Aflevering 15

Haarlem, 1 mei 2020

              Partir cést mourir un peu  (afscheidnemen is een beetje sterven)

Toen ik vorig jaar op me had genomen om elke maand een column te schrijven beloofde ik me zelf om nooit over andere personen (in de biljarterij) te schrijven. Alleen mijn eigen ervaringen, belevenissen en opvallende dingen uit het “grote” leven mochten de leidraad zijn voor mijn stukjes.

Maar deze keer wijk ik af van deze – aan mij zelf gegeven –  belofte.

Aanleiding is de aankondiging dat Martien de Gier (met zijn vrouw Astrid) gaan vertrekken naar het oosten van het land.

Want Martien is in de biljartwereld niet de eerste de beste. Wie kent hem niet? Waar je ook komt of wie je ook spreekt: laat je zijn naam vallen, dan weet iedereen wel iets van zijn/haar eigen ervaringen met hem op te sommen.

Martien heeft dan ook jaren lang voor iedereen de wedstrijdverslagen geschreven in het Haarlems Dagblad. En dat heeft hij steeds met verve gedaan. En...ook steeds eerlijk. Werd er slecht gespeeld? Martien meldde dit onverbloemd. Een goede prestatie? Met dikke letters omschreef Martien deze prachtige “caramboleproductie”. En niet alleen met kille cijfertjes, ook met een beschrijving van de emoties en de uitwerking ervan op het team.

Ja, Martien is/was niet bang om zijn hoofd boven het maaiveld uit te steken. En als je dat doet dan zijn er altijd mensen die daar dan weer wat van vinden. Hij oogstte vaak kritiek die niet mals was. Maar nooit liet hij zich daardoor afschrikken. Hij bleef zeggen wat hij er zelf van vond. Dat is te prijzen en vooral dat is bijzonder. Daarom ook deze column aan Martien gewijd.

Als een doorgewinterde journalist hoort het om ook de hoofdpersoon aan het woord te laten.

Enige feiten: Via vader Cor in de begin jaren 70 mee getroond naar café Fabel en lid geworden van B.V. Suisse. Martien had talent en uit het losse polsje wist hij binnen enige jaren de kaderklassen te bereiken. Deze snelle groei was zeker ook te verklaren door de steun en aanwijzingen van Piet Liefting in Castricum. Martien bracht het tot 1ste klas kader 38-2.

Martien wist dus in zijn verslagen waar het over ging. Man met kennis en ervaring.

Joop Heinsbergen schreef vóór Martien voor het Haarlems Dagblad over onze sport.

Vanaf 1982 ging Martien Joop assisteren. En na een paar jaar stond Martien op eigen benen. Vanaf 1988 tot 2012 produceerde Martien honderden publicaties. En wij biljarters waren er dolblij mee. Onze sport stond in de aandacht. Het beleid van de krant wijzigde zich. En er ging een streep door de biljarterij.

Martien was daar zeer teleurgesteld door.

Op mijn vraag wat voor hem de hoogtepunten in zijn carrière waren, kwam heel spontaan zonder aarzeling het kaderteam van Onder Ons naar voren met als teamcaptain Hans Wijers. Dit was niet alleen een goede biljarter maar ook een zeer aimabele man. Martien noemde hem een vriend die helaas veel te vroeg afscheid van ons heeft moeten nemen.

Toen was het even stil...... Ja, ik heb veel genoegen beleefd aan de organisatie van het Kitseroo/van de Braak kadertoernooi. Meer dan 20 jaar was ik voor dit toernooi deelnemer, organisator en verslaggever . Dat vond ik echt leuk.

Martien, via deze column wil ik je hartelijk bedanken voor alles wat je in Kennemerland voor onze sport gedaan hebt. Je hebt het verdiend, dat ik een uitzondering gemaakt heb op de door mijzelf gemaakte belofte.

Als iemand uit ons gezichtsveld verdwijnt -in dit geval door een verhuizing- gaan de contacten vervagen. Als voorbeeld zijn daar Linda en René Schaap. (zie de titel van deze column).

En daarom roep ik Martien hierbij op om een van zijn laatste bijdragen aan de site van Club'70 nog eens te herlezen. Daarin belooft hij op de hoogte te blijven van ons wel en wee. En ook zelf af en toe een teken van leven te geven vanuit Doesburg.

Van mijn kant kan ik alleen maar zeggen:

en in deze tijd zeer toepasselijk

                               we'll meet again    (Vera Lynn)

Aflevering 14

Haarlem, 30 mei 2020

De tijd staat een beetje stil, maar je gedachten niet.

Je wordt in deze tijd filosofisch. Zo viel ik over de uitspraak van onze minister-president Rutte tijdens zijn laatste persconferentie . Ik heb hem voor mijzelf opgeschreven en wil hem graag met jullie delen.

"De kwaliteit van leven is afhankelijk van tal van zaken die nu (deels) wegvallen, zoals sociale contacten, werk, en allerlei vormen van vrijetijdsbesteding."

Minister Wiebes zei het in eigen woorden wat bondiger: "We willen af en toe met elkaar bier drinken."

Als ik deze uitspraken door mijn hoofd laat rondzingen, komen er vele "maren" opborrelen. Kwaliteit van leven is voor mij op de eerste plaats gezondheid van lichaam en geest. Kwaliteit van leven is ook weer voor mij "erkening dat ik er nog  toe doe."

En pas daarna komen de door Rutte genoemde voorwaarden voor kwaliteit van leven.

De sociale contacten: Voor iedereen zijn die anders in te vullen. Maar herkenbaar zal het veelvuldig gebruik van de telefoon wel zijn. Een achternichtje uit de provincie Groningen heeft mij op afstand "video-telefoon" geleerd. Ze had 's morgens dochter Elske gebaard en drie uur later kreeg ik moeder en kind op de telefoon te zien en zij hoorden oom Jan Ohhh!!!! en Ahhh!!!! roepen. Dat zijn nog eens contacten.

Hier in huis een onderbuurman al een tijd niet gezien. Zijn schoonzusje woont in een aanleunwoning van het Reinaldahuis. Daar geïnformeerd. Vijf minuten ging het over de buurman. Die was twee weken in het ziekhuis geweest met prostaatkanker en kreeg tevens behandeling aan beknelde zenuwen. Ligt nu te revalideren op de 3e etage hier in huis. Daarna 30 minuten haar sores moeten aanhoren. Problemen met eten koken en boodschappen doen, etc. Dat zijn dus ook sociale contacten. Ook ohhhh!!! en ahhh!!!

Maar andere toonhoogte.

Werk: Jullie denken misschien, die ouwe heeft toch geen werk!!! Al lang gepensioneerd!!!

Ho, ho, teken- en schilderopdrachten die voor een bepaalde tijd afmoeten. Onder andere een boekje illustreren: verhalen van mensen die de 2e wereldoorlog overleefd hebben. Voor 4/5 mei af. Deze week moest een hond geschilderd worden . Komend weekend als verjaardagscadeau af te leveren.

Vormen van vrijetijdsbesteding: Via de whatsapp al aan jullie verteld: ik heb namens het huis hier op 4 mei een krans mogen leggen bij het verzetsmonument in het park. Heeft mij emotioneel aangegrepen en vond ik een grote eer.

