (oliebollenfeest) viel ik bijna om door de getoonde spitsvondigheid van onze leden. Acht groepjes waren samengesteld. Maar de naam van ieder cluppie van 4 moest men zelf verzinnen. Geweldige namen kwamen boven de uitslagformulieren te staan. Hoe kun je het verzinnen?

Wisten Wil en Carin in hun onmetelijke wijsheid dat het tot ons jubileum nog acht maanden was? Elk groepje krijgt een maand toegewezen waarin ze een feestje met ons maken. Ik ga een beetje  helpen bij het verzinnen van de inhoud van zo'n feestje.

1. Anton Heijboer en zijn bruiden (hoe bedenk je zo'n naam?) In zijn leven maakte Anton ook veel “prut” dus deze groep bedenkt cadeautjes voor de vijf meest in het oog lopende poedels.

2. De Huppeltutjes (je denkt dan aan dames, maar er zat er maar één in dit groepje) Deze club verzint en maakt zelfgemaakte lekkernijen voor 4 clubavonden. Door de mannen eigenhandig gemaakt.

3. Formule 3  Dat is natuurlijk de “top” . Snelheid en spektakel. Een topdriebander zat in dit groepje. Gemiddelde tijd per stoot van hem is ca. vier minuten.....Dus een maand lang van iedereen de denktijd bijhouden.

4. The Four Tops . Ja hoor.....we zitten hier in HOLLAND hoor! Dus een maand lang verplicht Engels spreken en voor de ongeletterden (waaronder ik) presentatie met ondertiteling.

5. D'Beste . Weer zo iets stoms..... Een apostrofe gebruiken waardoor het woord niet meer uit te spreken valt. Dus: een maandlang alle namen van de leden noteren zonder klinker.

6. Sterrenteam  Die hebbben het makkelijk. Het is dan juli. Je ziet dan geen sterren. Iedereen is op vakantie. Opdracht : gebruik met z'n 4-en alle biljarttafels tegelijk. Je rent je rot......

7. De Musketiers  Jullie met z'n vieren verdraaien de waarheid. De musketiers waren met hun drieën . Praat dat maar eens recht!!! In een club met zoveel leden , denken er altijd een aantal weleens “krom”. Krijg dus in een maand tijd alle neuzen in dezelfde richting.... de echte club70-richting.

8. Nooit opgeven Dit is nog eens een mooie naam. Niet voor niets staat hij aan het einde van deze reeks. Jullie zitten met de opdracht in onze feestmaand.

Zoals jullie naam al aangeeft, mogen jullie de start verzorgen voor de volgende 50 jaar. Dus nooit o.........(misschien de nieuwe naam i.p.v. 70 ??????)

Alle opdrachten zijn natuurlijk “aanbevelingen”. Maar zoals Maarten van Rossem bromt: “geen tegenspraak” en zo brom ik met hem mee.

Wat een jaar wordt ….............. 2020

AFLEVERING 9

Haarlem, 1 januari 2020

                Kwijt           

Weten jullie nog waar je was en wat je deed toen het woensdag 20 november ............18.45 uur was????

Ik weet het nog erg goed. Het was paniek in het Denkcentrum. Ik kwam binnen en alleen Peter (Schaap) was aanwezig. Niet aan het trainen op de achterste tafel zoals gewoonlijk. Rusteloos op en neer lopend en zoekend kijken. Geen goede avond zeggen, maar meteen de vraag: waar zijn de ballen?

Jessica werd erbij gehaald. Nu zag ik eens een radeloos gezicht. Normaal kijkt Jessica je vrolijk glimlachend aan en begroet een ieder die rond die tijd binnenkomt. Maar nu..... Ze beende vanachter de toog dwars door de biljartruimte naar de achterste kastjes, en inspecteerde alles wat een deur of klep had , op zoek naar “ballen”.

Een biljartclub zonder ballen is in één klap zijn ziel kwijt. “Ontmand“ zeg maar!!! Vergelijk het maar met het “Denkcentrum” zonder verstand. Je bestaat niet meer.

De onrust werd groter toen na 10 minuten de 4 leden die net binnen kwamen, ook niets vinden konden. Een van de bestuursleden (of het Remco of René was, weet ik niet meer) betrad als een redder onze ruimte en gaf de oplossing. De ballen hadden een nieuwe plaats gevonden in het bureau waar ook de computer staat. Afsluitbaar. Veilig voor andere clubs of niet-te-vertrouwen-vreemdelingen.