Mijn caravan verkocht. Een aantal keren op en neer naar de stalling in Vijfhuizen om te onderhandelen. Gelukt. Alles kunnen afronden.

Dat zijn dus voorbeelden van mijn vrijetijdsbesteding. En daar tussendoor was er nog wat tijd voor leuke gedachtespinsels. In mijn geval hele kleine grappige gedichtjes maken. Ik laat er een paar hieronder volgen. Voor sommigen van onze leden “min” en voor sommigen “plus”. En voor die laatste categorie doe ik het zomaar een paar.....

  1. Een mooie massé, is snel passé.
  2. Een creatieve losse, kan niet klossen.
  3. Een zekere aquit, mis je niet.
  4. Een vlotte trekker, voelt wel lekker.
  5. Een rake doorschieter, is een “genieter”.

Etc.   etc.   wie kan er nog een paar aanvullen ? Het is een leuke vorm van vrijetijdsbesteding. En dan nog een biertje binnenkort met elkaar bij Jessica en Bas. Heerlijk!!!!

Jan Larsen

Aflevering 13

Haarlem, 1 mei 2020

Vrijheid ........ of toch niet?

Dit thema had ik al lang in mijn hoofd. Rond de meivieringen moest ik toch ook een steentje bijdragen aan de mooie gedachte: Vrijheid.

Vrijheid is een relationeel begrip. Je kunt dit pas ervaren als je ook 'beperkingen" en/of "beknottingen" kent.

Zijn er in eens geen belemmeringen meer, dan voel je je vrij.

Maar dan komt mijn probleem. Wanneer voel je geen belemmeringen? Wat je ook doet, waar je ook bent, overal zijn er obstakels.

Een vrij avondje uit. Je verheugt je er vooraf al enorm op. Maar dan komt het. Ga ik met de fiets, of met de auto, of lopend, of met de bus. Waar ga ik eigenlijk naar toe? En is het besluit genomen: wie laat ik achter, wie vraag ik mee, ik pak toch de fiets maar. Oei, mijn band is zacht. Waar is de fietspomp? Uiteindelijk ben ik weg. In de stad is het rustig tot je een aantal mensen tegenkomt die op een kluitje staan. Hoezo ... 1½ meter?

Overal zijn beperkingen. En dan 75 jaar geleden. Nog erger. Een bezetter die je alle vrijheden ontneemt. Niet een paar maanden, maar vijf jaar. Zonder toestemming kun je/mag je niets. En dan komt 5 mei. Je mag weer alles. Is dat zo???? Alles???? Je loopt tegen dezelfde beperkingen aan als bij het hierboven beschreven voorbeeld.

Ik bedacht me dat de echte en enige vrijheid in je "kop" zit. Daar vind je geen belemmeringen.

Zo kun je als je 's avonds in bed de slaap niet kunt vatten schaapjes gaan tellen. Nou, ik heb wat anders bedacht. Ik doe mijn ogen dicht en ik sta voor het biljart en bereid mij voor op de acquitstoot. Sta ik rustig en stil? Ben ik ontspannen en gefocust? Natuurlijk, want dan heb ik geen obstakels. En dan stoot ik .... altijd raak! En toevalligerwijs ook nog redelijk bij elkaar. Klein trekstootje. Mooi zo .... mooi in een trosje. Een, twee, drie, vier, vijf, zes .... enzovoort. In je kop heb je geen belemmeringen. En de droom gaat verder. Mijn hoogste serie verbeteren????

Maar dan .... dat komt er niet van, want voor je het weet lig je in een diepe slaap. En de volgende ochtend weet je niet meer hoever je gekomen bent. Wat je wel weet .... je hebt onbelemmerd een heerlijke nacht gehad en zeer goed geslapen.

"Vier je vrijheid' is als een droom. Geniet er van. In deze tijd toch een beetje biljart.

Jan Larsen

Aflevering 12

 

Haarlem, 22 maart 2020

                                  Corona-ellende of toch niet helemaal

Een beetje vroeger dan anders, deze column. In deze onzekere tijden is het noodzakelijk om vooruit te kijken. Voor zover dat mogelijk is. Je weet maar nooit hoe ik ervoor sta op 1 april.

Wat mij de laatste dagen steeds meer bezig houdt is de vraag hoe het met jullie allemaal gaat.

Eens per week kan ik jullie rond het biljart zien schuifelen, struikelen, bukken en/of strekken. En dan kun je over het algemeen wel zien of iemand het nog goed maakt.

Een enkele keer vraag je dan bij twijfel of het allemaal nog  gaat. Standaard antwoord is meestal: “met mij gaat het goed , maar met het biljarten minder....slecht....of  rampzalig....

En dan ben ik met dat antwoord ook nog tevreden.

Sinds ongeveer een week merk ik dat er een toenemend aantal mensen om mij heen  naar mij nieuwsgierig zijn. Misschien beter gezegd: wellicht bezorgd zijn. En ik moet hun goede raad opvolgen.

Vooruit kijken, schreef ik al. Dus ik ging nog in de veilige periode naar de supermarkt om wat extra's in te slaan. Nee....geen toiletpapier. Dat had ik nog. Maar vooral was ik geïnteresseerd in kant-en-klaar-maaltijden. Tevreden legde ik ze in de vriezer. Toen naar de brievenbus. Toe maar: een folder met aantrekkelijke thuisbreng-maaltijden tegen prima condities. Ook lag er een schrijven van de Gemeente Haarlem in samenwerking met het Reinaldahuis waarin een dame (Melanie) de coördinatie op zich nam om voor belangstellenden de boodschappen thuis te brengen.

Op beide heb ik gereageerd.

Een dag later had ik mijn eerste warme maaltijd voor de deur staan.

En Melanie gaf mij telefonisch de naam en tel.nr. door  van ene Frank die zich aanbood om boodschappen te doen. Een paar uur later had ik mijn voorraad weer op peil.

Ik voelde mij behoorlijk verwend.

Zo zie je dat uit de vele ellende die er op dit moment rond zingt, mooie dingen ontstaan.

Sterker nog: die mevrouw Melanie  vroeg of ik alleen was. Vrouw of kinderen? Mijn antwoord was natuurlijk dubbel nee. O maar dan hebt u geen aanspraak. Wil ik zorgen dat iemand u af en toe gezelschap geeft? Ik vertelde haar dat ik mij prima bezig kon houden met kunst (tekenen en schilderen) . U bent kunstenaar.....aaaahhh,... ik zie het al. Ik heb uw naam opgezocht op het internet. Nee dan kunt u zich prima zelf bezig houden, klonk het geruststellend.

Van alle kanten houden ze me in de gaten. Ook van onze Club is er iemand die regelmatig mij vraagt hoe het gaat. Twee dagen geleden nog belde hij vanuit zijn werk. Niet te lang kletsen was zijn boodschap want het is hier druk op mijn werk. Mooi toch.

Intussen heb ik 3 keer dit schrijven moeten onderbreken. De eerste keer een telefoontje uit Wenen en een ½ uur later uit Zuid-Franrijk om te horen hoe het met me gaat. En dan net nog van een ander clublid.

Al die belangstelling verwarmde en prikkelde mij en dus vroeg ik me af : hoe gaat het toch met jullie?

Wil je wat kwijt? We hebben een groeps-App.

Tot slot: wees voorzichtig en blijf schuifelen,struikelen, bukken en/of strekken. Desnoods op de vloermat. Je blijft er door in conditie.

Aflevering 11

Haarlem, 2 maart 2020

                     Hoe kun je het verleden ingezogen worden?

Het gezin waarin ik ben groot gebracht heeft voor de 2e wereldoorlog in het mooie Brabantse dorp Oisterwijk gewoond. Ik ben daar dan ook geboren. We hadden daar kennissen en vrienden. Mijn vader had een (bijna) leeftijdsgenoot die hij beschouwde als zijn boezemvriend. Het was een ongetrouwde onderwijzer waarbij mijn oudste broer nog als leerling op school heeft gezeten. In 1939 verhuisden we naar Haarlem en de vriend kwam regelmatig in de schoolvakanties naar Haarlem om bij ons een stukje van zijn vakantie door te brengen. Met hem maakten we lange wandelingen in de duinen en naar Kraantje Lek en klommen er in de “holle boom”. Mooie tijden.

Wij kinderen noemden hem altijd “de meester”.

Hoe kom ik daar nu op?

Sinds ik meedoe met het project “Haarlemmers in de 2e wereldoorlog”, worden ook anderen nieuwsgierig naar mijn belevenissen. Zo kwam een journalist bij mij thuis mij uithoren. Ik vertelde wat ik ook aan de kinderen verteld had, maar ook over het bestaan van de Meester. Deze man had nl. in 1943 gezorgd dat mijn oudste broer (toen 18 jaar en dus in de gevaarlijke leeftijd) kon onderduiken in het Brabantse dorpje Asten. En gedurende twee jaar zorgde hij -als een soort pendeldienst- dat de brieven en pakjes via hem afgegeven werden, zonder dat de adressen achterhaald konden worden. De originele brieven van mijn broer aan ons gezin zijn nog steeds in mijn bezit. Het zijn er ca. 110(!) Intussen zijn ze gedigitaliseerd.

Pas vorige week bedacht ik me dat ik na de dood van mijn vader in februari 1955 niets meer van deze goede vriend gehoord had. Ik wist niet in welk jaar hij gestorven was en zeker niet welke datum. En waar was hij dan begraven? Waarom was onze familie onwetend gebleven voor deze gebeurtenissen?

Ik ging speuren bij de Burgerlijke Stand van Oisterwijk. Meteen werd ik doorverwezen naar het Archief in Tilburg. Op maandavond (een week geleden) even vóór 10 uur had ik digitaal contact met mevrouw Ans Holman die bij het archief werkt.

Die vroeg eerst waarvoor ik de gegevens nodig had. Het was voor een scholenproject over de 2e wereldoorlog. Dat opende de deur. Binnen de minuut kwam de overlijdensakte van de Meester bij mij binnen. Gestorven 13 april 1955 dus twee maanden na de dood van mijn vader. (om 10 uur contact verbroken, op die tijd sloot het archief).

De twee vrienden waren dus bijna tegelijkertijd gaan hemelen. Hielden ze zoveel van elkaar?

Ik dacht: ik weet nu wat ik wilde weten. Ook de vraag: waarom geen contact meer was afdoende duidelijk geworden. Ik ging gerustgesteld slapen.

De volgende dag maakte ik mijn e-mail open en las een verrassend bericht uit Oisterwijk. Een zekere Wim de Bakker vertelde dat hij het contact doorgespeeld gekregen had van Ans Holman. Hij deed aan heemkunde uit Oisterwijk, gaf daarover een blad uit en hij kende onze Meester. Sterker nog: hij had als knaapje gezongen in de uitvaartmis van zijn onderwijzer cq. onze meester.

Hierop volgde van mij uit en daarna van Wim de Bakker enige verduidelijkende mails.

Wim de Bakker vroeg mij of hij het oorlogsverhaal van mijn broer en de meester mocht gebruiken bij de uitgaven van zijn blad tijdens de herdenking van de 75 jaar bevrijding, aankomende maand mei. Natuurlijk kwam mijn toestemming per kerende mail.

De belofte van Wim kwam prompt: het blad krijgt u als dank persoonlijk toegezonden. 

Na zoveel jaar (65) werd ik door de bijna gelijktijdige dood van twee vrienden intens blij.

 Ik heb ze beiden voor even tot leven gebracht. Door deze column voor jullie!

 

Aflevering 10

Haarlem, 1 februari 2020 

                                      Herdenkingsjaar - Bijzonder jaar

Het wordt een gedenkwaardig jaar 2020. Het typt al zo lekker: twee-nul, twee-nul. Maar wie heeft bij ons laatste “oliebollenfeest” eraan gedacht dat we verderop in het jaar ons 50jarig bestaan gaan vieren?

En het hele land viert dit jaar de bevrijding – alweer 75 jaar geleden. En deze viering wordt niet in één keer in ons midden gebracht. Nee, in kleinere hapjes en mootjes moeten wij “Nederlanders“ dit heugelijke feit verwerken.

Rond aanstaande 5 mei barst het helemaal los. En om ons goed te laten beseffen dat de vrijheid iets heel bijzonders is, worden we in aanloop daarvan overspoeld met de ellende van toen. Jl.26 Januari in Amsterdam (met de excuses van dhr.Rutte voor het gedrag van de toenmalige regering) en de dag erna in Auschwitz door de hele westerse wereld. En terecht mogen we die verschrikkingen niet vergeten. En terecht dat we de vrijheid intens gaan vieren.

En ons eigen feest: het begin, de start, de geboorte, de doop van Club70 in de biljartwereld werd een feit in sepember 1970. Dat was ook een soort bevrijding. Want de biljartvereniging SVV van de familie Willemse aan de Leidsevaart dreigde roemloos ten onder te gaan. Café ten onder....dus de vereniging ook.

In Haarlem-Noord (Arnoldystraat) startte Gé van de Kuijl een biljartzaal. En Jan Willemse -met in zijn kielzog Christel en neef Charles- begon een nieuwe club m.m.v. het districtsbestuur (Jan Kauffman). De naam van deze nieuweling was niet erg origineel: de naam van haar geboortejaar: Club 70 . En dat mag als een vorm van bevrijding gevierd worden. Landelijk met een aantal feesten dan ook op clubniveau met een aantal feesten.

En daarvoor heb ik een ludiek idee. We zijn creatief genoeg. Want op 15 januari jl. (oliebollenfeest) viel ik bijna om door de getoonde spitsvondigheid van onze leden. Acht groepjes waren samengesteld. Maar de naam van ieder cluppie van 4 moest men zelf verzinnen. Geweldige namen kwamen boven de uitslagformulieren te staan. Hoe kun je het verzinnen?