Ter bevestiging kregen we 2 dagen later een verblijdend e-mail van de secretaris , dat de vindplaats definitief was. Dus geen paniek meer. De club had weer een ziel, een reden van bestaan. Met gerust hart op naar het 50 jarig bestaan.

En of het zo moest zijn verschenen in de dagen en zelfs weken daarna berichten in de kranten over zaken die ook ineens KWIJT waren. Ik zag zo vaak het woord KWIJT dat ik bewondering kreeg voor de Nederlandse taal. Vier simpele lettertjes , met een veelheid van begrippen. Want je kunt niet alleen voorwerpen kwijt zijn, maar ook mensen of de weg of je verstand (dat zie ik hier in huis wel vaker). Mooie taal , dat Nederlands.

Helemaal fout . Ik zat ook even op een zijpad. Even de weg kwijt!!! Kwijt is afgeleid van het Latijnse woord “quitus”. Dat betekent: vrij of verlost van. Wat wij zeggen bij een remisestand: het staat quite, betekent eigenlijk: je bent de voorsprong kwijt of te wel: je staat nu gelijk.

Wij hebben het woordje dus gewoon gejat. En het ons eigen gemaakt. En zo viel mij dus heel vaak nare gebeurtenissen op in de krant. Iemand was zijn kind kwijt. Een ander was haar man kwijt. Ik raakte de draad kwijt.

Het ergste dat ik las was van een vrouw van 49 die meer dan 20 jaar getracht heeft om een kind te krijgen. En na je 47ste helpen de artsen in Nederland je daarvoor niet meer. Toen vond ze een arts een Spanje die haar nog een sprankje hoop gaf. Zij sprak daarover met enthousiasme en hoop tegenover de verslaggever. Maar het heeft ook zijn tegenkant, zo zei ze. Door al die jaren zoeken ben ik mijn seksualiteit kwijt geraakt.

Toen ik dat las, dacht ik: Ik ben liever de ballen kwijt.

Ik wens jullie een heel goed 2020 en........niet de weg kwijt raken!

Jan Larsen

AFLEVERING 8

Haarlem, 4 december 2019

                                      Het verleden herleeft

Onder leiding en op initiatief van een gepensioneerde agoog, genaamd Henk, is hier in het Reinaldahuis een zgn. “Studiekring” gevormd. Ik heb me na ernstige aarzelingen ervoor opgegeven. De eerste bijeenkomst bestond uit de “kennismaking”. Naambordjes voor je neerzetten en in het kort vertellen wie je bent en wat je vroeger gedaan had.

We zijn met 12 deelnemers/sters. Deze kennismaking nam veel tijd in beslag. We hadden nog een klein halfuurtje om af te spreken welk thema de volgende keer aan bod zou komen. Henk nam het voortouw. Dit jaar is het 75 jaar geleden dat we vrij werden na de oorlog. Dus, is het wat om over  vrijheid  te praten? Het duurde geen 2 minuten of we zaten met z'n allen over de oorlog te praten. Een van ons, een gepensioneerde huisarts, woonde in Amsterdam en was niet meer te stoppen. Een ander had een broer die ondergedoken was in Drenthe bij een echtpaar die vele joden had gered. En het ene verhaal na het andere “koprolde” door elkaar heen.

Henk greep in. Het voorstel was “vrede” en geen oorlog. Het slot was: we gaan het niet hebben over de vrede. Ieder neemt op zijn of haar beurt een eigen onderwerp. En daar ging men mee akkoord. Maar Jo was eigenwijs. Toch nog een opmerking over de oorlog, mag dat?Weet je, ik heb contact met een basisschool die mensen zoekt die de oorlog hebben meegemaakt en daarover uit eigen ervaring over willen vertellen. Wie wil dat doen?

Ik gaf me daarvoor op.

Binnen een paar dagen had ik een voorgesprek met de begeleidster Catho. En nog een week later stonden er 4 kinderen van de 8ste groep bij mij op de stoep met Catho en een vrouwelijke fotograaf. De 4 hadden zich goed voorbereid. Ze waren echt geïnteresseerd en wisten ook al best wat van de oorlog. Het was een aangenaam gesprek . Wel anderhalf uur. En ook ik was erg enthousiast.

En wie mij een beetje kent, weet dat als ik ergens opgetogen voor ben, dan moet ik dat delen met een ander. Hier in het Atrium, vertelde ik mijn belevenis zo hier en daar aan andere bewoners. Eigenlijk met de bedoeling om aan hen te zeggen wat ik de jeugd had verteld. Maar daar kreeg ik geen kans voor. Men schakelde meteen over naar de eigen herinneringen en ervaringen van die verschrikkelijke tijd. Ik liet dat maar zo denkend dat dit hoorde bij hun leeftijd.