Wisten Wil en Carin in hun onmetelijke wijsheid dat het tot ons jubileum nog acht maanden was? Elk groepje krijgt een maand toegewezen waarin ze een feestje met ons maken. Ik ga een beetje  helpen bij het verzinnen van de inhoud van zo'n feestje.

1. Anton Heijboer en zijn bruiden (hoe bedenk je zo'n naam?) In zijn leven maakte Anton ook veel “prut” dus deze groep bedenkt cadeautjes voor de vijf meest in het oog lopende poedels.

2. De Huppeltutjes (je denkt dan aan dames, maar er zat er maar één in dit groepje) Deze club verzint en maakt zelfgemaakte lekkernijen voor 4 clubavonden. Door de mannen eigenhandig gemaakt.

3. Formule 3  Dat is natuurlijk de “top” . Snelheid en spektakel. Een topdriebander zat in dit groepje. Gemiddelde tijd per stoot van hem is ca. vier minuten.....Dus een maand lang van iedereen de denktijd bijhouden.

4. The Four Tops . Ja hoor.....we zitten hier in HOLLAND hoor! Dus een maand lang verplicht Engels spreken en voor de ongeletterden (waaronder ik) presentatie met ondertiteling.

5. D'Beste . Weer zo iets stoms..... Een apostrofe gebruiken waardoor het woord niet meer uit te spreken valt. Dus: een maandlang alle namen van de leden noteren zonder klinker.

6. Sterrenteam  Die hebbben het makkelijk. Het is dan juli. Je ziet dan geen sterren. Iedereen is op vakantie. Opdracht : gebruik met z'n 4-en alle biljarttafels tegelijk. Je rent je rot......

7. De Musketiers  Jullie met z'n vieren verdraaien de waarheid. De musketiers waren met hun drieën . Praat dat maar eens recht!!! In een club met zoveel leden , denken er altijd een aantal weleens “krom”. Krijg dus in een maand tijd alle neuzen in dezelfde richting.... de echte club70-richting.

8. Nooit opgeven Dit is nog eens een mooie naam. Niet voor niets staat hij aan het einde van deze reeks. Jullie zitten met de opdracht in onze feestmaand.

Zoals jullie naam al aangeeft, mogen jullie de start verzorgen voor de volgende 50 jaar. Dus nooit o.........(misschien de nieuwe naam i.p.v. 70 ??????)

Alle opdrachten zijn natuurlijk “aanbevelingen”. Maar zoals Maarten van Rossem bromt: “geen tegenspraak” en zo brom ik met hem mee.

Wat een jaar wordt ….............. 2020

AFLEVERING 9

Haarlem, 1 januari 2020

                Kwijt           

Weten jullie nog waar je was en wat je deed toen het woensdag 20 november ............18.45 uur was????

Ik weet het nog erg goed. Het was paniek in het Denkcentrum. Ik kwam binnen en alleen Peter (Schaap) was aanwezig. Niet aan het trainen op de achterste tafel zoals gewoonlijk. Rusteloos op en neer lopend en zoekend kijken. Geen goede avond zeggen, maar meteen de vraag: waar zijn de ballen?

Jessica werd erbij gehaald. Nu zag ik eens een radeloos gezicht. Normaal kijkt Jessica je vrolijk glimlachend aan en begroet een ieder die rond die tijd binnenkomt. Maar nu..... Ze beende vanachter de toog dwars door de biljartruimte naar de achterste kastjes, en inspecteerde alles wat een deur of klep had , op zoek naar “ballen”.

Een biljartclub zonder ballen is in één klap zijn ziel kwijt. “Ontmand“ zeg maar!!! Vergelijk het maar met het “Denkcentrum” zonder verstand. Je bestaat niet meer.

De onrust werd groter toen na 10 minuten de 4 leden die net binnen kwamen, ook niets vinden konden. Een van de bestuursleden (of het Remco of René was, weet ik niet meer) betrad als een redder onze ruimte en gaf de oplossing. De ballen hadden een nieuwe plaats gevonden in het bureau waar ook de computer staat. Afsluitbaar. Veilig voor andere clubs of niet-te-vertrouwen-vreemdelingen.

Ter bevestiging kregen we 2 dagen later een verblijdend e-mail van de secretaris , dat de vindplaats definitief was. Dus geen paniek meer. De club had weer een ziel, een reden van bestaan. Met gerust hart op naar het 50 jarig bestaan.

En of het zo moest zijn verschenen in de dagen en zelfs weken daarna berichten in de kranten over zaken die ook ineens KWIJT waren. Ik zag zo vaak het woord KWIJT dat ik bewondering kreeg voor de Nederlandse taal. Vier simpele lettertjes , met een veelheid van begrippen. Want je kunt niet alleen voorwerpen kwijt zijn, maar ook mensen of de weg of je verstand (dat zie ik hier in huis wel vaker). Mooie taal , dat Nederlands.

Helemaal fout . Ik zat ook even op een zijpad. Even de weg kwijt!!! Kwijt is afgeleid van het Latijnse woord “quitus”. Dat betekent: vrij of verlost van. Wat wij zeggen bij een remisestand: het staat quite, betekent eigenlijk: je bent de voorsprong kwijt of te wel: je staat nu gelijk.

Wij hebben het woordje dus gewoon gejat. En het ons eigen gemaakt. En zo viel mij dus heel vaak nare gebeurtenissen op in de krant. Iemand was zijn kind kwijt. Een ander was haar man kwijt. Ik raakte de draad kwijt.

Het ergste dat ik las was van een vrouw van 49 die meer dan 20 jaar getracht heeft om een kind te krijgen. En na je 47ste helpen de artsen in Nederland je daarvoor niet meer. Toen vond ze een arts een Spanje die haar nog een sprankje hoop gaf. Zij sprak daarover met enthousiasme en hoop tegenover de verslaggever. Maar het heeft ook zijn tegenkant, zo zei ze. Door al die jaren zoeken ben ik mijn seksualiteit kwijt geraakt.

Toen ik dat las, dacht ik: Ik ben liever de ballen kwijt.

Ik wens jullie een heel goed 2020 en........niet de weg kwijt raken!

Jan Larsen

AFLEVERING 8

Haarlem, 4 december 2019

                                      Het verleden herleeft

Onder leiding en op initiatief van een gepensioneerde agoog, genaamd Henk, is hier in het Reinaldahuis een zgn. “Studiekring” gevormd. Ik heb me na ernstige aarzelingen ervoor opgegeven. De eerste bijeenkomst bestond uit de “kennismaking”. Naambordjes voor je neerzetten en in het kort vertellen wie je bent en wat je vroeger gedaan had.

We zijn met 12 deelnemers/sters. Deze kennismaking nam veel tijd in beslag. We hadden nog een klein halfuurtje om af te spreken welk thema de volgende keer aan bod zou komen. Henk nam het voortouw. Dit jaar is het 75 jaar geleden dat we vrij werden na de oorlog. Dus, is het wat om over  vrijheid  te praten? Het duurde geen 2 minuten of we zaten met z'n allen over de oorlog te praten. Een van ons, een gepensioneerde huisarts, woonde in Amsterdam en was niet meer te stoppen. Een ander had een broer die ondergedoken was in Drenthe bij een echtpaar die vele joden had gered. En het ene verhaal na het andere “koprolde” door elkaar heen.

Henk greep in. Het voorstel was “vrede” en geen oorlog. Het slot was: we gaan het niet hebben over de vrede. Ieder neemt op zijn of haar beurt een eigen onderwerp. En daar ging men mee akkoord. Maar Jo was eigenwijs. Toch nog een opmerking over de oorlog, mag dat?Weet je, ik heb contact met een basisschool die mensen zoekt die de oorlog hebben meegemaakt en daarover uit eigen ervaring over willen vertellen. Wie wil dat doen?

Ik gaf me daarvoor op.

Binnen een paar dagen had ik een voorgesprek met de begeleidster Catho. En nog een week later stonden er 4 kinderen van de 8ste groep bij mij op de stoep met Catho en een vrouwelijke fotograaf. De 4 hadden zich goed voorbereid. Ze waren echt geïnteresseerd en wisten ook al best wat van de oorlog. Het was een aangenaam gesprek . Wel anderhalf uur. En ook ik was erg enthousiast.

En wie mij een beetje kent, weet dat als ik ergens opgetogen voor ben, dan moet ik dat delen met een ander. Hier in het Atrium, vertelde ik mijn belevenis zo hier en daar aan andere bewoners. Eigenlijk met de bedoeling om aan hen te zeggen wat ik de jeugd had verteld. Maar daar kreeg ik geen kans voor. Men schakelde meteen over naar de eigen herinneringen en ervaringen van die verschrikkelijke tijd. Ik liet dat maar zo denkend dat dit hoorde bij hun leeftijd.

Maar later viel mijn mond open van verbazing, toen ik merkte dat ook veel jongere lieden meteen overschakelde naar hun eigen kennis over de oorlog, gehoord van hun ouders, ooms en/of tantes uit die tijd. Niet zelf meegemaakt, maar er nog enorm vol van.

Geloof het of niet? Nou vraag dat maar aan Martien de Gier, die prachtige verhalen kan vertellen van zijn opa's en oma's en de gevaren en de ellende van die tijd. Boeiend heb ik er wel een half uur naar hem zitten luisteren nadat ik vertelde dat ik aan dat schoolproject had meegedaan.

Ik merkte dus uit eigen ervaring dat de oorlogstijd nog lang niet vergeten was. En omdat mijn verhaal door hiervoor opgedane ervaringen niet echt uit de verf is gekomen, heb ik besloten mijn verhaal deels door bewaarde brieven van mijn vader- op papier te zetten. Het werden 5 kantjes A4. Vooral over het laatste jaar 1944/1945. Dat wordt door de Bosch en Vaart school vermenigvuldigd en aan de leerlingen uitgereikt. En volgende week donderdagmiddag (13 dec.) komt daar een presentatie van.

Conclusie: men heeft deze tijd nog niet vergeten. Het verleden leeft nog intens. Gelukkig maar!!!!

Op de foto hieronder v.l.n.r.: Maish , Maick , Jan , Iva , Charotte

AFLEVERING 7

                             Het wordt een mooie winter

Haarlem, 3 november 2019

We hebben de tijd weer een uur teruggezet. De wintertijd is aangebroken.

Voor mij betekent het, dat we meer binnen zitten, samen proberen het gezellig te maken, de warmte komt niet meer van buiten maar verzorgen we zelf d.m.v. de kachel of centrale verwarming. De recepten uit de keuken zijn ook op het koude jaargetij aangepast: veel meer koolgerechten, maaltijdsoepen en stamppotten. De overhemden met korte mouwen blijven in de kast hangen. Een extra trui onder handbereik.

Ook op de TV zie je de wintersporten veelvuldig langskomen. Skiën, sleeën en schaatsen. En omdat we een schaatsvolkje zijn trekt die laatste sport mijn grote belangstelling. En dan ga ik er niet alleen naar kijken, maar lees ook artikelen die daarmee te maken hebben.

Hieronder laat ik een paar uitspraken volgen die ik in de krant (Haarlems Dagblad) vond.

–                 Zelfvertrouwen geeft je de moed om te blijven dromen.

–                 Ik vond iets waar ik goed in was. Iets waar ik voldoening, energie en geluk uit kon halen. Zo kon ik verder.

–                 Als je een last kunt ombuigen in iets positiefs, maakt je dat alleen maar sterker.

–                 Ik zeg altijd: doe iets waar je goed in bent en steek daar je energie in. Dan kun je alles overwinnen en mooie dingen bereiken. Iedereen is ergens goed in.

Waar komen die wijsheden vandaan, vraag je je af. Ik zou ze verwachten van een coach, een psycholoog, een wijsgeer, een doorleefde oude wijze mens , die het leven kent en daarin ervaring heeft.

Nee, het zijn uitspraken van een piep–jonge vrouw van 24 jr. Zij is in haar jeugd verschrikkelijk gepest in het dorp waar ze woonde (Rottum). Want ze had vuurrood haar. En het pesten ging verder dan alleen maar schelden (vuurtoren!!!). Ook lichamelijk geweld werd niet geschuwd. Onder de blauwe plekken kwam ze vaak thuis. Tegen haar ouders durfde ze niets te zeggen omdat ze zich schaamde. Alleen haar twee dieren (paard en hond) waren haar vertrouwelingen.

Ze werd ouder en vond hulp bij een mental coach. Ze werd zelfbewuster en die rotjaren heeft ze een plekje gegeven. En vooral achter zich gelaten.

Zijn jullie nu een beetje nieuwsgierig geworden wie deze kanjer is? Het is Antoinette de Jong, vorig jaar Europees kampioene allround schaatsen en uitgegroeid tot een powervrouw.

Zelfs nu ik al flink de 80 ben gepasseerd, kan ik van zo'n jong iemand veel leren.

                                     “Laat de winter maar komen”.

Extra aandacht voor de prestaties van Antoinette.

Het wordt dit jaar een mooie winter!!! Voor ieder die dit leesstukje tot zich neemt.

AFLEVERING 6

Haarlem, 3 oktober 2019

Roemenië

Bij het aannemen van de belofte om regelmatig (liefst eens in de maand) een column te schrijven, heb ik van mijn kant bedongen dat het niet altijd over/of een link met biljarten hoefde te gaan. Deze column zal dan ook niets met onze sport van doen hebben.

Als titel heb ik dit verhaaltje “Roemenië” meegegeven, maar het had ook kunnen zijn: “een intiem moment”.

Alle slechteriken komen uit Oost-Europa, zoals uit Bulgarije, Hongaren, Polen, en/of Roemenië. Drugstransporten, mensensmokkel, plofkraken, berovingen en aanrandingen. Je kunt het niet verzinnen of de dader(s) komen uit het Oosten. Vroeger leerde ik dat de “wijzen” uit het Oosten kwamen. Maar dat is echt verleden tijd. Mensen uit hier genoemde landen zijn in onze ogen gelukzoekers uit super arme milieus, uit achterbuurten van grote steden en uit gezinnen waar men lak heeft aan God en Gebod. En omdat er in hun eigen land niets te halen valt, trekt men en masse naar het vrije Westen. En ons land is voor deze lieden een gewild jachtterrein.