Maar later viel mijn mond open van verbazing, toen ik merkte dat ook veel jongere lieden meteen overschakelde naar hun eigen kennis over de oorlog, gehoord van hun ouders, ooms en/of tantes uit die tijd. Niet zelf meegemaakt, maar er nog enorm vol van.

Geloof het of niet? Nou vraag dat maar aan Martien de Gier, die prachtige verhalen kan vertellen van zijn opa's en oma's en de gevaren en de ellende van die tijd. Boeiend heb ik er wel een half uur naar hem zitten luisteren nadat ik vertelde dat ik aan dat schoolproject had meegedaan.

Ik merkte dus uit eigen ervaring dat de oorlogstijd nog lang niet vergeten was. En omdat mijn verhaal door hiervoor opgedane ervaringen niet echt uit de verf is gekomen, heb ik besloten mijn verhaal deels door bewaarde brieven van mijn vader- op papier te zetten. Het werden 5 kantjes A4. Vooral over het laatste jaar 1944/1945. Dat wordt door de Bosch en Vaart school vermenigvuldigd en aan de leerlingen uitgereikt. En volgende week donderdagmiddag (13 dec.) komt daar een presentatie van.

Conclusie: men heeft deze tijd nog niet vergeten. Het verleden leeft nog intens. Gelukkig maar!!!!

Op de foto hieronder v.l.n.r.: Maish , Maick , Jan , Iva , Charotte

AFLEVERING 7

                             Het wordt een mooie winter

Haarlem, 3 november 2019

We hebben de tijd weer een uur teruggezet. De wintertijd is aangebroken.

Voor mij betekent het, dat we meer binnen zitten, samen proberen het gezellig te maken, de warmte komt niet meer van buiten maar verzorgen we zelf d.m.v. de kachel of centrale verwarming. De recepten uit de keuken zijn ook op het koude jaargetij aangepast: veel meer koolgerechten, maaltijdsoepen en stamppotten. De overhemden met korte mouwen blijven in de kast hangen. Een extra trui onder handbereik.

Ook op de TV zie je de wintersporten veelvuldig langskomen. Skiën, sleeën en schaatsen. En omdat we een schaatsvolkje zijn trekt die laatste sport mijn grote belangstelling. En dan ga ik er niet alleen naar kijken, maar lees ook artikelen die daarmee te maken hebben.

Hieronder laat ik een paar uitspraken volgen die ik in de krant (Haarlems Dagblad) vond.

–                 Zelfvertrouwen geeft je de moed om te blijven dromen.

–                 Ik vond iets waar ik goed in was. Iets waar ik voldoening, energie en geluk uit kon halen. Zo kon ik verder.

–                 Als je een last kunt ombuigen in iets positiefs, maakt je dat alleen maar sterker.

–                 Ik zeg altijd: doe iets waar je goed in bent en steek daar je energie in. Dan kun je alles overwinnen en mooie dingen bereiken. Iedereen is ergens goed in.

Waar komen die wijsheden vandaan, vraag je je af. Ik zou ze verwachten van een coach, een psycholoog, een wijsgeer, een doorleefde oude wijze mens , die het leven kent en daarin ervaring heeft.

Nee, het zijn uitspraken van een piep–jonge vrouw van 24 jr. Zij is in haar jeugd verschrikkelijk gepest in het dorp waar ze woonde (Rottum). Want ze had vuurrood haar. En het pesten ging verder dan alleen maar schelden (vuurtoren!!!). Ook lichamelijk geweld werd niet geschuwd. Onder de blauwe plekken kwam ze vaak thuis. Tegen haar ouders durfde ze niets te zeggen omdat ze zich schaamde. Alleen haar twee dieren (paard en hond) waren haar vertrouwelingen.

Ze werd ouder en vond hulp bij een mental coach. Ze werd zelfbewuster en die rotjaren heeft ze een plekje gegeven. En vooral achter zich gelaten.

Zijn jullie nu een beetje nieuwsgierig geworden wie deze kanjer is? Het is Antoinette de Jong, vorig jaar Europees kampioene allround schaatsen en uitgegroeid tot een powervrouw.

Zelfs nu ik al flink de 80 ben gepasseerd, kan ik van zo'n jong iemand veel leren.