Bovenstaande (be)veroordeling van een aantal van onze mede-Europeanen hakt er wel even in. Zo kun je toch niet in het algemeen over mensen denken. Maar ik kom op deze stelling later in dit verhaaltje terug.

Op Schiphol wachten bij de gate – dus als je al door de controle heen bent – is niet altijd een lolletje. Men verwacht dat je toch minstens een uur van te voren aanwezig moet zijn, want je zult de boarding toch missen. Ik begrijp dat niet, maar het kan ook zijn goede kanten hebben. Mijn telefoon gaf een piepje en ik had van de KLM een sms-je gekregen dat de vlucht een half uur vertraagd was. Ik liet het berichtje zien aan mijn buurvrouw die zo te zien ook alleen reisde. Heel vriendelijk bedankte ze me voor de tip en vroeg of ik met dezelfde vlucht meeging. En zo begon een aangenaam gesprek.

Ik ging voor 4 dagen op familiebezoek naar Wenen en zij voor 2 dagen naar haar ouders in Roemenië met een overstap in Wenen. Dat deed ze eens per maand. Ik hoorde dat ze (ca. 40 jaar jong) vloeiend, maar met een klein accent, Nederlands sprak. Natuurlijk vroeg ik of ze Roemeense was. Ja, maar ze was getrouwd met een Nederlander en woonde al 8 jaar in Nederland. En alsof we elkaar al langer kenden, vertelde ze spontaan dat ze arts is en in Leeuwarden woont. Ze had bij aankomst in Nederland in Amsterdam bij moeten studeren omdat haar Roemeense diploma hier niet geldig is. Ik vroeg haar welke specialiteit ze had. “Micro-organisme” . En vervolgens dankte ze me voor het compliment over haar Nederlands. En vervolgens kwam het hele vooroordeel – beschreven in de tweede alinea – eruit. Het bovenstaande was háár mening. En ze had er heel erg veel last van. Terwijl ze toch een eerzaam beroep heeft, voelde ze dat mensen haar op haar afkomst (land van herkomst) (be-)veroordeelde . Ik stelde haar gerust door alleen naar de persoon te kijken en bij voorbaat geen beoordelingen had. Ze werd steeds vertrouwelijker. Haar man was maar 2 dagen in de week thuis. Hij was hoofd-inkoop bij een Grootindustrieel uit Breda.

Zij had voor een groot deel de zorg voor haar 2 kinderen. En ik kreeg een foto te zien van een meisje van 5 en een jongetje van 2. Schatjes. En ongemerkt liepen we al pratend richting de slurf van het vliegtuig. Zij zat op rij 8 aan het gangpad en ik op rij 17 ook aan het gangpad.

Onze koffers werden opgeborgen en wijzelf geïnstalleerd op onze stoelen. En dan keek zij om en ik zag een brede glimlach en ik kreeg een liefdevolle handkus toege(z)waaid.

Een intiem moment.

Conclusie: soms is wachten helemaal niet erg. En.... niet alle Oosteuropeanen zijn schurken.

Jan Larsen

AFLEVERING 5

Haarlem, 1 september 2019

Wim Bernsen

Vorige week kreeg ik een e-mail van het Reinaldahuis. Inhoud: De heer Wim Bernsen is dood. Voor het hele huis was dat een schok. Het was een bijzondere man. Op de eerste plaats was hij bijna 100. Vier jaar geleden kwam hij op TV met een reportage over zijn ultieme wens nog eens een parachutesprong te willen maken. Dat is gebeurd op Texel. Indrukwekkend. En iedereen die hem kende wist dat hij een “leesfanaat” was. Al jaren lid van de bibliotheek was hij begonnen met de schrijver die begon met de letter A. Hij was nu bij R!!!

Voor mijn expositie jl. februari heb ik van hem ook een portret gemaakt.

Bij de e-mail stond ook dat er op zijn verjaardag (19 sept. a.s. dan zou hij 100 geworden zijn ) een bijeenkomst zou zijn in het restaurant voor allen die hem kenden en voor hem wat gedaan hadden. Ik besloot voor zijn portret een lijst te kopen en die voor de bijeenkomst aan de familie aan te bieden. Zodoende stond ik jl. vrijdag bij “Action” in Schalkwijk een eenvoudig donker exemplaar uit te zoeken.

Even later schoof ik aan in de rij bij de kassa. Er waren slechts twee wachtenden voor mij. Even geduld dus. Voor mij stond een moeilijk te definiëren vrouw met een mandje en daarin nog al wat schoonmaakgerei. Sponsjes, dweiltjes en borsteltjes. Je kent dat wel. Ze draaide zich naar mij om en toen pas zag ik haar gezicht. De rest was totaal bedekt. Op een snikwarme dag had ze van kop tot voet bedekkende kleding. Een Moslima, in de traditionele outfit. Inclusief een strakke hoofddoek. Een vrouw van rond de 50, die ongeveer tot aan mijn kin kwam en redelijk van omtrek was. Zij keek mij aan met glimlachende ogen en zei bijna accentloos: “Gaat u maar voor”. Ik protesteerde een beetje en zei: “Dat hoeft niet, hoor”. Maar ze was resoluut. U heeft maar één ding. Ze deed een stap opzij en tamelijk dwingend wees ze naar mijn nieuwe plekje. Geen ontkomen aan. Ik dacht in een flits: “Nou wordt ik toch echt oud: de oudjes gaan voor!“ Ik bedankte haar omstandig en zo stond ik achter een zeer flinke, jonge Hollandse vrouw. Die was ook de moeite waard om te zien. Kon haar recht in de ogen kijken (even groot als ik), maar ik denk dat ik er qua volume 2 x inpaste. Deze jonge dame had mijn plaatsverwisseling gevolgd en zei zeer vriendelijk:  “Ja, je moet vriendelijk zijn tegen elkaar. Dat hoort toch zo. Het is U gegund”.

Heimelijk wilde ik dat ik daar wat langer had kunnen staan. Ik voelde me heerlijk op mijn gemak. Natuurlijk was mijn lijst snel afgerekend en ik liep nog nadenkend naar de roltrap Action uit. Beneden aangekomen dacht ik plots: “shit.... zo'n geëmancipeerde Europese/Hollandse zeer vriendelijke moslima had ik wel kunnen vragen of ze lid wilde worden van een oer-Hollandse biljartclub, waar ook dames lid van zijn!”

Wat zou haar antwoord zijn?

Wim Bernsen zou eens moet weten wat zijn afscheid van het leven indirect op buitenstaanders teweeg gebracht heeft. Het was een fijne gedachte. Dank je wel,Wim.

Jan Larsen

Aflevering 4

Haarlem, 6 augustus 2019

Een idee voor een gratis middagje uit!

Al heel wat jaren geleden – de jongsten van onze club waren nog niet geboren –  midden in de jaren 70, was ik met mijn vrouw Anne en een aantal vrienden en vriendinnen met vakantie op het eiland Texel. We hadden een huisje gehuurd in het zuidelijk deel van het eiland. Een aanrader. Maar dan spreek ik over...toen!