                                     “Laat de winter maar komen”.

Extra aandacht voor de prestaties van Antoinette.

Het wordt dit jaar een mooie winter!!! Voor ieder die dit leesstukje tot zich neemt.

AFLEVERING 6

Haarlem, 3 oktober 2019

Roemenië

Bij het aannemen van de belofte om regelmatig (liefst eens in de maand) een column te schrijven, heb ik van mijn kant bedongen dat het niet altijd over/of een link met biljarten hoefde te gaan. Deze column zal dan ook niets met onze sport van doen hebben.

Als titel heb ik dit verhaaltje “Roemenië” meegegeven, maar het had ook kunnen zijn: “een intiem moment”.

Alle slechteriken komen uit Oost-Europa, zoals uit Bulgarije, Hongaren, Polen, en/of Roemenië. Drugstransporten, mensensmokkel, plofkraken, berovingen en aanrandingen. Je kunt het niet verzinnen of de dader(s) komen uit het Oosten. Vroeger leerde ik dat de “wijzen” uit het Oosten kwamen. Maar dat is echt verleden tijd. Mensen uit hier genoemde landen zijn in onze ogen gelukzoekers uit super arme milieus, uit achterbuurten van grote steden en uit gezinnen waar men lak heeft aan God en Gebod. En omdat er in hun eigen land niets te halen valt, trekt men en masse naar het vrije Westen. En ons land is voor deze lieden een gewild jachtterrein.

Bovenstaande (be)veroordeling van een aantal van onze mede-Europeanen hakt er wel even in. Zo kun je toch niet in het algemeen over mensen denken. Maar ik kom op deze stelling later in dit verhaaltje terug.

Op Schiphol wachten bij de gate – dus als je al door de controle heen bent – is niet altijd een lolletje. Men verwacht dat je toch minstens een uur van te voren aanwezig moet zijn, want je zult de boarding toch missen. Ik begrijp dat niet, maar het kan ook zijn goede kanten hebben. Mijn telefoon gaf een piepje en ik had van de KLM een sms-je gekregen dat de vlucht een half uur vertraagd was. Ik liet het berichtje zien aan mijn buurvrouw die zo te zien ook alleen reisde. Heel vriendelijk bedankte ze me voor de tip en vroeg of ik met dezelfde vlucht meeging. En zo begon een aangenaam gesprek.

Ik ging voor 4 dagen op familiebezoek naar Wenen en zij voor 2 dagen naar haar ouders in Roemenië met een overstap in Wenen. Dat deed ze eens per maand. Ik hoorde dat ze (ca. 40 jaar jong) vloeiend, maar met een klein accent, Nederlands sprak. Natuurlijk vroeg ik of ze Roemeense was. Ja, maar ze was getrouwd met een Nederlander en woonde al 8 jaar in Nederland. En alsof we elkaar al langer kenden, vertelde ze spontaan dat ze arts is en in Leeuwarden woont. Ze had bij aankomst in Nederland in Amsterdam bij moeten studeren omdat haar Roemeense diploma hier niet geldig is. Ik vroeg haar welke specialiteit ze had. “Micro-organisme” . En vervolgens dankte ze me voor het compliment over haar Nederlands. En vervolgens kwam het hele vooroordeel – beschreven in de tweede alinea – eruit. Het bovenstaande was háár mening. En ze had er heel erg veel last van. Terwijl ze toch een eerzaam beroep heeft, voelde ze dat mensen haar op haar afkomst (land van herkomst) (be-)veroordeelde . Ik stelde haar gerust door alleen naar de persoon te kijken en bij voorbaat geen beoordelingen had. Ze werd steeds vertrouwelijker. Haar man was maar 2 dagen in de week thuis. Hij was hoofd-inkoop bij een Grootindustrieel uit Breda.

Zij had voor een groot deel de zorg voor haar 2 kinderen. En ik kreeg een foto te zien van een meisje van 5 en een jongetje van 2. Schatjes. En ongemerkt liepen we al pratend richting de slurf van het vliegtuig. Zij zat op rij 8 aan het gangpad en ik op rij 17 ook aan het gangpad.

Onze koffers werden opgeborgen en wijzelf geïnstalleerd op onze stoelen. En dan keek zij om en ik zag een brede glimlach en ik kreeg een liefdevolle handkus toege(z)waaid.

Een intiem moment.

Conclusie: soms is wachten helemaal niet erg. En.... niet alle Oosteuropeanen zijn schurken.

Jan Larsen