Op een middag wilden er vier van het stel een middagje shoppen in Den Burg. De hoofdstad (of dorp). Ik en Anne en Bert en Elly. Na twee uur slenteren even een terrasje pakken. Het was druk en het weer werd wat koeler. Dus naar binnen. We vonden een tafeltje vlak bij het biljart. Daar stonden vier jonge mannen hun kunsten te vertonen. Tja, dan moet je mij hebben....... Ik kon mijn mond niet houden. Na een mislukte stoot zei ik : die moet je ook niet zooooo nemen, maar andersom.

Zegt er eentje:  Hé, wijsneus, kun jij het beter dan? Ik trok mijn schouders op. Nou zei hij: laat dan zien wat je kunt. Wil jij een potje tegen mij? O.K. Prima. Ja, maar niet voor niets. Wie het eerst de 60 haalt, betaalt voor ons een rondje. Ik antwoordde: maar dan ook voor mijn gezelschap, ieder twee consumpties. We gaven elkaar ter bevestiging een hand.

Ik moest het doen met een keu uit het rek. Maar het was geen slechte. Mijn tegenstander mocht beginnen. Ik ken zijn naam niet eens. Hij maakte er drie. Ik sprokkelde er een paar bij elkaar en na vier beurten stond het 11 om 16 voor mij. Toen kwam er een aanvangsstootje voor mij en met een beetje geluk maakte ik in een mum van tijd de 60 vol. Halverwege de serie probeerden de maten van mijn tegenstander met wat flauwe opmerkingen mij uit mijn spel te halen. Maar toen was ik nog jong en veerkrachtig. Ik kon gewoon doorgaan.

En na mijn overwinning kwam de ware aard van de Texelaars naar boven. Hij gaf mij een welgemeende hand. Meteen werd de bediening geroepen. En we kregen alle vier een consumptie. Heb je echt verdiend,zei hij. Ik wist niet dat je zo goed was! Wat kun jij goed spelen! Zijn eigen maten kregen er ook eentje van hem.

We hebben daar nog een uurtje gezeten en na nog een biertje zijn we heel vrolijk weer naar ons huisje gegaan. Daarom geen kwaad woord over Texel. Er wonen daar prachtige mensen die tegen hun verlies kunnen.

Advies: wil je onbezorgd op vakantie ? Neem de boot naar Texel en je wordt niet teleurgesteld.

 

Reactie Peter de Wit:

"Een korte reactie op het leuke stukje van Jan Larsen. Nu komt toch de aap uit de mouw. Ik heb het altijd al gedacht, die Jan is een broodbiljarter".

 

Aflevering 3

Haarlem, 8 juli 2019

Tweemaal plotseling bezoek

Bij mijn (supporters-)bezoek in Hoorn ontmoette ik Tom Beemsterboer.

Voor de nieuwe leden onder ons: Tom is de zoon van Truus Beemsterboer . En Truus was in de negentiger jaren – vorige eeuw –  voorzitter van Club'70.

Tom beloofde bij die ontmoeting om snel eens bij mij langs te komen. Zondag 16 juni werd om vijf uur 's middags aangebeld. Daar stond Tom.

Ik was aan het koken. Alle kookplaatjes uit. We hebben twee uur lang geweldig gezellig bijgepraat. En oude herinneringen opgehaald.

Een daarvan was: in de kelder van de verf- en behangzaak aan de Bloemendaalseweg stond een biljart. En elke zaterdagochtend waren wij daar aan het trainen.

Tom was ca. 14/15 jaar. Tom werd al gauw bij ons lid en opgenomen in het eerste libre – team . Club'70 speelde toen bij Kennemerland van Tom Wisker aan de Rijksstraatweg (Voor de nog niet zolang biljartende leden: Kennemerland was een feestzaal met twee verrijdbare biljarts die onder het podium geschoven konden worden, zeg maar een multifunctionele uitgaanscentrum; red.).

Tom vertelde dat zijn moeder was opgenomen in Sint Jacob in de Hout (Heemstede), omdat het niet verantwoord was dat ze zelfstandig zou blijven wonen.

Ik beloofde om haar spoedig te bezoeken.

Een paar dagen later (20 juni) stond ik bij Truus voor de deur. Truus deed zelf open.

Ze keek mij aan en het duurde misschien 10 seconden, maar toen kwam een langgerekt  OOOOHHHHH.....Jan Larsen. “Komterin”.

Dat was dus het tweede plotselinge bezoekje, nu bij Truus.

Het was bij Truus heel gezellig. Ze is nu 90 en goed aanspreekbaar. Wel vele malen hetzelfde vertellen, maar dat mag op die leeftijd. En aanwijzen op foto's wie het allemaal waren die erop stonden. Ze had niet meer zoveel interesse in wat er tegenwoordig op de Club gebeurde. Maar het spelletje had nog een warm plekje bij haar.

Toen ik zo eens rond keek zag ik meteen naast de deur een schilderij hangen dat ik vroeger (1985) heb geschilderd van het winkelpand in Bloemendaal. Dat was ik al lang vergeten. Ik heb er maar een foto van gemaakt en bij dit verhaaltje gezet.

En Truus is best nog een beetje trots op wat ze vroeger gedaan heeft. Want recht tegenover haar bed (liggend kan ze het zo zien) hing de ingelijste oorkonde van haar “lid van verdienste” van Club'70.

Ik ging met een zeer tevreden gevoel weer terug naar huis. We mogen Truus niet vergeten.

Jan Larsen

Tussen Aflevering

Haarlem, 2019.06.16

Nel Jansen overleden

Wat een bijzondere, warme en inspirerende vrouw is van ons heen gegaan. Wij kennen Nel natuurlijk vooral door de feestjes en bijeenkomsten voor de vereniging waar ook de partners bij uitgenodigd waren.

Maar via vader Charles en zoon Pieter had de familie Jansen een eigen plek in onze club. Charles is erelid. Hij was (is) het langste lid vanaf de start van Club'70. Maar de familie Jansen was vooral belangrijk voor ons omdat Jan Willemse (oprichter van Club'70) de oom was van Charles en Nel. En jarenlang was ook Christel Willemse -als nicht- de vertegenwoordigster van de familie.

Als er iets te doen was op de club, was Nel altijd aanwezig. En dan bracht zij altijd de feestsfeer mee. Plagend en lachend daagde zij ons uit tot vrolijkheid en  mee feesten.

Wat kon zij vroeger genieten als aan het eind van de avond pakketjes werden uitgedeeld voor de feestdagen (rond de Kerst). Je kon Nel niet blijer maken dan met een portie paling. Zelf ben ik niet zo'n feestvarken, maar was Nel in de buurt dan moest je wel meedoen.  En liefst een beetje -opzichtig- vals spelen.

Dat wij als Club'70-ers door de jaren heen voor buitenstaanders zo'n goede sfeer uitstralen is zeker niet op de laatste plaats te danken aan de familie Jansen met Nel fier voorop.

Wij zullen Nel enorm missen. Wij vinden de troost bij elkaar. We wensen de familie en vooral Charles ook die troost en veel sterkte in de komende tijd.

Jan Larsen

Aflevering 2

 Haarlem, 2019.06.05

De ballen !!!!!

De laatste week van jl. maand mei reed ik met mijn caravannetje naar het Drentse Zwiggelte. Leuke kleinschalige camping. Vlak bij Westerbork, waar ook het herdenkingskamp uit de tweede wereldoorlog ligt.

Doel van deze korte uitstap was een bezoekje aan een goede vriendin die aan het bijkomen is van een aantal keren chemotherapie en bestraling (slokdarm). Haar huis ligt in Witteveen aan de Bosweg op ca. 10 km. van mijn camping.

Zij woont daar prachtig in een oude (gemoderniseerde) boerderij met groot erf erom heen. Grote oude bomen: eiken en linden en hier en daar een berk. Uitkijkend op het land van boeren . In deze tijd van het jaar prachtig met rechte sporen omgeploegd.

Haar Bosweg kruist na ca. 500 meter de provinciale N381. Daarom zijn daar hekken geplaatst en met een fiets kun je zigzaggend oversteken. Voor auto's doodlopend.

Nog vóór ik kon vragen hoe het met haar ging, kwam ze met een sensationeel verhaal. Eind februari jl. werden de bewoners uit die buurt opgeschrikt door een vreselijk lawaai. Waar kwam dat vandaan? Men vond al gauw twee schapen met doorgebeten halzen. Verderop bleef het lawaai aanhouden. Een kudde koeien was losgebroken en niets ontziend braken ze door het schrikdraad heen op weg naar de N381. Je kon er op wachten. Twee auto konden een confrontatie niet meer ontwijken en reden zich total loss. Gelukkig geen gewonden of erger. Alleen een koe overleefde de clash niet. Uit sporen bleek er een wolf langs gekomen te zijn. Waarschijnlijk op weg naar de Veluwe waar een vrouwtje op hem wachtte. Een spoor van ravage achterlatend.

Toen dacht ik: De kranten staan vol van de vreugdevolle terugkeer van de wolf op de Veluwe. Met ongeduld wordt gewacht op een jong nest. Aanwinst voor de Natuur. Maar de ellende die ik hierboven beschreef kent niemand.

De journalisten snappen er de (biljart-)ballen van !!!!!! De boeren snappen van de journalisten ook de (biljart-)ballen !!!!!! En ik snap daar ook de (biljart-) ballen van!!!!!

Overigens gaat het met mijn vriendin redelijk goed.

Jan Larsen

Aflevering 1

Haarlem, 2019.05.12

Beste allemaal,

Het was wel even schrikken toen we plots gevraagd werden om in Hoorn de gewestelijke kwalificatie wedstrijden van de C1 te spelen. Andere teams waren uitgevallen. René was meteen bereid en Peter moest even nadenken maar zei toch ook snel : "ja!!!!" . Ik zelf had mij al op inactief gesteld. Maar ik kon mijn teammaten niet in de steek laten. We moesten nog een 4e man/vrouw zien te vinden. En Wil vond het wel gezellig om mee te gaan. Het vorige weekend was ze ook present bij de 3-banders. Op de laatste dag (jl. vrijdag) hoorden we dat onze poule maar 3 teams had. D.w.z. dat iedere speler maar 2 partijen hoefde te spelen. Bij 4 teams zou Tom meegegaan zijn. Dat had hij al toegezegd. Met dank daarvoor, was zijn aanwezigheid niet nodig.

Het was al met al een heel gezellige, genoeglijke en sportieve dag. Maar niet erg succesvol.  Kwam dat omdat buiten de zon volop scheen en binnen de gordijnen dicht bleven? Of hadden we ons te kort kunnen voorbereiden om tegen kanjers van andere districten te spelen?

Biljarten is soms ook een kwestie van geluk hebben. Komt een bal gemaskeerd te liggen? Geeft de tegenstander "rotballen" weg? Vragen ze je iets te drinken als je net wil stoten? Feit blijft dat zowel René als Peter in beiden partijen tegen een nederlaag aan liepen. Ik zelf won beiden partijen. De eerste ronde waren we alle 3 gewoon slecht. Zwaar onder ons kunnen. Dat ik won was -zoals eerder gemeld- geluk.

In de tweede ronde kon Peter niet over zijn dip heen komen. René herpakte zich en speelde een mooie partij met 11.00 gemiddeld. De pech was dat zijn tegenstander er al gauw een serie van  80 tegen aan gooide. Dat heb je niet een-twee-drie ingelopen. En ik dacht: mijn geluk van de 1ste partij zal toch niet ineens weg zijn.  En zo was het ook. Met een moy. van ruim 6 kon ik de sympathieke Ronald Kok opknappen. Eindresultaat : ons team 2x verlies en daarmee als laatste geëindigd. Geen plaatsing voor de beslissingswedstrijden van volgend weekend.

En dan nog een verfrissende ervaring m.b.t. de wedstrijdleiding. De scepter zwaaide Thea de Weerd. Deze dame begon geroutineerd 40 mannen toe te spreken. Welkom en een korte uitleg over de indeling en de taken die wij op ons moesten nemen: spelen,schrijven en tellen. Daarvoor had zij alle papieren zoals schema's, tellijsten en naambordjes klaar gelegd. Ook werden de tafels voorzien van kaderlijnen.  Ze was voor ons tevens de vraagpaal als we iets niet wisten. En dat alles met een natuurlijk gemak. Was een partij uit dan werd de tafel schoongemaakt en waarschuwde ze de volgende spelers. Waren die aan het schrijven of tellen, dan zorgde ze voor vervangers. En zo konden we zonder ergernissen heel plezierig ons programma vervolgen.

Toen wij klaar waren zorgde ze dat een iemand René afloste met schrijven van een andere partij, zodat wij -uitgespeeld- bijtijds naar huis konden gaan.

We hebben haar een groot compliment gegeven .  Zo doe je dat als wedstrijdleider. Daarom stuur ik dit verslagje ook aan haar toe.

Daarom schreef ik bij de aanvang van de 2e alinea dat het een genoeglijke dag was. Mede door de uitmuntende organisatie.

We hebben een prachtige ervaring gehad en de dag afgesloten met "pannenkoeken" eten.

Voor de laatste keer de teamleider van het C1 team:     Jan Larsen

 

Hoi Jan

Dank voor deze lofuitingen.

Remco deed dat al na afloop van de 3 rondes die zijn team in de B1 klasse speelde. Jullie team was met één ronde al klaar. Voor mij is het een plezier om het te doen. Met voorbereidingen, uitleg en waar nodig  helpen. Als dat naar tevredenheid van de spelers is, ben ik ook tevreden. Dat motiveert mij om dit te doen. Dan is het leuk werk! Ik heb gisteren ook een mooie dag gehad. Fijne mensen om mee te werken. Dan neem ik de tijd om rustig te zitten kijken of een praatje te maken. Dat niet iedereen tevreden was over eigen spel, daar kan ik niks aan doen. En niet iedereen kan winnen. Dat is een gegeven in de sport.

Ik wens jullie een fijne zomer. En veel plezier in jullie verdere 'biljartcarrière'

Met vriendelijke groeten,

Thea de Weerd